Archief voor Categorie Uncategorized

Wie denken wij eigenlijk te zijn? De Zwarte Pieten discussie.

De ‘witte’ Nederlander heeft zijn mening snel gemaakt: “Zowel pro als anti Zwarte Piet groeperingen zijn fout.” “Laten we rustig blijven. Het is een kinderfeest.”

Maar is dat terecht?

Zelf ben ik ook een ‘witte’ Nederlander, maar ik kan niet bepalen hoe de ‘zwarte’ Nederlander zich moet opstellen. Eenvoudigweg omdat ik mij niet in die positie voorstellen kan. Toch heb ik mij te lang neutraal opgesteld. Tot dit jaar, waar de ene racistische gebeurtenis de ander in rap tempo opvolgt.

Eergisteren ging ik met mijn dochter naar de intocht van Sinterklaas in Den Haag. Er is veel politie op de been, en je voelt de spanning. De kinderen langs de straten, kijkend naar de intocht, hebben nergens last van, maar menig volwassene wel.

Tekening door Tom Janssen

Waar ligt dat aan? De mensen die willen dat Zwarte Piet zwart blijft, ondanks dat veel mensen zich gekwetst voelen, of de mensen die Zwarte Piet liever zien verdwijnen, omdat dit voor hen zeer beledigend is?

Even alles op een rijtje, van de afgelopen week:

Een bijeenkomst van KOZP (Kick Out Zwarte Piet) dat ruw verstoord wordt door extremistische jongeren die de mensen binnen in het gebouw doodsangsten hebben laten uitstaan.

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/11/08/bijeenkomst-kick-out-zwarte-piet-in-den-haag-bestormd-a3979715

Een voetballer van Excelsior die vanaf de tribune (vak Den Bosch aanhangers) uitgemaakt wordt voor k-neger, k-zwarte, katoenplukker, en zwarte Piet. Zelfs een van de hooligans meent zijn tirade kracht bij te moeten zetten met een Hitlergroet. Hulde aan de scheidsrechter die zeer adequaat ingreep.

https://twitter.com/FOXSportsnl/status/1196068203090329610?s=09

Net zo erg is de eerste reactie van het bestuur van de voetbalclub FC Den Bosch. De gebeurtenis wordt afgezwakt. De voetballer stelt zich aan, en er zijn alleen maar kraaien geluiden gemaakt. Daar kwamen zij een dag later op terug.

Op Social Media circuleert een video van een vrouw die zeer boos is op een oudere man en vrouw in de trein. Het blijkt dat de oudere vrouw, het 6 jarig dochtertje van de filmer (de moeder) heeft uitgemaakt voor Zwarte Piet, nadat zij niet snel genoeg doorgelopen zou hebben.

De politiek probeert uit alle macht afzijdig te blijven. Behalve waar het echt niet anders kan, spreekt een enkeling zich uit. Laatst schreef iemand: “De Zwarte Pieten discussie wordt steeds meer een nationale IQ test.” Ik probeer zeker niet te generaliseren, maar het begint wel steeds meer bewaarheid te worden.

Want hoe dom kun je zijn, om iemand met de dood te bedreigen, of iemand in het diepste van zijn ziel probeert te raken, of een kind aanvallen op zijn huidskleur?

Hoe dom kun je zijn, om te bepalen dat de ‘zwarte’ medemens zich niet zo moet aanstellen?

En hoe stom kun je zijn, ten koste van heel veel diep gekwetste mensen, een traditie in stand te willen houden, die voor de kinderen (daar waar het hele feest om draait) geen enkele meerwaarde heeft, of de Piet een kleur heeft of niet?

Waar is in godsnaam ons fatsoen gebleven?

Een reactie plaatsen

Hoe kom je ooit thuis?

Het mooie aan seniorenwoningen, is het gemak. Voor de ouderen is overal rekening mee gehouden. 

Binnen is het zo ingedeeld dat je er op hoge leeftijd kunt blijven wonen. Buiten, het balkon of de tuin is dan makkelijk toegankelijk. De weg ernaar toe; de straatnamen, huisnummers en natuurlijk de brede toegang tot de voordeur. 

Maar het wil nog weleens voorkomen dat dit allerminst een prettige thuiskomst is. U kunt zich voorstellen, dat reeds bij een lichte vorm van dementie, dit een vrij ingewikkelde zaak wordt. Zeker wanneer het hier een flatgebouw betreft, en de weg naar de voordeur niet logisch is ingedeeld. Zo ook deze flat op onderstaande foto’s. Loopt u even mee, door een van de hoogbouw woningen, in een kleine wijk van Den Haag.

Dit is de entree, met heel veel nummertjes. Links en rechts.

Dit van dichtbij gezien. Ziet u de logica?

Dan volgen er drie liften, in het gebouw van 13 verdiepingen. Een lift gaat naar een bepaald aantal etages, de tweede weer naar een ander aantal, en zo ook de derde. Wanneer men, met een scootmobiel de rechterlift in moet, dan komen goede stuurmanskunsten zeker van pas. Vooruit, insteken, achteruit, weer insteken. En bij het verlaten van de lift, in omgekeerde volgorde.

En dan vervolgens de huisnummers bij de galerijen.

Nu zullen de meeste mensen hier geen problemen ondervinden, maar stelt u zich eens voor wanneer vergeetachtigheid u parten gaat spelen. 

Een reactie plaatsen

Smartphone gebruik, kinderen

De titel suggereert het gebruik van smartphones door kinderen, maar hoe zit het eigenlijk met de ouders?

Zojuist las ik een artikel over kinderen die zich storen aan het gebruik van smartphones, door ouders.

Regelmatig zie ik op straat, vaders en/of moeders lopen met aan de ene hand het kind en aan de andere, de smartphone. Er wordt veelvuldig getypt, gekeken en gebeld. Het kind is het normaal gaan vinden, en zeurt niet eens meer. Eigenlijk is dit heel triest. De tijd die je met je kinderen kunt doorbrengen, is minder vaak dan je zou willen. Juist die tijd samen kun je gebruiken door bijvoorbeeld het kind belangrijke levenslessen mee te geven. Kleine zaken zoals; Geen troep op straat gooien, op een zebrapad hebben voetgangers voorrang, laat oude of minder valide mensen zitten in de bus. Sta gewoon op, en bied je plaats aan…
Kleine dingen zijn dat, maar ook grote zaken zoals veiligheid. Pas op met oversteken.

Maar in en in treurig is toch de gemiste kans, om gezellig met je kind te praten. Over bijvoorbeeld gevoelens: Hoe voel jij je vandaag? Heb je wat leuks gedaan op school? Wat wil je later worden? Wat is jouw favoriete kleur, of getal?
Vorige week, presenteerde een bedrijf, een zoutvaatje voor op tafel, die elke smartphone verstoort in de buurt. Handig voor ouders die graag gezamenlijk willen eten zonder het wereldwijde web aan tafel te hebben. Prachtig, zou je denken, maar ik was verbijsterd.Wat is er mis met regels? Bijvoorbeeld: Geen smartphones aan tafel. Maar als de ouders dit zelf af en toe doen, wat verwacht je dan van de kinderen?

Ja, ik kijk ook regelmatig op mijn smartphone. Het is een geweldige uitvinding, en een onbegrensde informatiebron. Maar zodra ik met mijn gezin aan het eten ben, of we gaan ergens naartoe, dan blijft het apparaat in mijn zak. Hooguit komt deze even tevoorschijn wanneer we de vertrektijden van het OV willen weten. Ik heb zoveel gesprekken gehad met mijn kinderen, en ik hoop dat er nog vele zullen volgen. Over een aantal jaren zijn zij volwassen, en de tijd van dat gezellig keuvelen over de eenvoud van het leven, komt dan nooit meer terug…

Een reactie plaatsen

Paarden aaien

Wij lopen door het centrum van Den Haag, en daar zien wij een draaiorgel, getrokken door een allerliefst oud paard.

“Kijk!”zeg ik tegen mijn dochtertje, en wij lopen beiden naar het paard toe. Ik haal haar over, het paard te aaien. Zij vindt het spannend, maar toch zet zij door en aait het oude dier over zijn hoofd. Iets later, tijdens onze wandeling, zeg ik: “Leuk hè? Heb je weleens een paard geaaid?”

“Ja” zegt mijn dochter.

“Wanneer dan?”

“Daarnet nog…”
Afijn, we lopen verder. Enkele minuten later komt zij terug op het paarden aaien. “Maar, elke maandag, wanneer wij gaan wandelen met de klas, dan komen wij langs een paardenweide en daar mogen wij dan de paarden aaien.” “Oh, dát is leuk” antwoord ik. Zij vervolgt: “Maar soms aaien wij de paarden niet.” Ik vraag haar: “Wanneer dan niet?”

Zij: “Als de paarden er niet staan…”

Een reactie plaatsen

Het Nederlandse volk

Door Frank Beuken

Een goedlachs, vriendelijk en ruimhartig volk. Dat is wat wij willen zijn en lange tijd waren. Langzamerhand vergaat ons het lachen, en de ruimhartigheid wordt ook laagje voor laagje weggepoetst. De harde kern wordt reeds zichtbaar.

image

Waarom gebeurt dit? Is het omdat de meerderheid het vechten voor behoud van ons mooie karakter moe is, en een kleine groep kans ziet zich te profileren?
Ik bedoel, in de jaren tachtig bestond er ook extreem rechts. Op het achterste bankje, van de tweede kamer zat een zieke kip, stoïcijns voor zich uit te kijken. Hans Janmaat van de Centrum Democraten. Deze fractievoorzitter werd genegeerd door de parlementsleden. Wanneer hij sprak, wachtte men af en vervolgens gingen de leden verder met de agenda. Niemand reageerde op hem. En het werkte. Hij kreeg geen parlementslid mee in zijn betoog. Op straat werden veel acties gevoerd tegen onrecht en voor gelijkheid. Men was alert, om ervoor te zorgen dat neo-nazi’s en aanverwanten geen ruimte kregen. Nu hebben zij alle ruimte. Een gat, achtergelaten door jou en mij.

Passiviteit is de grote schuldige. Én de media snoept van de grote bek van de heer Wilders. Een vrijbrief voor zijn volgers om dit op straat ook te doen.

Men vindt dat bepaalde beleefdheidsvormen niet meer nodig zijn. Je trekt een grote bek open en niemand die jou tot de orde roept. Het mag allemaal. Het besef van manieren lijkt langzaam weg te ebben.

Een voorbeeld: U, een Nederlandse man loopt over straat en wordt tegemoet gelopen door een Islamitisch gezin. Man, vrouw en twee kinderen. U vermoedt dat zij nog maar net in Nederland zijn.De kinderen schenken u geen aandacht, omdat zij in hun eigen speelwereld verkeren. De man groet u en de vrouw kijkt u kort aan en draait haar hoofd weg. (In meerdere culturen is het de vrouw niet toegestaan om een man te groeten.)

Nu, kunt u twee dingen doen: Of u loopt op de vrouw af, geeft haar een schouderklop en zegt: “Goedemiddag, mevrouwtje!” Gewoon omdat u wilt provoceren. Op de manier van; wij gaan nu eenmaal zo met elkaar om hier in Nederland. Hierdoor raakt het gezin in de stress (cultuurschok) en als gevolg daarvan raakt ook u in de stress en het hek is van de dam. U zult geen duimbreed toegeven, want u gaat zich niet aanpassen aan ‘hun cultuur’. “Nee, laten zij zich maar aanpassen!”

Eerlijkheidshalve, zou ik zo’n schouderklop ook niet echt op prijs stellen. Zelfs bij de Fransen of de Duitsers is bij een eerste ontmoeting, een beleefdheidsvorm van toepassing. Toch mag ik de Nederlandse manier graag. Een zeer amicale omgangsvorm.

De tweede manier is een soort van terughoudendheid te overwegen. In plaats van de schouderklop en het luidruchtig groeten, kunt u ook even glimlachen en een knikje met het hoofd maken. U heeft dan toch gegroet en voor de vrouw is het minder shockerend. De volgende dag zal de vrouw u naar alle waarschijnlijkheid langer aankijken en u zelfs een glimlachje toebedelen. Het duurt wat langer, maar met een beetje geduld en begrip, maakt dit gezin zich de Nederlandse gewoonten snel eigen, zonder dat iemand hierdoor gekwetst wordt.

En voor u het weet, krijgt u van de vrouw een ferme schouderklop!

, , , , ,

Een reactie plaatsen

De buurman

Door Frank Beuken

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Luister, meisje! Nu moet het echt afgelopen zijn met die bal! Dit is al de zoveelste keer deze week dat jij hem over de schutting schopt! Dit is de laatste keer! Heb je mij begrepen?” Anne krijgt een rood hoofd en knikt. “Sorry, buurman, en zij draait zich geschrokken om. De buurman kijkt haar nog na en krabt wat achter zijn oor. Hij weet dat de moeder van het meisje al een lange tijd ziek is. Ben ik misschien te streng voor haar geweest? vraagt hij zich af. Hij gaat verder met het bij elkaar harken van de bladeren. Amper vijf minuten later komt de bal weer over de schutting, en deze keer valt de prachtige terracottapot met zeldzame varens, aan diggelen. De buurman wordt boos: “Nu ben je echt te ver gegaan, Anne! Ik snijd de bal in…” Verschrikt kijkt hij Anne aan. Zij heeft zich op het gras laten vallen en begint hard te huilen: “Ik ben zo bang!” roept zij uit. De buurman klimt zonder aarzelen over de schutting en vraagt aan haar wat er scheelt. Het meisje huilt aan een stuk door, totdat de buurman haar optilt en haar troost. Anne komt tot bedaren en vertelt dat haar moeder die morgen is overleden.

Een reactie plaatsen

De schoonmoeder

Door Frank Beuken

 

Kofferbak“Met Anneke.” “Ja, met mij, je schone zoon!” “Laat dat schone maar weg. Dat heb ik al verorberd!” klinkt het cynisch, aan de andere kant van de lijn. “Verdomme, Anneke! Je zou daar niet meer over beginnen! Het is een keer gebeurd. Ik wil niet dat Johanneke erachter komt!” antwoordt Peter duidelijk geërgerd. “Eerlijk gezegd Peter, begrijp ik niet wat zij in jou ziet. Je loopt erbij als een arme sloeber en je hebt geen behoorlijke baan om haar te onderhouden.”

 

“Daar had jij toch ook geen probleem mee, toen wij die nacht samen waren?” “Ach, Petertje, zelfs daar presteerde jij niet veel.” Ben je dronken, Anneke?” “Nee, hoezo?” “Nu ja, ik ben dit niet van jou gewend.” “Ach, Peter. Je zou eens een glas moeten proberen. Dan ben je misschien meer te genieten. Eerlijk gezegd, is Hendrik-Jan een veel betere partij voor Johanneke. Hendrik-Jan heeft een goede baan bij de bank, iets waar jij alleen maar op zit, en hij kleedt zich bijzonder goed, én hij vindt het wel gezellig om samen een glas wijn te drinken. Iets wat jij telkens afslaat. “Wat?” zegt Peter verschrikt. “Je bedoelt ‘samen’…?”

Een reactie plaatsen

De man en de herfst I

Door Frank Beuken

A long bench

Het is nog maar zes uur in de ochtend, net voorbij de schemertijd. Over een week of twee zal de zon mij niet meer begroeten, want de dagen worden almaar korter. Dan ben ik weer afhankelijk van de digitale wekker, verhuld in een ouderwetse ‘rinkelklok’ met bijkomend getik. Een zacht getikweliswaar, maar zodra het buiten stil is, zorgt dit geluid dat ik geregeld de slaap niet kan vatten.  Mijn hoofd bonkt van een glas wijn teveel, bij het etentje gisteravond van onze buren.

Ik merk dat het mij de laatste tijd sowieso zwaarder valt om ’s morgens op te staan. Pauline meent dat het met het oude springveren matras te maken heeft, dat ik na tien jaar nog steeds niet wil vervangen voor een modern comfortzonematras. Toch vind ik het knap van die reclamemensen. Telkens weer verbaas ik mij over de nieuwe benamingen die zij uit hun mouw schudden. Comfortzone- of intelligent ontspanningsligbed. Voor mij blijft het een matras. Ikzelf denk dat het problematische opstaan met mijn leeftijd te maken heeft. Pauline doet het af als onzin en zegt: “Je bent zo oud als je jezelf voelt!” en: “Op je veertigste ben je nog helemaal niet versleten!” Zij kan mij nog meer vertellen, maar ik besef heel goed dat ik ouder wordt. De jongeren die ik tegenkom zien in mij een oudere man. Dit besefte ik voor het eerst toen een jongen mij met u aansprak: ” Meneer, weet u hoe laat het is?” Nog in een roes druk ik de schakelaar van het koffieapparaat in, en ik sjok naar de badkamer. Ik draai de kraan van de douche open. Ik zie nog net het gezicht van de maandagochtendman, voordat het verdwijnt achter de beslagen spiegel. Alles gaat op een manier waarvan je weet dat dit al jaren elke dag wordt herhaald. Pas wanneer ik met mijn ogen dicht, onder de douche het stuk zeep niet kan vinden, word ik echt wakker. Alsof het automatische proces wordt onderbroken. Bij het afdrogen van mijn rug denk ik telkens weer: Daar zouden ze toch iets anders op moeten verzinnen. Het is een veel te ingespannen beweging om je rug goed droog te krijgen. Geërgerd over het feit dat ik mijn hemd wat voel plakken, loop ik kauwend op mijn tandenborstel naar de keuken. Het is de geur van koffie die mijn humeur weer wat opbeurt. Bijna vanzelfsprekend wil ik de lade van de servieskast opentrekken om een sigaret te pakken,maar ik ben sinds twee weken gestopt. Het is te veel voor een mens in de vroege ochtend. Tussen de wekpotten, op het bovenste schap bij het fornuis, ligt een e-sigaret. Waarom deze daar ligt en niet op een wat logischer plaats is waarschijnlijk mijn eigen schuld. Zoals gezegd, een glas teveel op doet een hoop vergeten. Aan de keukentafel drink ik mijn koffie en lurk bijna fanatiek aan de e-sigaret. Het is alsof de vloeibare nicotine in dat ding mij nooit voldoening geeft. De verpakking beweert echter anders. Een krant en een tablet. Persoonlijk kies ik voor de conventionele krant maar mijn kinderen zweren bij de tablet, en zij vinden dat ik er ook maar mee moet leren omgaan. Zij vinden het storend wanneer zij mij om hulp vragen, en ik meestal mijn schouders ophaal en duidelijk laat merken dat ik het maar een onding vind. Ik doe een aantal pogingen om het nieuws online te lezen, maar het is toch niet hetzelfde. Voorzichtig schuif ik het apparaat opzij en ik sla de krant open. Er gaat niets boven het geritsel van het papier met een groot overzicht. Alsof je makkelijker kiezen kan waar je begint te lezen. Onderaan, in het midden, of eerst de kop van de krant: De begroting is klaar voor prinsjesdag. ‘Hoe zit het eigenlijk met onze begroting?’ vraag ik mij af. Ik zal Pauline, vanavond eens vragen. Nu is het niet zo dat ik geheel ouderwets ben, hoor. Voor mijn afspraken en bereikbaarheid heb ik een smartphone aangeschaft, en voor mijn werk kan ik niet zonder een computer. Ik denk dat het meer de rust is die ik vind in simpele zaken, zoals een krant. In mijn linkerhand houd ik mijn grote kop koffie omklemd en in mijn rechterhand de e-sigaret. Een asbak zou nu wel aangenaam zijn geweest, zodat ik dat ding even kan neerleggen zonder dat het lekt op het tafelkleed. Pauline heeft mij daar al een paar keer voor gewaarschuwd. Wanneer ik goed en wel klaar ben voor vertrek, loop ik nog even de tuin in. Ik haal een paar keer diep adem en het is duidelijk. De zomer loopt op zijn eind. Het wordt kouder in de ochtenden, en ik weet niet of ik het mij inbeeld, maar de lucht wordt zuiverder.  Alsof ik dieper kan inademen. De moestuin ligt er wat verlept bij. De tomatenplanten rottend op de aarde en geen courgette meer te bekennen aan de lange uitlopers van de plant. Mijn sloffen zijn doorweekt van het vochtige gras, iets wat ik elke ochtend schijn te vergeten in deze tijd van het jaar.  Nog even droge sokken aandoen. Mijn schoenen staan keurig op de plek waar ik ze elke ochtend vind. In het schoenenkastje naast de achterdeur, terwijl ik ze elke avond, onder de keukentafel uittrap. Ik draai de deur op slot, want Pauline hoeft pas een uur later op te staan. Met de mouw van mijn jas veeg ik het zadel van mijn fiets droog. Voor de tas heb ik met mijn laatste verjaardag een handige beugel gekregen, gemonteerd op de bagagedrager, waarin mijn tas past. Pauline en de kinderen hadden dit bekokstoofd nadat ik mijn tas tot twee keer toe ben kwijtgeraakt. De eerste keer is mijn tas op weg naar het station op onverklaarbare manier verdwenen, terwijl ik deze achterop mijn fiets had. Pauline meende dat ik de tas niet op de juiste manier onder de snelbinders had bevestigd. De tweede keer is de tas aan de zijkant van de fiets terechtgekomen toen ik de winkelstraat naar beneden fietste, en op het laatste moment moest uitwijken voor een dronken man. De tas raakte tussen de spaken van het achterwiel  en ik kwam tot stilstand tegen een geparkeerde auto. Toen ik bijkwam lag ik in het Radboudziekenhuis en om mij heen zaten Pauline en de kinderen. “Je hebt een ongeluk gehad, pap!” sprak mijn dochter zeer luid, alsof ze het vermakelijk vond. Mijn zoon kijkt mij niet eens aan en zit met zijn armen strak over elkaar. Zijn gezicht verraadt een zojuist aangekomen standje van zijn moeder. “Schat, je hebt een enorme smak gemaakt. Buiten een hoofdwond heb je een gebroken sleutelbeen en drie gekneusde ribben. Volgens de dokter ben je over drie weken weer op de been,” zei Pauline, terwijl zij mijn hand vastpakte. Ze keek mij medelijdend aan,maar daarachter schuilde een afkeurende blik. “Wat heb je jezelf toch weer aangedaan” Ik hoorde het haar zeggen. Het heeft nog zeker een maand geduurd voordat ik weer naar mijn werk kon. Met mijn linkervoet op het pedaal maak ik met mijn rechtervoet, een paar ferme stappen en ik spring vervolgens behendig op defiets. Na nog geen 5 minuten fietsen, zijn mijn handen ijskoud. Ik blaas met mijn mond warme lucht, eerst in de ene dan in de andere hand. Ja, het wordt echt kouder. De route van mijn huis tot aan het centraal station van Nijmegen is ongeveer een half uur. Een heerlijke fietstocht over de dijk. De mistbanken bedekken de Waal geheel en sluipen langzaam over het wit uitgeslagen gras van de uiterwaarden. Waar je ook kijkt, zie je groepjes ganzen die druk gakken over de volgende reis. In het begin van de winter is het hier een komen en gaan van enorme vluchten ganzen. In V-formaties vliegen zij over de Ooypolder. Duizenden komen uit het koude noorden en nog eens duizenden verlaten de polders om zuidwaarts te keren. Maar nu is het relatief rustig. De winter zal nog wel een tijd op zich laten wachten. Zwanen, reigers en ooievaars maken deel uit van de vele soorten vogels, die men hier ziet. Het wegdek van de dijk is nat en boombladeren en takjes liggen her en der verspreid.
De zomer is voorbij.

Een reactie plaatsen

Degenen

Door: Frank Beuken

Complexiteit

Complexiteit

De eerste herfststorm jaagt over de hoge dijk. Er is een spel gaande, tussen de bus en de natuur. De wind probeert de bus van de dijk af te duwen, maar de chauffeur trekt het stuur uit alle macht naar rechts om op de smalle strook asfalt te blijven. Een school bladeren van hoge populieren waaien in een ruk los en schieten voorbij. Een enkel blad rust kort op de voorruit, precies in het gezichtsveld van de bestuurder. Het lijkt hem niet te deren, omdat zijn dans met de storm zijn hoogtepunt heeft bereikt. Bij een korte bocht naar rechts schiet het achtergebleven blad weg, en de chauffeur kan weer rechtop zitten.

De dijk komt ten einde en de handvol passagiers zijn zichtbaar opgelucht. Nu is het nog een kleine afstand door de drukte van de stad. De chauffeur is duidelijk meer op zijn gemak dan net op de dijk. De fietsers die hem aan alle kanten voorbij razen, lijkt hem niet te deren. Hij lijkt stoïcijns in de ogen van de voetgangers, die hem vragend aankijken, want zij willen oversteken. Bij het centraal station van Nijmegen komt de bus tot stilstand. Godzijdank dat wij er zijn! Rond deze tijd van het jaar, wanneer het buiten fris aan het worden is en ik met mijn dubbelknoops zeemansjas in de bus zit, word ik loom door de warmte en heb ik het gevoel dat er een gebrek aan zuurstof is. Met kloppend hoofd sta ik op het grote plein voor het station. Een paar keer wapper ik met mijn jas om weer wat af te koelen. Dan schiet ik weer vol. De tranen rollen als warme druppels over mijn hoogrode gelaat. Wat eens zo vanzelfsprekend was lijkt nu zo ver weg. Daar sta ik  met mijn 52 jaar, als een kind te huilen. De vrouw, van mijn leeftijd, op zoek naar haar ware vader, kwam via onderzoek bij mijn vader uit. Hij zou zonder twijfel ook haar vader zijn. Dit zou blijken uit documenten die door hem zijn ondertekend. Mijn zus en ik stonden bloed af, voor een DNA-test. De vrouw bleek echter geen dochter van mijn vader te zijn. Er was niets van enig verwantschap te vinden en omdat haar moeder reeds overleden is, blijft er voor haar niets meer over dan te accepteren dat zij nooit zal weten, wie haar biologische vader is.  De schok voor mij kwam echter daarna. Niet lang nadat de vrouw het slechte nieuws had vernomen , kreeg ik te horen dat ik maar voor de helft verwant ben aan mijn zus! Wie had dat gedacht? Mijn vader is niet mijn biologische vader. Begrijp mij niet verkeerd, ik heb daar geen moeite mee. Net zo min als een paar jaar geleden, toen hij stierf. Nee, ik heb nooit een band gehad met mijn vader. Misschien had ik toentertijd al kunnen bedenken dat hij niet mijn echte vader was. Het is eerder de angst voor wat er staat te gebeuren: Ik moet mijn andere broers en zussen inlichten. Ik zal hen het nieuws moeten vertellen dat ik maar een halfbroer ben. Zelfs mijn achternaam kan in de prullenbak. Ik moet mijn vrouw en kinderen vertellen dat wij afstand moeten doen van onze familienaam, dat er weldra een andere naam voor in de plaats komt en dat hij toch niet hun opa was. Dát is het, waar ik zo tegenop zie. Alsof je identiteit een enorme dreun krijgt. De geschiedenis brokkelt voor de helft af, en dat gedeelte moet weer van de grond af aan worden opgebouwd. Nadat ik weer enigzins tot mijzelf gekomen ben, loop ik naar het station. Ik kijk vluchtig op de klok en er blijft nog tijd over om een koffie te kopen, voor in de trein. De wind jaagt over de perrons. Ik ga in een stevige looppas naar perron 1A. De trein naar Utrecht staat klaar. Eenmaal binnen twijfel ik doorgaans of ik beneden of boven ga zitten, in de dubbeldekstrein. Boven is het mij te benauwend, door de lage plafonds, en beneden is het te laag. Daar kijk je tegen de voeten van wachtende passagiers op het perron aan. Wanneer ik eenmaal besloten heb om boven te gaan zitten maak ik rechtsomkeert om beneden plaats te nemen, waar het toch beduidend rustiger is. Wetende dat de trein in Arnhem de andere richting opgaat, ga ik met mijn rug in de rijrichting zitten. Ik heb dan zo’n binnenpretje wanneer ik mensen de andere richting op zie zitten. Alsof ik de enige ben, die weet wat daar in Arnhem te gebeuren staat. Ergens halverwege de coupé neem ik plaats waar vier passagiers tegenover elkaar kunnen zitten. Nu zit ik er nog alleen, maar bij de volgende stations zal dit snel veranderen. Ik zet mijn beker koffie op het tafeltje en ik leg mijn jas naast mij neer. Op het moment dat ik de krant opensla, zet de trein zich in beweging. Van lezen komt niets terecht, want ik ben met mijn gedachten alweer bij het DNA-onderzoek. Natuurlijk nam ik direct contact op met mijn moeder. Ik legde haar de uitslag voor en er volgde een korte stilte  Eigenlijk wilde ik wachten totdat ik haar zou zien in het ouderlijk huis, maar dat soort geduld bezit ik nu eenmaal niet. “Nou, dat kan helemaal niet, hoor!” riep zij verontwaardigd uit. “Je vader is de enige man in mijn leven geweest.” Ik probeerde haar het een en ander duidelijk te maken maar zij hield voet bij stuk; het is onmogelijk. Het gesprek duurde nog geen vijf minuten en ik bel haar terug wanneer ik meer informatie heb. Vanmiddag om twee uur heb ik een afspraak met de verantwoordelijke arts in het UMC Zij zal mij dan, hopelijk meer duidelijkheid verschaffen omtrent deze mogelijke vergissing. De hele reis is aan mij voorbij gegaan. Intussen rijdt de trein het centraal station van Utrecht al binnen. De mensen die om mij heen zitten, zie ik nu pas voor het eerst. Zelfs mijn jas ligt op mijn schoot in plaats van op de stoelen. De koffie, in de meeneembeker is onaangeroerd. De hele mensenmassa gaat naar de uitgang en ik laat mij meevoeren door de waas waarin ik verkeer. Na een klein halfuur ben ik aangekomen bij het ziekenhuis. Mijn hart gaat vreselijk tekeer. Bang voor wat er komen gaat. Het is zover! De vriendelijke jongeman aan de balie knikt vriendelijk naar mij en vraagt of ik met hem wil meelopen. De ene gang na de andere. Eerst links, dan rechts, nog eens rechts en vervolgens weer naar links. De deur staar open. “Gaat u maar naar binnen, meneer.”Hij doet een stap opzij om de weg voor mij vrij te maken. De arts staat op en komt met uitgestoken hand op mij af. “Goedemiddag, gaat u hier maar zitten.” Onwennig kijk ik om mij heen voordat ik ga zitten. “Ik heb begrepen dat u nog vragen heeft over de uitslag?” zegt zij. Stotterend begin ik de woorden te vinden: “Kan het zo zijn, dat er met het onderzoek fouten zijn gemaakt? Ik bedoel, hoe zeker is het dat mijn vader niet de verwekker is?” De arts lijkt wel ietwat verbaasd en haar ogen worden groter. “Maar meneer, het gaat om uw moeder!”

Een reactie plaatsen

Interview Maryam H’Madoun in De Morgen: ‘Ik verzet mij tegen onrechtvaardigheid, welke vorm het ook aanneemt’

Een essentieel interview tegen onwetenheid

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: