Archief voor Categorie Uncategorized

De man en de herfst I

Door Frank Beuken

A long bench

Het is nog maar zes uur in de ochtend, net voorbij de schemertijd. Over een week of twee zal de zon mij niet meer begroeten, want de dagen worden almaar korter. Dan ben ik weer afhankelijk van de digitale wekker, verhuld in een ouderwetse ‘rinkelklok’ met bijkomend getik. Een zacht getikweliswaar, maar zodra het buiten stil is, zorgt dit geluid dat ik geregeld de slaap niet kan vatten.  Mijn hoofd bonkt van een glas wijn teveel, bij het etentje gisteravond van onze buren.

Ik merk dat het mij de laatste tijd sowieso zwaarder valt om ’s morgens op te staan. Pauline meent dat het met het oude springveren matras te maken heeft, dat ik na tien jaar nog steeds niet wil vervangen voor een modern comfortzonematras. Toch vind ik het knap van die reclamemensen. Telkens weer verbaas ik mij over de nieuwe benamingen die zij uit hun mouw schudden. Comfortzone- of intelligent ontspanningsligbed. Voor mij blijft het een matras. Ikzelf denk dat het problematische opstaan met mijn leeftijd te maken heeft. Pauline doet het af als onzin en zegt: “Je bent zo oud als je jezelf voelt!” en: “Op je veertigste ben je nog helemaal niet versleten!” Zij kan mij nog meer vertellen, maar ik besef heel goed dat ik ouder wordt. De jongeren die ik tegenkom zien in mij een oudere man. Dit besefte ik voor het eerst toen een jongen mij met u aansprak: ” Meneer, weet u hoe laat het is?” Nog in een roes druk ik de schakelaar van het koffieapparaat in, en ik sjok naar de badkamer. Ik draai de kraan van de douche open. Ik zie nog net het gezicht van de maandagochtendman, voordat het verdwijnt achter de beslagen spiegel. Alles gaat op een manier waarvan je weet dat dit al jaren elke dag wordt herhaald. Pas wanneer ik met mijn ogen dicht, onder de douche het stuk zeep niet kan vinden, word ik echt wakker. Alsof het automatische proces wordt onderbroken. Bij het afdrogen van mijn rug denk ik telkens weer: Daar zouden ze toch iets anders op moeten verzinnen. Het is een veel te ingespannen beweging om je rug goed droog te krijgen. Geërgerd over het feit dat ik mijn hemd wat voel plakken, loop ik kauwend op mijn tandenborstel naar de keuken. Het is de geur van koffie die mijn humeur weer wat opbeurt. Bijna vanzelfsprekend wil ik de lade van de servieskast opentrekken om een sigaret te pakken,maar ik ben sinds twee weken gestopt. Het is te veel voor een mens in de vroege ochtend. Tussen de wekpotten, op het bovenste schap bij het fornuis, ligt een e-sigaret. Waarom deze daar ligt en niet op een wat logischer plaats is waarschijnlijk mijn eigen schuld. Zoals gezegd, een glas teveel op doet een hoop vergeten. Aan de keukentafel drink ik mijn koffie en lurk bijna fanatiek aan de e-sigaret. Het is alsof de vloeibare nicotine in dat ding mij nooit voldoening geeft. De verpakking beweert echter anders. Een krant en een tablet. Persoonlijk kies ik voor de conventionele krant maar mijn kinderen zweren bij de tablet, en zij vinden dat ik er ook maar mee moet leren omgaan. Zij vinden het storend wanneer zij mij om hulp vragen, en ik meestal mijn schouders ophaal en duidelijk laat merken dat ik het maar een onding vind. Ik doe een aantal pogingen om het nieuws online te lezen, maar het is toch niet hetzelfde. Voorzichtig schuif ik het apparaat opzij en ik sla de krant open. Er gaat niets boven het geritsel van het papier met een groot overzicht. Alsof je makkelijker kiezen kan waar je begint te lezen. Onderaan, in het midden, of eerst de kop van de krant: De begroting is klaar voor prinsjesdag. ‘Hoe zit het eigenlijk met onze begroting?’ vraag ik mij af. Ik zal Pauline, vanavond eens vragen. Nu is het niet zo dat ik geheel ouderwets ben, hoor. Voor mijn afspraken en bereikbaarheid heb ik een smartphone aangeschaft, en voor mijn werk kan ik niet zonder een computer. Ik denk dat het meer de rust is die ik vind in simpele zaken, zoals een krant. In mijn linkerhand houd ik mijn grote kop koffie omklemd en in mijn rechterhand de e-sigaret. Een asbak zou nu wel aangenaam zijn geweest, zodat ik dat ding even kan neerleggen zonder dat het lekt op het tafelkleed. Pauline heeft mij daar al een paar keer voor gewaarschuwd. Wanneer ik goed en wel klaar ben voor vertrek, loop ik nog even de tuin in. Ik haal een paar keer diep adem en het is duidelijk. De zomer loopt op zijn eind. Het wordt kouder in de ochtenden, en ik weet niet of ik het mij inbeeld, maar de lucht wordt zuiverder.  Alsof ik dieper kan inademen. De moestuin ligt er wat verlept bij. De tomatenplanten rottend op de aarde en geen courgette meer te bekennen aan de lange uitlopers van de plant. Mijn sloffen zijn doorweekt van het vochtige gras, iets wat ik elke ochtend schijn te vergeten in deze tijd van het jaar.  Nog even droge sokken aandoen. Mijn schoenen staan keurig op de plek waar ik ze elke ochtend vind. In het schoenenkastje naast de achterdeur, terwijl ik ze elke avond, onder de keukentafel uittrap. Ik draai de deur op slot, want Pauline hoeft pas een uur later op te staan. Met de mouw van mijn jas veeg ik het zadel van mijn fiets droog. Voor de tas heb ik met mijn laatste verjaardag een handige beugel gekregen, gemonteerd op de bagagedrager, waarin mijn tas past. Pauline en de kinderen hadden dit bekokstoofd nadat ik mijn tas tot twee keer toe ben kwijtgeraakt. De eerste keer is mijn tas op weg naar het station op onverklaarbare manier verdwenen, terwijl ik deze achterop mijn fiets had. Pauline meende dat ik de tas niet op de juiste manier onder de snelbinders had bevestigd. De tweede keer is de tas aan de zijkant van de fiets terechtgekomen toen ik de winkelstraat naar beneden fietste, en op het laatste moment moest uitwijken voor een dronken man. De tas raakte tussen de spaken van het achterwiel  en ik kwam tot stilstand tegen een geparkeerde auto. Toen ik bijkwam lag ik in het Radboudziekenhuis en om mij heen zaten Pauline en de kinderen. “Je hebt een ongeluk gehad, pap!” sprak mijn dochter zeer luid, alsof ze het vermakelijk vond. Mijn zoon kijkt mij niet eens aan en zit met zijn armen strak over elkaar. Zijn gezicht verraadt een zojuist aangekomen standje van zijn moeder. “Schat, je hebt een enorme smak gemaakt. Buiten een hoofdwond heb je een gebroken sleutelbeen en drie gekneusde ribben. Volgens de dokter ben je over drie weken weer op de been,” zei Pauline, terwijl zij mijn hand vastpakte. Ze keek mij medelijdend aan,maar daarachter schuilde een afkeurende blik. “Wat heb je jezelf toch weer aangedaan” Ik hoorde het haar zeggen. Het heeft nog zeker een maand geduurd voordat ik weer naar mijn werk kon. Met mijn linkervoet op het pedaal maak ik met mijn rechtervoet, een paar ferme stappen en ik spring vervolgens behendig op defiets. Na nog geen 5 minuten fietsen, zijn mijn handen ijskoud. Ik blaas met mijn mond warme lucht, eerst in de ene dan in de andere hand. Ja, het wordt echt kouder. De route van mijn huis tot aan het centraal station van Nijmegen is ongeveer een half uur. Een heerlijke fietstocht over de dijk. De mistbanken bedekken de Waal geheel en sluipen langzaam over het wit uitgeslagen gras van de uiterwaarden. Waar je ook kijkt, zie je groepjes ganzen die druk gakken over de volgende reis. In het begin van de winter is het hier een komen en gaan van enorme vluchten ganzen. In V-formaties vliegen zij over de Ooypolder. Duizenden komen uit het koude noorden en nog eens duizenden verlaten de polders om zuidwaarts te keren. Maar nu is het relatief rustig. De winter zal nog wel een tijd op zich laten wachten. Zwanen, reigers en ooievaars maken deel uit van de vele soorten vogels, die men hier ziet. Het wegdek van de dijk is nat en boombladeren en takjes liggen her en der verspreid.
De zomer is voorbij.

Een reactie plaatsen

Degenen

Door: Frank Beuken

Complexiteit

Complexiteit

De eerste herfststorm jaagt over de hoge dijk. Er is een spel gaande, tussen de bus en de natuur. De wind probeert de bus van de dijk af te duwen, maar de chauffeur trekt het stuur uit alle macht naar rechts om op de smalle strook asfalt te blijven. Een school bladeren van hoge populieren waaien in een ruk los en schieten voorbij. Een enkel blad rust kort op de voorruit, precies in het gezichtsveld van de bestuurder. Het lijkt hem niet te deren, omdat zijn dans met de storm zijn hoogtepunt heeft bereikt. Bij een korte bocht naar rechts schiet het achtergebleven blad weg, en de chauffeur kan weer rechtop zitten.

De dijk komt ten einde en de handvol passagiers zijn zichtbaar opgelucht. Nu is het nog een kleine afstand door de drukte van de stad. De chauffeur is duidelijk meer op zijn gemak dan net op de dijk. De fietsers die hem aan alle kanten voorbij razen, lijkt hem niet te deren. Hij lijkt stoïcijns in de ogen van de voetgangers, die hem vragend aankijken, want zij willen oversteken. Bij het centraal station van Nijmegen komt de bus tot stilstand. Godzijdank dat wij er zijn! Rond deze tijd van het jaar, wanneer het buiten fris aan het worden is en ik met mijn dubbelknoops zeemansjas in de bus zit, word ik loom door de warmte en heb ik het gevoel dat er een gebrek aan zuurstof is. Met kloppend hoofd sta ik op het grote plein voor het station. Een paar keer wapper ik met mijn jas om weer wat af te koelen. Dan schiet ik weer vol. De tranen rollen als warme druppels over mijn hoogrode gelaat. Wat eens zo vanzelfsprekend was lijkt nu zo ver weg. Daar sta ik  met mijn 52 jaar, als een kind te huilen. De vrouw, van mijn leeftijd, op zoek naar haar ware vader, kwam via onderzoek bij mijn vader uit. Hij zou zonder twijfel ook haar vader zijn. Dit zou blijken uit documenten die door hem zijn ondertekend. Mijn zus en ik stonden bloed af, voor een DNA-test. De vrouw bleek echter geen dochter van mijn vader te zijn. Er was niets van enig verwantschap te vinden en omdat haar moeder reeds overleden is, blijft er voor haar niets meer over dan te accepteren dat zij nooit zal weten, wie haar biologische vader is.  De schok voor mij kwam echter daarna. Niet lang nadat de vrouw het slechte nieuws had vernomen , kreeg ik te horen dat ik maar voor de helft verwant ben aan mijn zus! Wie had dat gedacht? Mijn vader is niet mijn biologische vader. Begrijp mij niet verkeerd, ik heb daar geen moeite mee. Net zo min als een paar jaar geleden, toen hij stierf. Nee, ik heb nooit een band gehad met mijn vader. Misschien had ik toentertijd al kunnen bedenken dat hij niet mijn echte vader was. Het is eerder de angst voor wat er staat te gebeuren: Ik moet mijn andere broers en zussen inlichten. Ik zal hen het nieuws moeten vertellen dat ik maar een halfbroer ben. Zelfs mijn achternaam kan in de prullenbak. Ik moet mijn vrouw en kinderen vertellen dat wij afstand moeten doen van onze familienaam, dat er weldra een andere naam voor in de plaats komt en dat hij toch niet hun opa was. Dát is het, waar ik zo tegenop zie. Alsof je identiteit een enorme dreun krijgt. De geschiedenis brokkelt voor de helft af, en dat gedeelte moet weer van de grond af aan worden opgebouwd. Nadat ik weer enigzins tot mijzelf gekomen ben, loop ik naar het station. Ik kijk vluchtig op de klok en er blijft nog tijd over om een koffie te kopen, voor in de trein. De wind jaagt over de perrons. Ik ga in een stevige looppas naar perron 1A. De trein naar Utrecht staat klaar. Eenmaal binnen twijfel ik doorgaans of ik beneden of boven ga zitten, in de dubbeldekstrein. Boven is het mij te benauwend, door de lage plafonds, en beneden is het te laag. Daar kijk je tegen de voeten van wachtende passagiers op het perron aan. Wanneer ik eenmaal besloten heb om boven te gaan zitten maak ik rechtsomkeert om beneden plaats te nemen, waar het toch beduidend rustiger is. Wetende dat de trein in Arnhem de andere richting opgaat, ga ik met mijn rug in de rijrichting zitten. Ik heb dan zo’n binnenpretje wanneer ik mensen de andere richting op zie zitten. Alsof ik de enige ben, die weet wat daar in Arnhem te gebeuren staat. Ergens halverwege de coupé neem ik plaats waar vier passagiers tegenover elkaar kunnen zitten. Nu zit ik er nog alleen, maar bij de volgende stations zal dit snel veranderen. Ik zet mijn beker koffie op het tafeltje en ik leg mijn jas naast mij neer. Op het moment dat ik de krant opensla, zet de trein zich in beweging. Van lezen komt niets terecht, want ik ben met mijn gedachten alweer bij het DNA-onderzoek. Natuurlijk nam ik direct contact op met mijn moeder. Ik legde haar de uitslag voor en er volgde een korte stilte  Eigenlijk wilde ik wachten totdat ik haar zou zien in het ouderlijk huis, maar dat soort geduld bezit ik nu eenmaal niet. “Nou, dat kan helemaal niet, hoor!” riep zij verontwaardigd uit. “Je vader is de enige man in mijn leven geweest.” Ik probeerde haar het een en ander duidelijk te maken maar zij hield voet bij stuk; het is onmogelijk. Het gesprek duurde nog geen vijf minuten en ik bel haar terug wanneer ik meer informatie heb. Vanmiddag om twee uur heb ik een afspraak met de verantwoordelijke arts in het UMC Zij zal mij dan, hopelijk meer duidelijkheid verschaffen omtrent deze mogelijke vergissing. De hele reis is aan mij voorbij gegaan. Intussen rijdt de trein het centraal station van Utrecht al binnen. De mensen die om mij heen zitten, zie ik nu pas voor het eerst. Zelfs mijn jas ligt op mijn schoot in plaats van op de stoelen. De koffie, in de meeneembeker is onaangeroerd. De hele mensenmassa gaat naar de uitgang en ik laat mij meevoeren door de waas waarin ik verkeer. Na een klein halfuur ben ik aangekomen bij het ziekenhuis. Mijn hart gaat vreselijk tekeer. Bang voor wat er komen gaat. Het is zover! De vriendelijke jongeman aan de balie knikt vriendelijk naar mij en vraagt of ik met hem wil meelopen. De ene gang na de andere. Eerst links, dan rechts, nog eens rechts en vervolgens weer naar links. De deur staar open. “Gaat u maar naar binnen, meneer.”Hij doet een stap opzij om de weg voor mij vrij te maken. De arts staat op en komt met uitgestoken hand op mij af. “Goedemiddag, gaat u hier maar zitten.” Onwennig kijk ik om mij heen voordat ik ga zitten. “Ik heb begrepen dat u nog vragen heeft over de uitslag?” zegt zij. Stotterend begin ik de woorden te vinden: “Kan het zo zijn, dat er met het onderzoek fouten zijn gemaakt? Ik bedoel, hoe zeker is het dat mijn vader niet de verwekker is?” De arts lijkt wel ietwat verbaasd en haar ogen worden groter. “Maar meneer, het gaat om uw moeder!”

Een reactie plaatsen

Interview Maryam H’Madoun in De Morgen: ‘Ik verzet mij tegen onrechtvaardigheid, welke vorm het ook aanneemt’

Een essentieel interview tegen onwetenheid

Een reactie plaatsen

Arabische Lente, Romans algemeen – Romans & Literatuur | TenPages.com

Arabische Lente, Romans algemeen – Romans & Literatuur | TenPages.com.

Een reactie plaatsen

De frustratie van Geert Wilders

Dat Wilders een hoge dosis van frustratie bezit was al duidelijk. Nu weten we ook waarom. Doordat hij in zijn jeugd gepest is moet een hele bevolkingsgroep het nu ontgelden door hem.

De verwarde man

Geert Wilders werd op school de Neger van Venlo genoemd. Dat bevestigen verschillende bronnen uit het verleden van de politicus. De geblondeerde Limburger zou zijn bijnaam te danken hebben aan zijn Indische afkomst.
 
Al in de eerste klas van zijn lagere school, de Sint Mattheusschool in Venlo, was het raak. De jonge Geert werd regelmatig door een groep jongens in een hoek van het schoolplein gedreven. Ze duwden hem en riepen ‘neger’ in zijn oor. Oud-klasgenoot Kas Verhoeff herinnert zich het nog goed. “Sjefke, een populaire jongen bij ons in de klas, begon ermee en al snel deed iedereen mee. Geert was gewoon het pispaaltje zoals iedere klas wel een pispaaltje heeft.”
 
Neger
Hoe Sjefke erbij kwam om Wilders neger te noemen, weet Verhoeff niet. Ludde Gubbels, de inmiddels gepensioneerde leraar van Wilders, heeft echter wel een vermoeden. “Wij hadden op school, en überhaupt in Venlo, vrijwel geen allochtonen…

View original post 424 woorden meer

Een reactie plaatsen

Belastingvrijstelling electrische auto onterecht?

Dat hybride voertuigen al niet voldeden aan de milieunormen is algemeen bekend. Vele onderzoeken bewijzen dat we allesbehalve de goede richting op zijn gegaan. Zie Vervuilende hybride en electrische voertuigen. Na een kort onderzoek ontdekt men al snel dat de nieuwe electrische auto’s helemaal niet zo schoon zijn als beweerd wordt.

De electrische motor, met de hypermoderne LIB accu’s ( lithium ion), moet een antwoord zijn op de eisen van overheden om de uitstoot van CO2 te reduceren. Van 140 gram CO2 per gereden kilometer in 2011 en 120 gram CO2 in 2012. Volgens de fabrikanten voldoen de electrische auto’s ruim aan deze norm. Zij beweren tevens te voldoen aan de norm van 2025, 70 gram CO2. De consument wordt een uitstoot van 0,0 g CO2 voorgehouden.

Citroen C-Zero en Mitsubishi i-MiEV is de laatste ontwikkeling van fabrikanten met een duidelijke boodschap naar de consument; de CO2 uitstoot van deze auto’s is 0.0 gram CO2. Met andere woorden, de bezitter van deze auto helpt het milieu door volledig zonder CO2 uitstoot te rijden. Neem gerust vaak de  belastingvrije auto want je krijgt het gevoel net zo schoon te rijden als een fiets.

De vervuiling ontstaat echter door het opwekken van de energie die nodig is om de electrische auto te laten voortbewegen: de stroom die uit het stopcontact komt. Waar de conventionele  auto met verbrandingsmotor naar het tankstation gaat is het de electrische auto die thuis “tankt”. De stekker in de contactdoos en een paar uur later kan men weer rijden. Dit zou uiteindelijk tot 20 minuten teruggebracht moeten worden.

Nederland gaat vier nieuwe kolencentrales bouwen om aan de gestegen vraag van de consument te voldoen. De ontwikkeling van het land gaat verder en men wil minder afhankelijk zijn van “buitenlandse stroom”. Ook de vooruitgang in het verkeer met straks alleen nog maar electrische auto’s op de nederlandse wegen zal een veel grotere behoefte aan stroom genereren.

                             Kolencentrale               ==>      40%  ==>  Transport        ==>            35%  ==>     Consument

Aan de hand van bovenstaande afbeeldingen wordt het duidelijk dat het rendement van de huidige kolencentrales “slechts” 40 procent is. Er gaat dus meer dan de helft verloren aan het opwekken van stroom in deze centrales. Maar liefst 65 procent gaat nog eens verloren tijdens het transport van electriciteit via hoogspanningskabels, voordat het bij de consument aankomt.

Een eenvoudig rekensommetje leert ons dat er vanaf het opwekken in de centrale nog maar 16 procent “contactdoos stroom” overblijft. Deze cijfers worden gestaafd door het Energie onderzoek Centrum Nederland (ECN). Om te bepalen wat de CO2 uitstoot is bij het opwekken en transporteren van electriciteit berekenen we dit in Kilo Watt uren (KWh). Een kolencentrale mag tot 350 g CO2 per opgewekte KWh stroom uitstoten, aldus het rapport van ECN. Dit komt uit op 2187,5 gram CO2 per KWh voor de consument.

Het stroomverbruik van de Citroen C – Zero en de Mitsubishi i-MiEV is 13, 5 KWh per 1oo gereden kilometers. Dit is het verbruik voor de meeste  nieuwe electrische auto’s in deze klasse. Per gereden kilometer verbruikt de electrische  personenauto 295,31 gram CO2. De wettelijke norm voor het jaar 2012 is vastgesteld op 120 gram CO2….

Een reactie plaatsen

De wolf slaat weer toe.

Voor de zoveelste keer heeft de grote boze wolf getracht het leven te beroven van een meisje, Roodkapje genaamd, en haar grootmoeder. Het was de plaatselijke jager die tussenbeide kwam om het sprookje wederom tot een goed einde te brengen.

Roodkapje had, naar het schijnt, de opdracht gekregen om een mand met eten en drinken naar haar grootmoeder te brengen in het grote donkere bos. Om welke grootmoeder het gaat is niet bekend. De getuige ter plaatse spreekt alleen over een moeder  van Roodkapje en niet over een vader. We mogen aannemen dat het hier om de grootmoeder van moederszijde gaat.

Bij aankomst klopte Roodkapje aan de deur van het rustieke huisje, gelegen in het donkere bos. De grootmoeder riep haar binnen om vervolgens het meisje aan haar bed te ontbieden. Achteraf blijkt dat Roodkapje de situatie niet vertrouwde en stelde enkele kritische vragen zoals; Oma wat heeft u grote oren en waarom heeft u zulke grote tanden? Juist op het moment dat Roodkapje wilde vluchten sprong de grote boze wolf, vermomd als grootmoeder uit het bed. Hij vrat haar met kapje en al op zodat ze samen met haar grootmoeder gevangen zat in de buik van de wolf.

Naar blijkt, ging de wolf een dutje doen en zijn gesnurk trok de aandacht van de jager die in de buurt van het huisje was. Naar eigen zeggen ging hij binnen en trok zijn mes. Hij twijfelde geen moment en bevrijdde Roodkapje en haar grootmoeder door de buik van de slapende wolf open te snijden.  Nadat zij met vereende krachten de buik van de wolf volgestopt hadden met stenen naaide de jager de buik vakkundig dicht. Het drietal besloot om de wolf achter te laten en het bos in te trekken.

Enkele uren later werd de wolf wakker en bewoog zich richting de waterput om te drinken. Het gewicht van zijn buik sleurde hem de diepte in, aldus de patholoog anatomen, de heren Grimm.

Roodkapje en grootmoeder meldde aan onze bron dat zij het onbegrijpelijk vinden om na 150 jaar nog steeds de truc van de wolf niet door te hebben.

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: