Archief voor Categorie Boeken

In de schaduw van de liefde – Kort verhaal

Front

ISBN: 9781310877599 (c) 2014

 

 

Het misverstand

“Vijf bier en twee whiskey!” wordt er vanuit de derde rij aan de bar geroepen. “Je moet op je beurt wachten!” schreeuw ik boven de muziek uit wat bijna niet te doen is. Gebaren werken hier beter dan praten. De dansvloer staat vol met mensen, badend in het zweet. Over de hoofden kijk ik naar de andere bar waar druk geduwd en getrokken wordt. Er is daar iets aan de hand en voor de veiligheid besluit ik toch maar op de alarmbel te drukken. Al het personeel kent deze hoge fluittoon en weet dat er elk moment vijf uitsmijters aan de bar zullen staan. Wanneer ze in het zicht komen steek ik mijn armen omhoog en gebaar dat ze naar de andere bar moeten. Het is een kwestie van twee minuten en dan is het alweer voorbij. De ruziemakers worden vakkundig beetgepakt door uitsmijters en snel door een van de nooduitgangen naar buiten gewerkt. Wat daarna gebeurt heb ik geen zicht op. Dit tafereel herhaalt zich zeker een paar keer op zo’n drukke zaterdagavond. De deejay zet zijn volgende dansplaat op nadat de mensen even uitrusten aan de rand van de vloer. De eerste basgeluiden van het nummer Killer van Seal klinken al luid uit de speakers. De enorme baskasten zorgen voor de trillingen die overal merkbaar zijn. De glazen dansen letterlijk mee op de bar. De dansvloer vult zich met rook, de basdreunen rollen als het ware over de vloer en de eerste gekleurde laserstralen komen op vanuit de mist. De dansfanaten lopen weer langzaam naar de dansvloer. Zij staan er allemaal licht met hun hoofden bewegend in afwachting van wat er komen gaat. Het eerste couplet van de danceversie is voorbij en dan springen ze bijna synchroon de lucht in en zoekt iedereen zijn eigen danstijl om in hun eigen werelden te geraken. Telkens wanneer dit nummer gedraaid wordt krijg ik kippevel. Het eerste moment laat mij de hele menigte aan de bar even vergeten en ik laat mij kort meevoeren met de opgebouwde spanning. De bijna perfecte show ingezet door de deejay en de lichtman laten mij wegvluchten uit de waanzinnige drukte. “Hé Simon! Komt er nog wat van?!” riep Jack. “De mensen worden gek hier en als het zo doorgaat komen ze over de bar heen!” Ik steek mijn hand omhoog ter verontschuldiging aan mijn collega en hoor de klanten weer schreeuwen. Door een korte knik laat ik de volgende weten dat ik hem gehoord heb en draai behendig twee glazen om en Jack smijt van afstand de ijsklonten precies in de glazen. Als je al zo’n lange tijd samenwerkt dan gaat dat vanzelf. Niemand hoeft meer iets te vragen. Alleen al door je bewegingen weten de anderen wat je volgende stap is. Ik zet de glazen neer op de bar en draai twee flessen frisdrank de lucht in en ze komen omgekeerd terug in mijn handen. De glazen zijn vol en draai de flessen weer om. Ze komen met een harde knal weer terug op het werkblad. Ik schuif de glazen met een zwaai naar de klant over de kletsnatte bar en onderschep twee bier van Jack die druk aan het tappen is. Met een knikje en een glimlach maakt hij mij duidelijk dat het goed is. Met het teruggeven van het wisselgeld aan de klant word ik alweer aan mijn arm getrokken door de volgende die vindt dat ze al veel te lang heeft gewacht. Ze trekt nog harder aan mijn arm en wenkt met haar andere hand alsof ze mij iets wil zeggen. De meeste mensen die iets willen bestellen doen dat meestal door handgebaren en het bewegen van de mond. Dit meisje wilde schijnbaar wat meer zeggen dan alle anderen hier aan de bar. Ze gebruikt de voetstang als opzet om meer over de bar te hangen en probeert mij wat in het oor te zeggen. Dit is bijna onmogelijk omdat het aantal decibel hier het menselijk stemgeluid ver overstijgt. Ik trek me terug en schud met mijn hoofd en met mijn mondhoeken naar beneden maak haar duidelijk dat ik er niets van begrepen heb. De teleurstelling is duidelijk af te lezen van haar gezicht en om het goed te maken maak ik een rolbeweging met mijn hand en wijs vervolgens naar al die klanten die zich bijna door de bar heen duwen en wijs naar mijn oren. Ik bedoel daarmee te zeggen dat zij het straks nog even moet proberen want het is nu erg druk en de muziek is erg luid. Zij knikt alsof zij het begrepen heeft en zij laat zich weer terugvallen tussen de menigte. De dreunen van de nieuwe plaat kondigen aan dat het echte dansen is begonnen. De deejay gaat over op house muziek en dat trekt nog meer mensen naar de dansvloer. Nu kan ik even naast de bar gaan staan en ik pak een van mijn shagjes uit het pakje. Deze draai ik aan het begin van de avond zodat ik er dan sneller een kan opsteken. In mijn ooghoeken zie ik het meisje naar mij toekomen die probeerde mijn aandacht te trekken aan de bar. Zij pakt mijn arm even vast en roept wat in mijn oor. Ik trek een lichtelijk geirriteerd gezicht omdat ik haar niet kan verstaan. Het is voor ons bijna onmogelijk om te praten. “Anouschka!” zegt ze luid. “Ik heet Anouschka!” Ik glimlach naar haar en vraag haar wat ze wil. “Mag ik vanavond op je wachten?”. “Op mij wachten?”, vraag ik haar verbaasd. “Mag ik nog even met je praten wanneer je klaar bent bent werken?” en zij kijkt mij aan met haar bijna zwarte ogen die afsteken bij haar melkwitte gezicht. Zwarte haren met grote krullen dansen op haar schouders. Zij doet me denken aan Katja van de lagere school met haar diepe donkere ogen. “Waarom wil je dan met mij praten?” vraag ik haar. “Gewoon zomaar”, en haar blik werd van blijheid enigzins onzeker. “Ja, dat is goed Anouschka, ik meld het zo even bij de portier.” Alle gasten die na willen blijven wanneer de avond ten einde is moet dit eerst melden bij de portier anders word je er zonder pardon uitgegooid. Zij houdt mijn arm nog even vast en de glimlach komt weer terug op haar gezicht. Dan verdwijnt ze weer in de mensenmassa en ik druk mijn peuk uit aan de zijkant van de bar. Nog een slok whiskey en ik ga weer terug naar mijn plaats om de dorstige kelen te vullen nadat de eerste houseplaat ten einde is. De hele stroom mensen die de dansvloer verlaten en een tegengestelde stroom die de vloer weer opgaat. Het is een spel van dansers die als twee rivieren tot elkaar komen. Bijna als twee bewegende spiralen die in elkaar grijpen.

Ik krijg het zoveelste bierviltje tegen mijn hoofd geworpen van drie jongens aan de hoek van de bar. De glazen voor hun pak ik af en ik schreeuw dat het nu genoeg is. “En nu oprotten!” Een van hen gooit de asbak naar mij toe die vervolgens tussen de flessen sterke drank in de schappen achter de bar belandt. Het is Chris, een barkeeper die mijn collega komt aflossen, die de jongen letterlijk over de bar trekt. Hij ligt op de grond tussen onze voeten. Chris schopt hem een paar keer flink in zijn buik. De twee anderen zijn al nergens meer te bekennen. De uitsmijters waren al gewaarschuwd en kwamen met hun grote lijven achter de bar. De jongen werd aan zijn shirt meegesleurd en verdween met de kleerkasten via een van de zij-ingangen die als nooddeur dienen. “Verdomme Chris! Hoe zag je dat nou zo snel?” “Ik had ze al een tijdje in de gaten en wachtte op het juiste moment!” zei Chris. Ik geef hem een schouderklop en bedank hem, ondanks zijn extreme reactie, toch voor de hulp.

De deejay heeft net zijn laatste plaat gedraaid en de TL-verlichting gaat aan. De gezichten van alle mensen zien eruit of zij net wakker geworden zijn. Van de prachtige lichteffecten is niets meer over. Zo zien wij er echt uit. De mystiek van de avond is verdwenen. Het is de kater na een geweldige avond in deze discotheek. De portiers beginnen iedereen naar voren, richting de uitgang te dirigeren. Ik roep een van hen en wijs naar Anouschka die op een afstand van de bar te wachten staat, en vervolgens met mijn vinger naar beneden.Hij weet wat ik bedoel en een goedkeurende knik is voldoende. Het duurt nog geen kwartier of de hele zaal is leeg. Ik wenk naar haar. Zij komt met een brede lach naar mij toe. Een mooie meid. Als barkeeper hier heb je bijna dagelijks aanspraak op deze manier en voor mij wordt dit een leuke nacht. Ik zeg haar mijn naam maar dat weet ze al. “Je moet nog even een half uur wachten totdat ik de bar heb schoongemaakt. De glazenhalers lopen met grote bezems over de dansvloer en het gerinkel van kapot glas maakt een hels kabaal. Ik word op mijn schouders getikt en daar staat Dave de zogenaamde huisdealer. “Waar bleef je verdomme nou?” snauwde ik naar hem. “Ja, ik kwam niet weg bij mijn vorige klanten.” Ik geef hem mijn pak shag en hij neemt onopvallend het geld eruit en plaatst een een wikkel met speed erin terug. Wanneer alles schoon is gemaakt komt al het personeel samen bij deze bar om nog wat te drinken. Meestal een of twee drankjes maar er zijn nachten geweest dat we de deur uitgingen terwijl de winkels in de stad net hun deuren openden. Anouschka komt naast mij zitten en ik vraag haar of ze nog wat te drinken wil. “Ja doe maar een bessenjenever met ijs.” Ik wenk naar Chris: “Een bessen met ijs en voor mij nog een whiskey zonder ijs.” Diana, een collega, kijkt van de andere kant naar mij en dan naar Anouschka. Zij laat haar afkeuring duidelijk blijken dat ik weer een meisje naast mij heb zitten. Met Diana heb ik een paar keer het bed gedeeld maar zij wil verder niets van mij weten. Echter is ze telkens boos wanneer zij mij ziet met iemand anders. Ik heb hier geen zin in en pak Anouschka bij haar arm en neem afscheid van de groep. “ Tot over een paar dagen!” Sinds een half jaar heb ik vrij genomen op aandringen van de John, de eigenaar. Hij vindt dat ik teveel werk.

We lopen de deur uit en de eerste zonnestralen bevestigen het begin van een nieuwe dag. “Vind je het raar dat ik je gevraagd heb?” vraagt zij mij onzeker. “Nee, nee joh, het is prima zo” en we lopen richting mijn kamer op een paar honderd meter van de discotheek. De discotheekgangers hebben de stad alweer verlaten met overvolle bussen en taxi’s. Het enige wat de stilte nu overstemt zijn de voetstappen van de laatste dronkaards, die richting het busplein lopen om de eerste bus van de dag naar huis te nemen. De ratten hebben bezit genomen van de straten. Dit is het enige uur van de dag dat zij nog even hun voedsel uit de vele vuilniszakken bemachtigen alvorens de stad weer tot leven komt.

“Ik wil graag gaan slapen als je het nier erg vindt, Anouschka”, en ik doe de deur open van het huis. Zij kijkt mij stomverbaasd aan en een traan verraadt dat ze geschrokken is van mijn opmerking. “Simon! Laat mij alsjeblieft even mee naar binnen gaan. Ik ben niet voor niets met je meegelopen!” Oke, Anouschka, even dan. Sorry maar ik ben echt doodmoe van het werk.” Ik laat haar voorgaan, zoals mij dat geleerd is door mijn moeder. We lopen de trap op en ik bekijk haar van achteren. Ze draagt een  lange zwarte rok een korte zwarte trui. Haar schoenen lijken net legerkisten. Hoe sierlijk zij de trap oploopt doet mij wat. Ik kijk hoe ze haar slanke hand over de trapleuning laat glijden. Haar linkerarm heeft ze strak naast haar lichaam. De prachtige donkere krullen die tot halverwege haar rug hangen. Ze is mooi. De kamer van mij is verdeeld in een kleine zithoek en achter een halfopen muur staat mijn bed. De kamer bevindt zich net onder het dak. Het uitzicht is prachtig maar je kan hier niet gewoon rechtop staan. De huizen zijn gebouwd in de achttiende eeuw. Waarschijnlijk waren de mensen toen veel kleiner of men wilde graag lage plafonds. Nu kan ik me ook niet voorstellen dat er ook maar iemand op deze zolderkamer woonde. De kamers beneden zijn wel uitgevoerd met hoge statische plafonds. “Ga zitten, Anouschka, maak het je gemakkelijk. Wil je een kop thee?”  Nee, dank je”, antwoord ze zacht. “Kom je even bij mij zitten?” fluistert ze bijna. “Nee, ik ga nu naar bed, kijk maar wat jij doet. Of je blijft hier of je gaat weg. Het is mij om het even.” Ik loop richting mijn bed en kleed mij snel uit en ga onder de dekens. Ik hoor haar snikken. Wat ben ik toch een eikel! Waarom kan ik niet gewoon doen tegen meisjes? Het is iets wat mij onzeker maakt. Want wat wil zij precies van mij? Is het sex? Is het liefde? Is het gewoon een gevoel van intimiteit? Ik kan dat nooit inschatten. Hoe vaak dit al is misgegaan. Een meisje komt op mij af en spreekt mij aan. Nog geen vijf minuten is het gesprek gaande en ik probeer haar dan te kussen. Zij schrikt en wordt boos: “Hoe haal jij het in je botte hoofd!? Ik wilde alleen maar even met je praten!” Ik ben dan compleet verbouwereerd en ik snap er niets van. “Dit wilde je toch?” vraag ik haar. “Nee! Dit wil ik helemaal niet!” En zij boos loopt weg. Een andere keer gaat het meisje weg omdat zij beledigd is omdat ik niet op haar avances ingegaan ben. Haar vriendin vraagt mij dan:” Vind je haar niet leuk, dat je zo afstandelijk bent? Zij is heel gek op je en zij hoopt dat jij het ook op haar bent!” Dat is dan weer zo’n moment dat ik de situatie verkeerd inschatte. Alsof ik het niet zie. Wanneer willen zij nu wel wat en wanneer niet?

Uit het zitgedeelte hoor ik niets meer. Ik zie ook niets omdat ik de ramen heb afgeplakt met zwart plastic. Zo kan ik overdag rustiger slapen. Volgens mij is ze de deur al uit. Ik doe mijn ogen dicht en probeer de slaap te vatten. Net op het moment dat ik mij voel wegzinken in een diepe slaap worden de dekens opgetild. Ik hoor Anouschka zachtjes ademen en ze kruipt met haar naakte lichaam tegen mijn naakte lichaam aan. Ze is heerlijk warm en dat is een welkome afwisseling want door de vermoeidheid en het uitwerken van de speed heb ik het erg koud gekregen. Ik lig op mijn rug en ik geef geen kik. Ze legt haar hand op mijn schouder en vraagt mij zacht: “Slaap je al Simon?” “Nee”, antwoord ik rustig. Haar hand beweegt zich naar mijn borst en met haar slanke vingers en lange nagels krioelt zij over mijn borst. Ik geniet intens. Ze komt dichter tegen mij aanliggen en ik leg een arm onder haar hoofd. Haar borsten drukken zachtjes tegen mijn zij. Ze legt haar hand op mijn wang en draait mijn gezicht naar haar toe. Ik voel haar warme adem tegen mijn lippen en zachtjes kust zij mij. In het begin een beetje aftastend en dan bijt ze zachtjes in mijn onderlip. Wat plaagstootjes met onze tongen en dan wordt het steeds intenser. Ik draai mij om, naar haar toe en streel haar over haar rug. Mijn hand glijdt naar beneden en ik houd haar billen stevig vast. Zij drukt haar kruis tegen mijn bovenbeen en ik voel de vochtige warmte langs mijn huid glijden. Ze klemt mijn been af tussen haar benen en beweegt langzaam heen en weer. Ze komt iets omhoog en haar vagina drukt zich hard tegen mijn penis. Ik wil haar nu echt nemen maar ze houdt mij af. Zij laat mij tot heel dichtbij komen maar zij laat mij niet naar binnengaan. De vrijpartij wordt heftiger en ik houd het bijna niet meer uit. Ik draai mij met een korte ruk bovenop haar en ik roep het uit: “Ik wil je nu!” “Ja, Simon? Wil je mij nu echt?” “Ja Anouschka! Ja ik wil jou nu!” Dan spreidt ze haar benen, zij slaat haar armen om mijn nek en ik dring bij haar naar binnen. Zij houdt mij stevig vast en ik leg mijn handen onder haar schouders. Langzaam beweeg ik heen en weer. Het kreunen van haar maakt mij wilder. Mijn handen in haar prachtige zwarte krullen. Haar handen op mijn kont en ze trekt mij hard en duwt mij dieper. Onze dampende lichamen die zich nog dichter tegen elkaar aandrukken. De zwetende buiken, haar natte borsten tegen mijn borst. Ik schreeuw het uit en zij krijst met mij mee. Ze grijpt mij nog harder vast en zegt: “Blijf bij mij Simon! Blijf bij mij!”

Minutenlang blijf ik nog op haar liggen en dan rol ik mij van haar af. Ik streel en kus haar nog wat en verontschuldig mij dat ik nu ga slapen. “Dat is goed Simon, slaap maar lekker en droom over….” Dat laatste hoorde ik niet meer.

 

***

Aan de warmte te voelen is het al diep in de middag. Ik sta op en klap het raam open. De zon schijnt volop. Ik pak een handdoek en wikkel die om mijn middel. Eerst koffie zetten en douchen. Anouschka ligt nog te slapen. Ik kan nu moeilijk gaan doen en haar wegsturen maar zoals zij daar ligt wil ik haar niet storen. Ik wil de deur van de douche opendoen maar deze zit op slot. Ik bonk op de deur en vraag wie de badkamer bezet houdt. “Ik ben zo klaar!” hoor ik een mannestem roepen. Shit! Dan eerst maar koffie en een peuk aan de keukentafel. Ik doe de ramen hier ook open want het stinkt nog naar rook en drank van gisterenavond. “Verdomme! Weer niets afgewassen! Is er nou niemand hier in het huis die de afwas eens doet!” “Doe het zelf maar een keer, luie gast!”, hoor ik uit een van de kamers roepen. “Klotezooi!” Ik veeg met een hand de troep van tafel om plaats te maken voor mijn koffie en de krant. Een interessant artikel over depressiviteit trekt mijn aandacht. Ik probeer mij te concentreren maar dan gaat de deur van de badkamer open. Nú ben ik aan de beurt, anders gaat er straks weer iemand anders op. Ik doe de deur achter mij op slot en zie de bende van de jongen die net gedouched heeft. Gore rotzooi! Er is ook niet zoveel warm water meer dus de kans is groot dat ik halverwege het douchen koud water krijg. Na het douchen ontdoe ik de spiegel van condens en ik zie mijn kop elke dag ouder worden. “Mijn god, wat zie ik er eruit!” Ik moet nodig iets aan mezelf doen.Het ongekamde langehaar wat steeds meer klitten krijgt. Zelfs met het wassen ervan blijf ik regelmatig vastzitten met mijn vingers. Elke nacht werken, veel drinken en drugs gebruiken. Meer vrienden klagen ook al over mijn leren broek die ik bijna nooit uitdoe en zeker nooit was. Hoe lang houd ik dit nog vol? Hoe ziet mijn toekomst er uit? Als het aan die Anouschka ligt dan zou zij zo met mij samen willen wonen. Mijn keel wordt afgeknepen door de gedachte daar aan. Ik ben een hopeloos figuur die niet weet wat hij wil. Ik sla een keer hard op de spiegel. Een klap die eigenlijk voor mijzelf bedoeld is. De natte handdoek gooi ik over mijn schouder en ik loop naar mijn kamer. Anouschka is al wakker geworden en zit met opgetrokken knieeen op bed met haar rug tegen de muur. “Hee Anouschka, heb je goed geslapen?” “Ja heerlijk Simon. Kom je nog even hier?” “Nee ik moet even afkoelen van het gevecht wat ik net met mijzelf had.” Gevecht?” zegt zij. “Laat maar, ik heb geen zin om erover te praten.” Hier, ik heb koffie voor jou meegebracht.” “Dank je, Simon. Wat ga je vandaag doen? Heb je al plannen?” “Nee”, antwoord ik, “Misschien naar het park, of misschien moet ik er maar eens een paar dagen tussenuit. Even helemaal weg hier. Naar Parijs, Berlijn.” “Parijs!”roept zij. “Parijs! Dan ga ik graag met je mee!” Ze komt snel het bed uit en springt naakt in mijn armen. Ik kijk haar met een pesterige blik aan: “Nou dat weet ik niet hoor, wat moet ik daar nu met jou doen?” “Ah kom op Simon! Plaag mij niet zo! We kunnen het graf van Jim Morrison bezoeken! We kunnen naar het Louvre, de Mona Lisa bekijken of naar Mont Martre, de kunstenaars bezoeken vanuit de hele wereld!” “Nou…weet je, ik ken daar toch niemand en als ik alleen ben ga ik toch maar met mijzelf ruzie maken. Oke meisje, ga je spullen pakken en dan lopen we naar het station.” Ze gilt het uit en zij hangt met haar hele gewicht aan mij en trekt me voorover het bed op. Wij hebben die middag nog heerlijk gevreëen en voordat zij de deur uitgaat geeft zij mij nog een ferme omhelzing en een kus. Zij loopt de kant van het park op en roept vanuit de verte: “Tot vanavond, negen uur op het station!”

Doe ik hier wel goed aan? Krijgt zij hierdoor niet te veel hoop? Het zijn de verdomde gemengde gevoelens van een verknipt persoon. Ergens zoek ik de genegenheid en de rust van een levensgezel. Iemand die mij kan laten genieten van het leven zoals velen het ondergaan en waar je van weet dat dit degene is waar je de rest van je leven bij wilt blijven. Tegelijkertijd is het gevoel ook heel benauwend. Het laat mijn adem stokken en het geeft mij een weerzinwekkend gevoel dat die dag dan ook tevens de laatste van je leven is waar nog iets onverwachts gebeurt. Ach wat zou het ook. Laten wij gewoon genieten van het moment. Na Parijs zullen wij elkaar toch niet meer zien.

***

De euforie

“Gare du Nord!” gilt Anouschka het uit. “Paris! Nous sommes là ! ”. Ze trekt mij aan mijn arm terwijl de trein nog maar net het station binnenrijdt. “Kom Simon!” “Wacht even Anouschka! We moeten onze tassen nog pakken en de trein gaat echt niet weg voordat wij eruit zijn. Op het perron gooit zij haar tas neer en spreid haar armen. Zij kijkt naar boven en blijft zo secondenlang staan. Ze slaakt weer een gil van blijdschap en zij vliegt mij om mijn hals en haar benen slaat ze  om mijn middel. “Ik ben zo blij Simon! Dank je wel” “Het is al goed meisje. Kom laten we hotel Victoria zoeken. Het adres is Cité Bergere in het negende arrondissement. Via de informatiebalie weten we dat wij het eerste stuk met metro vijf en het laatste stuk met metro negen moeten gaan. Op de Boulevard Montmartre stappen we uit. “Montmartre?” zegt Anouschka. “Heb je een hotel geboekt in Monmartre?” Ze kijkt mij vol vreugde aan. “Ja lekker stuk.” Ik ben hier wel vaker geweest en verblijf dan het liefste in hotel Victoria. Het is geen grote luxe maar het is er altijd gezellig en belangrijker nog, het kost mij geen rib uit mijn lijf. Maar weinigen kennen dit hotel dus er is altijd een kamer vrij.” Nog voordat we goed en wel in de kamer zijn wil Anouschka gelijk de omgeving gaan verkennen. “Geef mij even wat tijd” zeg ik haar geduldig en ik pak een wikkel uit mijn broekzak. Op het nachtkastje strooi ik wat poeder uit en leg het in vier lijntjes neer met de briefopener van het bureau. Met een afgeknipt rietje uit mijn binnenzak snuif ik twee lijntjes op en bied het haar ook aan. “Nee, dank je en zij wijst het af door haar handpalm mijn richting op te wijzen. “Oke, geen probleem en ergens vind ik het ook wel prettig dat zij het spul niet neemt. Het is troep en het maakt je hoofd kapot. Je tanden slijten veel sneller en de uitwerking is sterker dan een kater, mits je ’s morgens niet nog eens gebruikt. Wanneer ik het de overige speed wil opsnuiven pakt zij mijn hand vast en trekt het rietje uit mijn andere hand. Als iemand die wel vaker snuift verdwijnen de lijntjes perfect in haar neus.” Wat deed je van gedachten veranderen?” vroeg ik haar. “Als ik het niet genomen had, zou jij alles opgesnoven hebben en ik vraag mij af of dat niet teveel is.”Ik kijk haar verbaasd aan en dan laat ik het los. Het zal allemaal wel een reden hebben. Ik ga op het bed liggen en vraag haar bij mij te komen. Nog voordat ik het uitspreek zit ze al bovenop mij. Zij schuurt langzaam over mijn kruis en zij kijkt mij aan: “Simon?” “Ja, Anouschka?” “Vind je mij lief?” Ja ik vind je lief” “Echt Simon? Of doe je maar alsof?” en zij drukt haar lichaam tegen mij aan.”Kom hier Anouschka”, en ik trek haar naar mij toe. “Waarom wil je dat toch allemaal weten?” “Gewoon, Simon, ik wil graag dat je mij mag.” Wij kussen elkaar en het wordt pas laat in de middag voordat wij naar Montmartre lopen. Zij loopt voor mij uit alsof ze haast heeft om alle kunstwerken van elke artiest te kunnen zien. Wat wil zij toch van mij? Als ik over mijzelf nadenk dan kom ik niet ver. Een egoïstische jongen die alleen maar werkt en er een ongezonde levenstijl op nahoudt. Nadat ik een paar keer flink teleurgesteld ben in de liefde wil ik er niets meer mee te maken hebben. Ik begrijp de haar niet en zij mij niet. Het is mij wel vaker verweten door vrienden. “Je bent emotieloos. Je lacht bijna nooit, je toont nooit verdriet. Je praat nooit over jezelf. Dan snappen we best dat vrouwen je snel in de steek laten.” “Maar wat kan ik dan doen? Dit ben ik!” De huisarts heeft mij al eens gewaarschuwd dat ik aan mijzelf moet werken want als ik op deze manier doorga dan kom ik een grote muur tegen. De kans bestaat dat ik dan zombiegedrag ga vertonen. “Ik kan je geen anti depressiva blijven voorschrijven Simon. Ik stel voor dat je in therapie gaat.” Telkens wijs ik het verzoek van de huisarts af. Het is een aardige man met goede bedoelingen maar ik heb hier geen tijd voor. “Ik bel je wel wanneer ik vind dat ik in therapie moet gaan.” Ik voel mij opperbest en kan goed met mijn persoonlijkheid leven ook al weet ik dat anderen er moeite mee hebben. Misschien komt de tijd nog wel dat ik op het verzoek van de huisarts in ga. En nu is het Anouschka die het schijnbaar heerlijk vindt om met mij om te gaan. De meeste vrouwen die ik aan de bar leer kennen zijn na een nacht alweer weg. Zij willen ook niets meer dan dat en ik ben elke ochtend weer opgelucht. Anouschka denkt daar, volgens mij, anders over. Ze is een prachtige en lieve meid. Toch denk ik dat ook zij uiteindelijk weer zal vertrekken. “Wat moet je met een jongen zoals ik?” mompel ik naar haar, wetende dat zij mij niet hoort. Ik kijk hoe zij zich snel beweegt tussen de schilders en overal even enthousiast over is. Haar sierlijke manier van lopen. Gekleed in een strak truitje met een felgekleurde korte rok. Haar benen bedekt met zwarte panties vol met allerlei figuren. Haar legerkisten die haar eerder mee vooruit trekken dan dat zij bepaalt welke richting zij op gaan. Het haar heeft ze nog verder getoupeerd en het is een enorme bos geworden. Ik wil wel, Anouschka, maar wil jij zo’n jongen als ik? Alsof zij mij hoorde, wat niet mogelijk is omdat ik mompelde, draait zij zich om en pakt mijn hand en sleurt mij verder: “Kom Simon!, we moeten nog zoveel bekijken!” Haar prachtige witte tanden omgeven door knalrode lippen en als zij naar mij kijkt dan slaat mijn hart even over. Word ik verliefd? Ja toegegeven, het is een prachtmeid en zij heeft een positieve uitwerking op mij. Is dit tijdelijk? Waarschijnlijk wel. Het is toch altijd zo? Elke relatie begint vol met passie om vervolgens na een paar jaar langzaam te slijten. De passie verdwijnt en maakt plaats voor vriendschap. Het vuur wordt langzaam gedoofd en vervolgens merk je dat de relatie niets meer en niets minder is dan wat je hebt met al je vrienden. Ik ben ook bang om mijn hart te openen voor iemand. Ik maak mijzelf kwetsbaar. Zo kwetsbaar dat ik bang wordt haar te verliezen. Dat kan zich dan uiten in jaloezie. Dat gevoel is dodelijk. Ik wil dat niet meer meemaken. Laat mij gewoon zijn wie ik ben en ik kan goed op mijzelf passen. Daar ben ik goed in. Ja ik ben ervan overtuigd dat ik niet verder met Anouschka moet gaan. Het is leuk voor een paar dagen maar het is genoeg zo. Ik voel de twijfel wanneer ik mijzelf wijs maak dat dit beter is. Ik trek haar aan haar arm naar mij toe. Ik houd haar dicht tegen mij aan en druk haar hoofd tegen mijn borst. Ik kan wel huilen nu. Op haar voorhoofd geef ik een dikke kus. Een afscheidskus?

Thuisgekomen van de energieke dagen in Parijs, trek ik een fles rode wijn open en neem plaats in de kleermakerszit op, wat volgens mij, een mooi perzisch tapijt is geweest. Mijn nieuwe dagboek ligt voor mij op de grond. Dichtgeslagen. De pen ligt op het houten krukje naast de felblauwe waterpijp die ik als geschenk heb gekregen van Farid uit Egypte. De muziek staat zacht en ik neem mij voor om alles op te schrijven. Het gevoel dat de pen verder weg ligt dan ooit tevoren maakt mij onzeker. Het krukje staat binnen handbereik maar ik kan er niet bij. Ik schenk het eerste glas in. Gewoon een normaal drinkglas en geen luxe wijnglas. De wijn smaakt wrang. Ik zet het glas terug en sla het boek open. De deurbel gaat. Geirriteerd kom ik maar moeilijk uit mijn positie en loop de trap af. Er wordt nogmaals gebeld. Wie het ook zij aan de deur, een uitbrander kan hij zeker verwachten. Ik geef een ruk aan het koord dat van boven de eerste trap de knip van de deur opentrekt. De deur slaat met de klink tegen de muur. “Wat moet je?” riep ik. “Simon? Ben je boos?” Het is Anouschka. Ik slaak een zucht en probeer haar onmiddellijk gerust te stellen. “Nee, nee Anouschka, het is niets. Kom binnen.” Voorzichtig komt zij naar boven en ze kijkt mij strak aan. Ik merk haar onzekerheid omdat ik net zo fel reageerde. Bijna boven probeert zij een kleine glimlach uit. Het maakt een hoop goed dat zij aan de deur staat maar het neemt mijn gevoel van irritatie toch niet helemaal weg. Ik loop voor haar uit naar mijn kamer. “Ga zitten”zeg ik kalm. “Simon? Kom ik niet gelegen? Ik zie dat je aan het schrijven bent.” “Ja, althans een poging daartoe. Op de een of andere manier wil het mij toch niet lukken.” Ik schenk haar een glas wijn in en we proosten op Parijs. “Ik heb zo genoten met jou in Parijs, Simon.Het was onvergetelijk. Voel jij dat ook zo?” “Ja” zei ik zo zuinig mogelijk.”Het was leuk en ik heb veel met je gelachen.” “Alleen maar gelachen?” vraagt zij mij ondeugend maar twijfelachtig. En zij kijkt mij met haar donkere ogen vragend aan. Ik moet nu wel een antwoord geven. “Nee, Anouschka, niet alleen gelachen. De snelheid waarmee wij door de stad gingen heeft ons veel opgeleverd. Wij hebben veel gezien. Natuurlijk waren de vrijpartijen in het hotel geweldig.” Ze bloost een beetje en kruipt naar mij toe. “Simon? Wil je mij even vasthouden?” Ik zet mijn glas naast mij neer en ze komt tussen mijn benen zitten. Ik sla mijn armen om haar heen en kus haar. “Simon? Wanneer wij gaan trouwen beloof je dan dat je altijd van mij blijft houden?” “Trouwen!? Wie heeft het hier over trouwen gehad!?” Ik laat haar los en vraag wat haar bezielt. “Hoezo trouwen!?” Duidelijk geschrokken staat zij op en begint te stotteren: “Ma..maar..Simon? Dit wil jij toch ook?” “Nee! Dat wil ik helemaal niet! Daar heb ik nog nooit aan gedacht! Een huwelijk maakt de mens kapot! De vrijheid wordt uit je gezogen om vervolgens een pijnlijke dood te sterven. Erger nog! Trouwen ontneemt de mens het geluk om in vrijheid te leven!” Ik trek mijn laarzen aan en pak mijn jas. Vlug ren ik de trap af en ik hoor haar nog roepen: “Simon!” Blij hier!” De angst in haar stem merkte ik direct. Ik sla de deur achter mij dicht en ik hoor haar nog steeds mijn naam uitschreeuwen. Al snel verdwijnt het in de drukte van de stad. Boos schop ik een vuilnisbak omver en in snelle looppas ga ik naar de kroeg waar ik het liefste zit wanneer ik niet hoef te werken. Een whiskey en een bier maken weer een hoop goed. “Verdomme! Hé, John! Heb je nog peuken?” Zonder een woord te zeggen pakt de barkeeper zijn pakje en legt het voor mij neer. Een schoongeveegde asbak is de toegift. Ik knik even naar hem en sla de whiskey in een teug naar binnen. “Nog een, John.” “Heb je slecht geslapen?” vraagt John bijdehand. “John, laat mij met rust alsjeblieft. Ik heb even geen zin om te praten.” Hij steekt dan zijn armen omhoog alsof hij zich overgeeft en hij gaat verder met het pouleren van de glazen. Ik rook de een na de andere sigaret totdat ik John geheel ontdaan heb van zijn pakje. Na vier whiskey’s en drie bier stap ik op. Ik sla mijn jas over mijn schouder en groet John. “Ja! Schrijf het maar op de rekening. Ik kom het van de week wel betalen!” “Oke Simon!” De piepende houten deuren van het cafe gaan nog twee keer open en dicht wat je aan het geluid kan horen en onder invloed van redelijk wat alcohol begeef ik mij weer op weg naar huis.Ik geloof dat ik behoorlijk overdreven heb bij Anouschka. Hoe haal ik het in mijn hoofd om haar zo te kwetsen? Als een idioot ben ik over haar gevoelens heen gewalsd. Misschien is zij nog bij mij thuis en kan ik mijn grofheid jegens haar uitleggen. Op de grond naast mijn dagboek ligt een briefje. Het is van Anouschka: “Simon, je begaat een vergissing als je besluit mij niet meer te willen zien. Ik ben alles voor jou. Jij hebt mij nodig en ik jou. Ik hoop dat je dat spoedig zal beseffen. Ik hou van jou. Liefs, Anouschka.” Getekend met een afdruk van haar rode mond. Een vergissing? Ik bega een gróte vergissing wanneer ik echt met haar zou trouwen! Zij bekijkt het maar! Ik heb de behoefte nu ook niet meer om haar mijn excuses aan te bieden. Wat zij mij laat voelen met haar brief is afschuwelijk. Veel tijd om mij er druk om te maken heb ik niet. De avond staat alweer voor de deur. De hoogste tijd om mijn spullen te pakken en naar de discotheek te gaan. Nu heb ik daar bijzonder veel zin in. De drukte in. De gekte van dronken publiek. De harde muziek. De dampende lijven op de dansvloer onderbroken door rook en laserstralen. En bovendien, ik heb al flink wat op dus ik kan er weer volop tegenaan!

***

De schijn

Wanneer ik mijn ogen opendoe wordt ik bijna verblind door de hoogstaande zon. De zweetdruppels druipen langs mijn oren mijn hals in. De grote eikenbomen draaien in het rond. Ik knijp mijn ogen dicht om te zien of het weggaat. De takken slaan wild om zich heen door een windvlaag die uit het niets komt. Waar ben ik? Als ik ga zitten merk ik het bonken in mijn hoofd. De wind die ik meende te voelen is er niet. Nu pas wordt het me duidelijk. Voor de zoveelste keer ben ik in slaap gevallen in het Kronenburgerpark op nog geen tweehonderd meter van mijn woning.. Op de een of andere manier word ik door de schoonheid aangetrokken van de grote vijver en de heuvelachtige grasvelden met oude bomen. Ik ben in slaap gevallen op een van de platte torens in dit park, nog voordat ik mijn eigen bed kon bereiken. De vele zwervers en studenten van de nacht hebben plaatsgemaakt voor de jonge gezinnen. De picknickmanden, de honden en de spelende kinderen op de velden. Ik kom met mijn laatste kracht overeind en ik loop richting huis maar niet voordat ik bij de slijterij mijn ontbijt heb gehaald. De weg terug naar huis voert langs de kruittoren en de resten van de oude vestingsmuren. Thuis trap ik mijn laarzen uit en ontdoe mij van mijn shirt. Op de bank schroef ik de fles whiskey open en ik neem een nieuw pakje sigaretten. Een paar flinke slokken drank en een peuk moeten mij weer terug op de wereld brengen. Ik had liever coke gehad maar dan moet ik er de deur weer voor uit. De junkies van hier beneden verkopen alleen maar troep of ze besodemieteren je met aspirinepoeder. Als ik ga liggen gaat de deur van mijn kamer voorzichtig open. Ik ben te suf om mij te realiseren dat er een vrouw midden in mijn kamer staat. “Hé? Wat moet je hier?” Sorry dat ik je stoor maar ik heb de sleutel van Chris gehad.” “Chris? Van de kroeg bedoel je?” Ja, ik heb voor twee dagen een slaapplaats nodig en hij zei dat ik bij jou wel een plek kon vinden.” “Verdomme, die Chris flikt mij dit elke keer! Waarom kunnen jullie niet bij hem slapen? Ja ja ik weet het, zijn vrouw wil het niet hebben.” “Sorry” zegt zij een beetje angstvallig. “Ik ga wel op zoek naar iets anders om te verblijven. Ik heb ruzie met mijn vriend gehad en ik ben bang om naar huis te gaan. Het spijt me dat ik je lastig gevallen heb. Oh shit, dit heb ik weer. “Je kunt gewoon hier blijven, hoe je ook heet.” “Echt?” Ja maar ik wil nu even slapen. Of heb jij wat coke bij je?” “Coke?” en ze kijkt mij vragend aan. “Ach laat maar, het zal toch niet. Je kan in mijn bed slapen. Ik ben er ’s nachts toch niet.” “Dank je wel” en zij komt verder mijn richting op. Een kleine tas zet zij naast haar neer en zij gaat op de grond zitten met haar rug tegen de bank. Een knappe meid met korte blonde haren die rechtovereind staan. Duidelijk geverfd want zo wit heb ik ze nog nooit gezien. Zij is wat mager en dat valt nog meer op door haar strakke witte jurk. De pezen in haar voeten en enkels zijn goed te zien. Rood gelakte nagels van haar lange vingers. Dunne armen met puntige ellebogen. Haar gezicht bevestigt haar verhaal. Ze heeft donkere vlekken onder haar ogen en ze ziet er vermoeid uit.” Ik heet Suzanne”,vervolgt zij. “Dat is goed” zeg ik en probeer de slaap te vatten.

De avond valt en ik probeer mijzelf zo goed mogelijk op te lappen om mij weer opweg naar de discotheek te begeven. Hetzelfde zoals elke dag begint de avond met het klaarzetten van de glazen, een gedeelte poetsen en controleren of de hele drankvoorraad is bijgevuld. Om negen uur gaan de deuren open. Op zo’n doordeweekse dag is er in het begin niet veel te beleven. De eerste bezoekers komen dan pas rond elf uur. De tijd ervoor gebruiken wij om te vergaderen of om even wat bij te praten met de andere barmedewerkers en glazenhalers. Chris komt van uit het kantoor achter de dansvloer en geeft mij een harde klap op mijn schouder. “Hé man, hoe gaat het?” “Wat heb jij mij nou geflikt met dat meisje?” “Bedoel je Suzanne?” Het kan mij niet schelen, Chris, hoe zij heet! Ik vroeg je wat anders. Hoe kan het dat er vanmiddag een magere griet in een hippiejurk midden in mijn kamer staat?” “Ach kerel, maak je niet druk. Ze heeft onderdak nodig voor een paar dagen en bij mij is er geen mogelijkheid.” “Nee, want je vrouw zal het er weer niet mee eens zijn. Ongelooflijk dat juist jij vorig jaar besloot om te trouwen. Je gooit de mooiste jaren van je leven weg. Zo in een keer.” “Verdomme Simon, waarom moet je daar toch altijd weer over beginnen? Ze was zwanger van mij en ik had gewoon geen keuze. Haar ouders zijn gereformeerde extremisten en dit was de enige manier om haar van weet ik wat voor een straf te behoeden.” Maar zij heeft toch abortus laten plegen? Dus dan heb je ook geen reden meer om bij haar te blijven.” Klootzak! Is het misschien weleens bij je opgekomen dat hier ook liefde in het spel kan zijn?” Het zijn mijn eigen frustraties dat ik Chris meer op zijn huid ga zitten. Waarom ik dit doe kan ik niet goed uitleggen maar ik ga ermee door: “Hoe weet jij trouwens dat zij toen zwanger was van jou? Misschien was het wel van mij.” “Nog een zo’n opmerking Simon en ik sla je op je smoel! Hufter!” “Ik pak Chris bij zijn arm en bied mijn excuses aan. “Sorry Chris! Ik maak gewoon een klotetijd door en dan pakt het weleens verkeerd uit. Dan moet de eerste de beste het bezuren.” Hij rukt zijn arm los en draait zich om. “Chris kom op, kerel. Ik bedoelde het niet zo.” “Nee, maar je zegt het wel zo. Hoe moet ik weten wat je bedoelt als het anders uit je bek komt!” “Chris, ik heb nu twee keer mijn excuses aangeboden. Gedraag je nou niet als een wijf!” Hij draait zich om, slaakt een diepe zucht en gaat op een kruk zitten. “Hier kerel, ik schenk je een goed glas whiskey in en dan roken wij een peuk. Ik haal de sigaretten uit mijn borstzak en gooi ze voor hem op de bar. Met een draai haal ik een fles Jack Daniels uit het rek en pak twee glazen van de bar. Ik neem plaats naast hem en ik schenk de glazen vol. Ik kijk hem even snel aan. De jaren hebben hem zeker niet jonger gemaakt. Zijn haren zijn nog erger dan die van mij. Het is lang en staat alle kanten op. Zijn eeuwige spijkerbroek, t-shirt zonder mouwen en cowboylaarzen maken hem een acteur uit de film Easy Rider.“Simon, ik weet dat je gelijk hebt als het gaat over mijn trouwen. Ik ben het zelf ook spuugzat. De hele tijd dat gezeik aan mijn kop. Eigenlijk zou ik haar  uit het huis moet schoppen. Zelf weggaan is natuurlijk een betere optie. En die meid die ik naar jou heb gestuurd, is dat niets voor jou?” “Ach flikker op, Chris. Wat moet ik met zo’n mager meisje? En bovendien zij heeft toch wat met die kerel die haar eruit getrapt heeft? En mijn hoofd staat sowieso niet naar vrouwen. Ik heb meer spanning nodig in mijn leven. Elke dag in deze rottent begint mij de keel uit te hangen.” Chris en ik praten nog een uur verder over een avontuur wat wij kunnen beleven. Gewoon even weg hier. “Laten wij ontslag nemen. We hebben beide nog wel een paar centen.” Een vriend van mij heeft nog een oude auto die we kunnen lenen en dan crossen we wat door het land.” “Prima!” roep ik uit. “He baas! Wij kappen er na vanavond mee! Tegenwoordig neem je toch alleen nog maar alcoholvrij personeel aan! Deze hele tent gaat naar de haaien!” “Doe maar!” roept de baas terug. “Over een tijdje zie ik jullie toch wel weer terug!” Chris en ik kijken elkaar aan en we schieten in de lach. “Ik vraag of Suzanne ook mee wil.” Wie is Suzanne? Ach nee, laat maar ik weet het weer. “ Ik sla een arm om hem heen. “Nee! Morgenavond ben ik bij mijn zusje Isabelle!”, zegt Chris luid, omdat de deejay reeds de eerste dansplaat heeft opgelegd” “Dat kleine zusje van je? Haar heb ik een paar jaar geleden niet eens gezien bij de beschamende avond in je ouderlijk huis!” Chris schiet in de lach. “ Ja mijn ouders zijn er nu nog niet over te spreken. Vooral dat moment bij het eten toen je al stomdronken was en de voordeur aanzag voor een urinoir! Als je zin hebt ga dan mee. Zij woont hier op kamers in een studentenhuis.” Dat vervelende pubermeisje? Haar bedoel je toch? Die tot drie keer toe boos van de eettafel liep omdat je ouwe het weer niet kon laten om haar aan te spreken op alle veranderingen die zo’n meisje meemaakt.” “Ja” zegt hij: “Zij keek toen erg tegen jou op. Omdat je wars was van alle regels die er op zo’n avond van iedereen verlangd wordt. Dat sprak haar erg aan. Iemand die tegen mijn vader inging.”Onderwijl Chris teruggaat naar de bar waar hij vanavond dienst heeft, roept hij mij nog even. “Nu wordt zij 19 jaar en ik kan je vertellen dat zij erg veranderd is. Ze is haar pubarele gedrag gelukkig kwijt en ik weet zeker dat jij er haar een plezier meedoet als je ook even je gezicht laat zien.”

Bij mij zitten de eerste dansfanaten alweer te wachten op hun glaasjes water voordat ze de vloer opgaan en voor de rest van de nacht niet meer verlaten.

 

De zon staat alweer hoog aan de hemel wanneer Chris en ik de discotheek verlaten. “Ik zie je vanavond makker” zegt Chris. “Ach wat, wij zijn nog jong. Laten er nog eentje drinken bij het Havencafe. En dán gaan we naar mijn huis en dan kun je gelijk je scharrel meenemen die jij bij mij hebt achtergelaten!” De drank laat mij altijd luider spreken en het laatste wat ik gezegd heb moet door de hele winkelstraat te horen zijn geweest. “Ach stik jij maar, Simon. Jij weet de sfeer weer goed te verpesten. Ik haal haar vanavond bij je weg.” Duidelijk beledigd, zette Chris een stevige looppas in om maar zo snel mogelijk bij mij weg te komen. “Chris! Chris! Waar woont je zus dan!?” In het pand aan de Van Barneveldtstraat. Je weet wel waar!” Chris was na de laatste woorden al uit het zicht verdwenen. “Goed, goed, ik ben er vanavond” mompel ik in mijzelf. Maar nu eerst even een drankje halen in de nog enige open kroeg. Moe maar voldaan kom ik aan het einde van de middag thuis en aangezien mijn bed bezet is door die meid, val ik in slaap op de doorgezakte bank.

Het is tegen elf uur in de avond wanneer ik mijn roes heb uitgeslapen. Laat ik mij maar een beetje haasten want anders heb ik straks nog meer ruzie met Chris wanneer ik niet op het verjaarsfeestje van zijn zus verschijn. Een kop koffie doet wonderen. Ik kijk even in de spiegel met een lijst van purschuim en bespoten met goudverf. Van wie ik dat ding ooit heb gekregen, is mij helaas ontschoten want dat had ik dat lelijke ding allang weer teruggegeven. Ik beweeg mijn vingers even wild door mijn haren zodat het weer enigzins op een normaal kapsel lijkt. Ik wrijf een paar keer over mijn gezicht en merk dat mijn levenstijl duidelijk zijn sporen in mijn gelaat aan het achterlaten is. De wallen onder mijn ogen, mijn wangen zijn meer ingevallen dan een week geleden en de eerste grijze stoppels zijn al te zien. Ik ga mij een beetje oplappen in de badkamer. Scheren en tanden poetsen, zodat het nog ergens op lijkt. Ik ruik onder mijn oksels en de zure lucht van oud zweet maakt mij even onpasselijk. “Kom Simon! Spring even onder de douche!” spreek ik aanmoedigend  met veel mime in de spiegel. Intussen is het al midderrnacht wanneer ik de deur uitga. Een taxi scheurt voorbij en ik fluit luid tussen mijn vingers. De remlichten van de auto springen aan en de felle lichten van de achteruitgang verblinden mij enigzins. Het hoge geluid van de motor irriteert een fietser die bijna aangereden wordt door de taxi die met grote vaart de helling afrijdt. “Breng mij naar het station, chauffeur!” Het ritje duurt nog geen tien minuten. Nog even sigaretten halen en een fles wijn in de hal van het station. Na een tweehonderd meter lopen, hoor ik de luide muziek uit het openslaande raam op de derde verdieping komen. “Daar moet vast dat kinderfeestje zijn.”zeg ik hardop tegen mijzelf met een brede grijns op het gezicht. Op de deurbel wordt totaal niet gereageerd totdat een jongen zijn hoofd uit het openstaande raam steekt en mij verdwaasd aankijkt. “Hee, zeg tegen Isabelle dat er bezoek is!” roep ik luidkeels. Hij blijft mij zeker nog een paar seconden aankijken voordat hij dat onnozele hoofd weer naar binnentrekt. Juist wanneer ik op het punt sta om weer te vertrekken gaat de voordeur open. “Moet je hier zijn?” vraagt het meisje mij. Ik draai mij om en het is overduidelijk het zusje van Chris. Van de acne is niets overgebleven maar haar gelaatsuitdrukking bij haar zojuist gestelde vraag is het onmiskenbaar. Haar blanke gezicht met rozige wangen, haar ogen die vanuit de pupil steeds lichter worden. Van zwart naar bruin groen en en buitenste randje van de iris lijkt zelfs blauw. “Isabelle? Ik ben een vriend van Chris. Met hem heb ik hier afgsproken.” Zij blijft mij nog even aanstaren. Zij heeft duidelijk al een behoorlijke hoeveelheid alcohol genuttigd. “Simon!” op datzelfde ogenblik maakt zij een sprongetje. “Ben jij het echt Simon? Wat een leuke verrassing! Kom gauw mee naar boven!” Ik sla een arm om haar heen en geef haar een kus op haar voorhoofd. “Gefeliciteerd meisje. Hier een presentje” en ik overhandig haar de tas met de fles rode wijn. Ik loop achter haar aan de smalle trappen op, waarvan de tredes kraken onder onze voeten. De leuningen zijn gemaakt van dikke touwen. Met de grote opengespatte witte gaten in de muur kun je duidelijk zien dat hiet vroeger een echte trapleuning was. Het huis heeft een statige indruk maar doordat het al jarenlang bewoond is door studenten en krakers is daar nog maar weinig van te zien. Isabelle, wiegt mooi met haar heupen wanneer we de laatste trap opgaan. Het rode jurkje tot haar knieen accentueert haar mooi gevormde lichaam. Op blote voeten gaat zij mij voor door een gammele houten deur met posters beplakt. Opschriften als Actie actie! Anarchie en vredestekens is een veel voorkomend verschijnsel in dit soort huizen. Plots staat zij stil en vraagt mij waar Chris is. “Weet ik veel. Wij hebben hier afgesproken. Maak je niet druk. Hij komt straks vast wel”zeg ik op kalme toon. Wij gaan haar kamer binnen waar de hitte ons tegemoet komt. Er zitten zeker twintig mensen in de kamer, allemaal van haar leeftijd. Hier voel ik mij dus aardig overbodig. Een buitenaards wezen. Een vreemdeling die ver van hun wereld afstaat. Al deze vooroordelen blijken op niets gestoeld want ik word hartelijk ontvangen door de anderen. Ik zoek een makkelijke plek op, dicht bij het raam en ik neem plaats op de grond. Een blauw grijzig tapijt waar je de huid aan kan open halen als je er iets te snel overheen schuurt. Overal zijn wijn en vetvlekken te zien. Iets wat vrij normaal is bij deze kamerbewoners. Met mijn rug tegen een oude poef, merk ik dat ik geen jas bij mij heb. Alleen mijn leren broek en een t-shirt met afgeknipte mouwen. “Waar heb ik dan mijn peuken gelaten?” “Isabelle! Kijk eens in die tas die ik je zojuist gegeven heb. Zitten daar nog sigaretten in?” Zij laat zich wat opzij vallen zodat ze net met haar slanke vingers bij de tas kan en zij zet de tas op haar schoot. Eerst komt de fles wijn eruit. Zij houdt hem omhoog terwijl zij mij aankijkt en met haar tong over haar bovenlip likt. Dan pakt zij de sigaretten en werpt deze mij toe. Ik geef haar een knipoog als wil ik dank je wel zeggen. Na een uur of twee verveeld te zijn geraakt door een jongen en een meisje die veel vragen aan mij stelden, over hoe ik de wereld zie en nog geloof in vrede wil ik opstaan en gebaar naar Isabelle dat ik wil gaan. Zij staat op en komt direct naar op mij aflopen. Ze komt naast mij zitten en trekt mij aan mijn arm weer naar beneden. “Ah toe, Simon, blijf nog. Ik heb het zo druk met de andere gasten, maar ik wil heel graag dat je blijft. Ik zou het fijn vinden wanneer je blijft slapen. Dan kunnen we morgen wat bijkletsen. Ik vind wel een slaapplek voor je hier in het huis. “Welnee, joh”, ik merk dat dit niet echt mijn wereld is. Ik zie je anders wel een keer bij Chris.” Zij houdt mij nog steviger aan mijn arm vast en kust mij vol op mijn mond. “Blijf!” commandeert zij bijna. “Alsjeblieft, blijf Simon.”  Tegen zoveel charme kan ik niet op en ik besluit weer achterover te gaan zitten tegen de poef. Er word mij de zoveelste fles lauw bier in mijn handen gedrukt en Isabelle blijft dit keer naast mij zitten. Intussen is zij weer in gesprek met haar buurman en de twee malloten naast mij willen nog steeds een antwoord op hun vragen hebben. Ik kan hen een heel verhaal gaan vertellen waarom wij wereldvrede zelf in de hand hebben. Dat wij allen verantwoordelijk zijn voor het hele doen en laten, zoals Nietzsche eens zei. Laagdunkend laat ik hen weten dat zij er zelf maar achter moeten zien te komen. Zodra ik weer aanstalten maak om op te staan knijpt Isabelle weer in mijn arm die zij nog steeds vast heeft zonder mij aan te kijken. Het is van haar een duidelijk teken dat ik nog moet blijven. Goed het is haar verjaardag dus schik ik mij naar haar. Een beetje verveeld kijk ik om mij heen en zoek iets om te tijd mee te doden. Op de ronde salontafel van bamboe met een dikke glasplaat liggen wat tijdschriften verborgen onder de lege bierflessen, leeggeschraapte schaaltjes en volle asbakken. Architectuur uit de arabische wereld. Niet dat het mij interesseert maar het is het minst confronterende van alle lectuur die er ligt. De rest gaat over psychologie. Iets waar ik niet in thuis ben, behalve dat ik een makkelijke prooi zou zijn voor de vele aspirant psychologen hier.

De dag breekt alweer aan wanneer ik mij dit keer niet wil laten tegenhouden door Isabelle en ondanks haar hand op mijn arm sta ik op. “Isabelle, het was een leuk feest maar nu ga ik ervandoor. Ik ben moe en ik wil graag naar bed.” “Kom”, zegt zij, “Ik heb je gevraagd of je hier wilt slapen dus ik wijs je een slaapplek aan.” Zij neemt mij aan mijn hand mee, alsof ze een klein kind meeneemt naar zijn eerste schooldag. Wij lopen de kamer uit en een verdieping lager loopt zij zonder te kloppen een andere kamer binnen. Je ziet hier geen hand voor ogen want er is geen raam. Zij ontsteekt een klein schemerlampje, dat volgens mij ooit is geschonken door grootouders van de bewoner van deze kamer, omdat zij er vanaf wilde. In de hoek ligt een matras op de grond, waar een deken dienst doet als bedlaken en meer dekens aan het voeteneind om jezelf ermee toe te dekken. “Hier, Simon. Ga lekker slapen en dan praten we bij het opstaan nog wat voordat je weer vertrekt, oke?” Zij zegt dit zo stellig en aangezien ik te moe ben om nog ergens tegen in te gaan laat ik haar weten dat het goed is. Isabelle trekt de deur achter zich dicht en gaat weer naar de paar overgebleven gasten. Ik trek mijn shirt, laarzen en broek uit en ga liggen zonder deken want het is warm en vochtig in deze kamer, die niet veel groter is dan een doorsnee keuken. Nog een tijdje lig ik op mijn rug en vraag me af waar Chris toch is gebleven. Het is een goede vriend. Mijn oogleden worden zwaarder en de slaap neemt de overhand.

Ik sta voor de deur en open deze telkens opnieuw. Daar sta ik in die onbekende kamer. De lange donkere ruimte wat verlicht wordt door de vele kaarsen. Overal aan de muren zijn schapjes van smalle planken. Ze staan vol met allerlei snuisterijen. Zilveren en koperen potjes, wierookpotjes. Vele kleine schilderijtjes vullen de lege plekken aan de muur op. Nietszeggende portretjes van mannen en vrouwen. Er zit geen gevoel in deze gezichten. Koude blikken en standaard posen. De bordeauxrode gordijnen van velours hangen tot op de vloer. Het stof heeft zich verzameld op de plooien aan de bovenkant. Een doorgezeten fauteuil van een groen fluwelen stof met gedraaide franjes aan de onderkant die de poten verstoppen . Op de linker armleuning staat een messing asbak, veelvuldig met figuren bezet. Een sigaar met de aspunt schuin in de asbak laat zien dat hier net nog iemand was. De geur van de sigarenrook vermengd met indiase wierook irriteert mijn neus. De geur is te sterk. Een klein cilindervormig potkacheltje op drie gekrulde poten, in de hoek is de enige bron van warmte en het smeulend vuurtje is te zien door de kleine openingen in het deurtje. Een zachte klop op de deur verstoort mij in mijn droom. Nog nooit is het mij gelukt om erachter te komen wat deze droom betekent, die ik alleen ervaar wanneer ik ergens anders slaap.Hoe vaak ik deze kamer al binnengelopen ben. Ik probeer niet te reageren op degene bij de deur en dwing mijzelf om de kamer verder in te lopen en om te zien van wie de sigaar is. De deur gaat langzaam open en ik hoor mijn naam zacht uitspreken: “Simon? Simon, slaap je?” Ik knijp mijn ogen dicht om de droom te laten voortduren. Ik wil de kamer nog niet verlaten omdat ik vermoed dat het mij iets wil laten zien. Te laat. Het licht dooft zich en ik word teruggezogen naar de realiteit.

“Simon, ik ben het, Isabelle. Ben je wakker?” Zij komt op het matras zitten en ze legt haar hand op mijn schouder. “Hoe gaat het met jou?” vraagt zij mij teder. Een kleine glimlach verraadt mijn opgewektheid bij het horen van haar gedempte stem. “Ja, goed. Waarom vraag je dat?” antwoord ik rustig terug. Ze kijkt me met enige verbijstering aan. Haar ogen rollen naar boven. “Omdat ik het echt weten wil, misschien?” Ze is een beetje verontwaardigd. Ik leg mijn hand op de bovenkant van haar hand. Haar hand met mooie lange vingers voelt koud aan. “Het spijt me, Isabelle. Zo bedoel ik niet. Laat mij je vragen hoe het ermee gaat. Heb je een leuk feest gehad?” Jazeker, Simon. En ik ben heel blij dat je ook gekomen bent.” Dat vind ik lief om te horen maar waarom wilde je zo graag dat ik op je feestje komen zou?” “Simon!” en haar stem werd luider en duidelijk wat geirriteerd. “Waarom ben je nou zo achterdochtig?” Ik leg mijn andere hand op haar wang en ik voel hoe zij haar gezicht harder tegen mijn hand drukt. Zij pakt mijn hand vast en wrijft deze langzaam heen en weer. Zeker een minuut lang word er niet gesproken. Dan slaat zij haar ogen weer op en kijkt mij indringend aan. “Heb jij weleens een groot verlangen dat je moeilijk vindt om goed te verwoorden? vraagt zij mij bescheiden. Met beide handen houd ik haar gezicht even vast en vraag haar over wat voor een verlangen zij spreekt. “Een verlangen wat groter is dan mijzelf. Waar je niet aan durft toe te geven omdat je weet dat je er andere mensen ermee kwetsen kan.” En zij slaat haar ogen weer neer. Ze ontspant zich meer en ik houd haar niet tegen wanneer zij haar hoofd te ruste legt op mijn borst. “Mag ik je vragen waarom je steeds in de tweede persoon spreekt?” Mijn stem blijft zo rustig om haar niet meer het geringste gevoel te geven dat mijn vraag weer als achterdocht opgevat kan worden. Zij zucht even diep en ze tilt haar hoofd op. Heb jij Eric vanavond gezien?” “Misschien wel, misschien niet. Hoe ziet hij eruit?” “De lange jongen met die zwarte kuif. Heb je die gezien?” Ach ja, hij zat naast mij en hij viel mij lastig met vervelende vragen over wereldvrede. Dus dat is je grote liefde?” Het blijft stil. Zelfs zo lang dat ik weer vermoed een verkeerde vraag gesteld te hebben. Normaal gesproken kan mij dat, niet zoveel beroeren maar bij Isabelle voel ik een bepaalde tederheid. Een lief karakter die ik niet beledigen wil. Zij legt haar hoofd weer op mijn borst en ik voel het uitademen van haar. “Weet je,” begint ze, “Ik, ik…Wat ik bedoel is dat hij erg lief voor mij is en zorgzaam. Toch mis ik een passie. De man die mij bekoren kan. Iemand die bij mij de grote liefde naar boven haalt. Hij kan dat niet. Menig keer heb ik hem er toe aangezet om de romantiek te ervaren maar hij blijft koeltjes en vind dat ik mij wat aanstel wanneer ik hem probeer te verleiden tot een avond vol ouderwetse passie. Zoals men dit ervoer in de 19de eeuw. Het spel wat maandenlang kon duren voordat je echt in de gaten kreeg dat iemand je minnaar wilde zijn. Wanneer ik voor hem een liefdesbrief verstop in zijn jas dan krijg ik daar geen antwoord op. En bij een volgende poging wanneer ik een bloem op zijn hoofdkussen leg dan is zijn antwoord: “Dank je wel.” “Meer niet?” vraag ik haar verbaasd? “Misschien moet je hem dit vertellen. Dat je deze passie graag gedeeld ziet door hem.” “Ach, weet je Simon. Misschien is hij te jong of misschien ben ik te oud. Te oud van geest. Had ik niet geboren moeten zijn in die tijd in plaats van nu? “ “Nee, integendeel Isabelle” zeg ik vastberaden. “de liefde van toen was inderdaad vervuld van romantiek maar waarom zou je dat nu niet meer mogen ervaren? Als jij die behoefte hebt dan..” Zij onderbreekt mij door haar vinger op mijn mond te plaatsen. “Wacht even!” zegt zij plots hardop en zij vertrekt uit de kamer. Na een korte tijd verschijnt ze weer en springt op het matras. Mijn aandacht wordt volledig aangetrokken door haar nieuwe look. Zij heeft zich omgekleed. Een wit satijnen hemdje met zeer fijne schouderbandjes en veel kantwerk aan de onder en bovenkant. Daaronder draagt zij een soort broekje van dezelfde stof. Haar gladde benen. Lang en slank. Knieeen die ik weinig gezien heb. Mooi, verfijnd en niet uit stekend. Het haar hangt dit keer los en ik begin mij wat bezwaard te voelen. Het jonge zusje van Chris staat op het matras. Met mijn lichaam tussen haar voeten kijkt zij mij van boven aan. Zij kijkt verleidelijk en vraagt mij: “Vind je mij aantrekkelijk, Simon?” Wat moet ik zeggen? Ja natuurlijk is het een prachtige vrouw maar ergens voelt dit gewoon niet goed. Het vlees is echter zwak. “Ja, Isabelle, je bent mooi” en ik geniet om naar haar te kijken. Zij springt van mij af en komt vlug naast mij onder een deken liggen. Ik voel haar koude voeten tegen mijn onderbeen. “Wat ben je lekker warm” spreekt zij nu weer heel zacht. Ik kan alleen maar een zachte kreun laten horen want ik word overmand door de hele situatie. “Wil jij het licht naast jou aandoen?” Wanneer zij dit zegt klinkt haar stem zo lief en mijn gevoelens naar haar worden sterker. Ik knip het licht aan en ze neemt het boek bij de hand wat zij zojuist heeft meegenomen. Een oud groot boek met afbeeldingen van vrouwen uit de 19de en het begin van de 20ste eeuw. Prachtige geschilderde portretten en zwart wit foto’s. De vrouwen zijn allen nog behoorlijk gekleed maar tegelijkertijd stralen zij zoveel passie uit. “Begrijp je wat ik bedoel?” en ze komt met haar hoofd tegen mijn schouder aanliggen en daarna bladeren we samen door het boek. Zij heeft gelijk. Als je de afbeeldingen vergelijkt met de vrouwen van nu dan stralen de vrouwen uit het boek veel meer mysterie uit. Er blijft zoveel meer te dromen over. Zoals een vrouw daar staat in een slaapkamer voor een hemelbed van donker mahonie hout. Gedrapeerde doeken hangen van boven tot onder en een opening laat zien dat het om een bed gaat. De vrouw in een korset die haar middel heel smal maakt. Ze heeft een voet op een dekenkist staan en haar rok met verschillende onderrokken zijn iets omhoog getild tot net boven kaar knie. Met beide handen trekt zij een kous omhoog. Je ziet niets van een bloot been alleen een soort broek wat schijnbaar dezelfde kleur heeft als huid. Dit geeft het idee dat je wat ziet maar dat is dus bedrog. Zij kijkt naar de maker van het schilderij. Er is maar een minimaal glimlachje op haar gezicht te ontdekken. En toch laat ik mij vervoeren door haar aanblik. “Simon? Simon! Waar ben je met je gedachten?” Zonder het te beseffen keek ze mij al enige tijd aan. “Weet je” zei ik hardop. “Je hebt gelijk! Wat een prachtige vrouwen in dit boek. Dit is inderdaad een genot.” Uit blijdschap legt zij haar arm over mijn borst en drukt zich tegen mij aan. “Ik wist het!” en met een brede lach kijkt zij me weer zo indringend aan als ze eerder al gedaan heeft. Ik voel mij in deze situatie onzeker want hoe zou ik haar het hof kunnen maken op een manier die zij graag beleeft. Eerlijk gezegd kan het mij niet zoveel meer schelen. De aantrekkingskracht is groter dan ik mij voorstellen kan. Ik draai mij naar haar toe en ik wil haar kussen. “He Simon! Wat doe je nou?” en zij duwt mij weg. Ik verval terstond weer in mijn oude rol en ik sta op. “Ach bekijk het dan ook! Ik ga ervandoor. Zo snel als ik kan raap ik mijn kleren bij elkaar en loop de gang op. “Simon! Simon! Kom terug!” Ik hoor haar roepen terwijl ik mij hier achter de deur aankleed. Zij trekt de deur open en vraagt mij waarom ik nu zo plosteling wegga. “Wat denk je zelf Isabelle. Het heeft er de hele nacht de schijn van dat jij en ik met elkaar zouden vrijen en dan reageer je verrast wanneer ik je probeer te kussen. Ik heb geen zin in dit gezeik, hoor je!” “Simon, alsjeblieft” laat het mij uitleggen” en zij trekt aan mijn arm. “Toe nou, Simon, kom met mij weer terug in bed en dan praten we verder. “Oke, Isabelle, maar dan gewoon om te slapen want ik houd niet van dit soort spelletjes.” “Dat is goed, kom nu maar.” Ik volg haar weer als een kind. Zij pakt mijn hand en wij gaan weer in bed liggen. Ik voel haar hart hevig bonzen tegen mijn lichaam. Ook ik ben erg onrustig en ik heb het idee alsof ik trappen gelopen heb. “Sorry, zegt zij me een paar keer. “Het is al goed, Isabelle, het is al goed.” Ik leg mijn arm onder haar hoofd en zij kruipt dichter tegen mij aan. Zij streelt over mijn borst en ik druk haar sterker tegen mij aan. Ik voel mij voor even gelukkig en we vallen in slaap.

Bij het ontwaken laat in de ochtend is het in de kamer nog pikdonker. Ik moet nodig naar het toilet. Ik trek mijn broek aan en loop de gang op.Pas dan valt het mij op dat het al tegen de middag moet zijn. Isabelle ligt ook niet meer in bed. Ik hoor vanuit een andere ruimte mensen praten. Ik ga erop af. Misschien dat zij daar is en hopelijk vind ik er ook een goede kop koffie. De deur staat op een kier en de warmte en koffiegeur komt mij tegenmoet. Is dat Chris? “He Chris? Waar was je nou gisterenavond?” “Ja sorry, man. Ik ben het net aan mijn zus aan het vertellen. Voordat ik naar het feest zou komen wilde ik nog even bij Suzanne kijken bij jou thuis.” Isabelle onderbreekt ons en vraagt verbaasd wie Suzanne is. De teleurstelling is duidelijk van haar gezicht af te lezen wanneer zij haar gezicht naar mij toedraait. Ik trek een kritisch gezicht om haar te willen geloven dat het niet is zoals zij denkt. Haastig zeg ik tegen Chris dat hij het hele verhaal moet vertellen. Enige verwarring komt mij ten deel want waarom die jaloezie van haar? Er is toch niets tussen ons? Of is dit weer een van die vrouwengevoelens die ik als man niet bevatten kan?  Chris hervat zijn ervaringen,  knikt en vertelt hoe het kan dat Suzanne bij mij thuis logeert. Nadat Isabelle gerustgesteld is gaat Chris verder om uit te leggen waarom hij er gisteren niet bij kon zijn. “Ik had mij voorgenomen om maar een uur te blijven” zegt Chris,”maar Suzanne was ontroostbaar. Ze zag het niet meer zitten. Haar hele leven is een hel. Alles is misgelopen. Nu mag ik dan niet altijd overkomen als een gevoelig persoon maar dit raakt mij recht in het hart.” “En wat wil jij er aan gaan doen?” vraag ik koeltjes maar met een bedoeling. Wanneer zij uit mijn woning vertrekt. “Isbaelle?” en Chris kijkt zijn zus aan. “Zou zij een tijdje bij..” “Geen sprake van, broer!” en zij schiet omhoog van haar stoel. “Jij lost je eigen sores maar op!” “Hee, hee” en ik pak Isabelle bij haar arm. “Van waar deze woede uitbarsting?” “Weet je” zegt Isabelle dit keer rustiger. Mijn broer moet eens volwassen worden. Hoe vaak is hij al bij mij aan de deru geweest om te vragen of ik hem bij zijn problemen kan helpen.Dat vraagt hij aan mij! Zijn zusje, verdomme!”Op datzelfde moment slaat zij per ongeluk een mok gevuld met koffie van tafel. Deze springt uiteen tegen de oven. Chris blijft heel bedaard. Alsof hij deze uitbarstingen wel gewend is. “Ach stik toch allemaal!”Hij staat op en schopt de stoel, waar hij zojuist op zat naar de andere kant van de keuken. Eric, het vriendje van Isabelle wat Chris nog niet te weten is gekomen, komt de keuken binnen en valt uit tegen Chris. Laat je verdomme de spullen heel!” en dat vlak voor het gezicht van Chris. De reactie van Chris is buitensporig maar uit reflex geeft hij hem een kopstoot midden op zijn neus. Eric pakt met beid handen zijn gezicht vast en langzaam zakt hij door zijn knieeen en blijft stil op de grong liggen. Chris struikelt bijna over hem op zijn weg naar buiten. Isabelle heeft het niet meer. Zij scheldt Chris uit: Jij vuile rotzak, smerige lul!” En zij blijft maar tieren en ze laat Eric aan zijn lot over. Ik pak een theedoek, zo eentje die er al een maand hangt, en ik gooi deze naar Eric zijn hoofd. “Hier, houd er maar tegenaan en ga naar het ziekenhuis. Je neus is gebroken.” Eric begint te huilen als een kind en dat brengt Isabelle eindelijk tot bedaren. Ze gaat gehurkt bij hem op de grond zitten en aait hem over zijn hoofd. Met een ruk trekt Eric zijn hoofd weg en schreeuwt tegen haar: “Altijd weer die kutbroer van je! Laat hem toch opflikkeren! Hij komt altijd de hele sfeer verpesten! Of zit dat bij jullie in de familie?” Isabelle, stopt met hem te aaien en blijft even zo zitten. Dan staat zij heel bedeesd op en loopt over hem heen en laat hem aan zijn lot over. Ik help Eric overeind en zeg hem dat hij de theedoek stevig tegen zijn neus moet houden. “Ga nou maar, voordat je doodbloedt.” Eric knikt en gaat ervandoor. Ik ben hier nu alleen in de keuken en mijn hoofd bonst. Er zit godzijdank nog koffie in de pot en ik schenk er een mok mee vol. Op de vensterbank bij het open raam ligt een pakje shag. Ik draai een sigaret en ik neem een stoel en zet deze bij het raam. Met mijn voeten tegen de vensterbank wip ik de twee voorste stoelpoten van de vloer, steek mijn sigaret aan en neem een flinke slok van mijn koffie. Ik word even licht duizelig en ik snuif de buitenlucht diep in mij op. Daarna heb ik besloten hier de deur achter mij dicht te trekken en mijn gezicht voorlopig niet meer te laten zien. Eerst maar de sigaret oproken.Ik heb deze vast tussen duim en wijsvinger en ik neem nog een laatste trek voordat ik de peuk naar buiten schiet, zonder te kijken waar deze zou kunnen belanden. Ik neem de mok met koffie met beide handen en ik raak verzonken in mijn gedachten.

***

Begrijpen

“Simon! Het is tijd voor jou!”. “Mama! Ik wil  niet!” schreeuw ik terug vanuit de woonkamer. “Simon? Het is alweer een week geleden en je haren zijn dof van het vuil.” Ik probeer me nog te verstoppen achter de deur maar ze weet precies waar ze als eerste moet kijken wanneer zij de kamer binnenkomt. “Luister schat, je twee broers zijn net geweest en het water is nog warm. Kom snel! Cees zit al in bad.” Ah mama, mag ik niet een keertje overslaan? Ik ben net zo lekker aan het spelen. Voor een keer mama, alsjeblieft.” “ Nee lieve schat” zegt ze en ze probeert me gerust te stellen. “Kom, ik til je op en je bent gewassen voordat je het weet.” In een beweging pakt ze mij op en ze neemt me mee naar de keuken. Zo’n ronde wasbak in een granieten blad verwerkt. Een bad wat net groot genoeg is voor twee kleine kinderen om in te zitten. Vroeger werd hier de kleding in gewassen. Tegenwoordig hebben we een wasmachine. Mijn vader kwam met het ultieme idee om het te gebruiken als bad. Er drijft een vette laag op het water en ik kan niet zien of het vuil van mijn broers is of zeepresten. Vanaf mijn derde jaar wilde ik nooit dat iemand mij aan-, of uitkleedde. Dat wilde ik zelf doen want ik vond dat ik dat goed kon. Wanneer mijn moeder het deed dan ging het altijd veel te ruw. Cees vindt het heerlijk als hij bediend wordt als een prins. Alles wat hijzelf niet hoeft te doen wordt onmiddellijk uit handen gegeven. Mama tilt mij op en zet mij naast hem in het water. Mam! Het water is alweer veel te koud! Je zei dat het nog warm was!” Dat komt omdat je zo getreuzeld hebt Simon. Ga jezelf nu wassen anders doe ik het” zegt ze plagerig. Ik pak het stuk zeep en wrijf mijn hele lichaam zo snel als ik kan in. Ik knijp mijn neus dicht en tracht onder water te gaan maar sinds een tijdje lukt dat niet meer. “Tja”, zegt ze.” Je wordt groter en binnenkort kunnen jullie er niet eens meer in. Dan moet ik jullie er een voor een indoen.” “Mam? Mag ik er nu uit? Het is veel te koud geworden.” “Ik niet!” zegt Cees. “Ik wil nog zwemmen!” Ze tilt me eindelijk uit het vieze bad en doet een handdoek over mij heen. “Droog je maar snel af dan kun je nog even verder spelen totdat papa thuiskomt.”Plotseling lopen de rillingen over mijn rug. Ik schrik telkens weer wanneer ze dat zegt. Elke keer komt het als een donderslag bij heldere hemel en het galmt na in mijn hoofd: Papa komt zo thuis, Papa komt zo thuis. Ik kleed me zo snel mogelijk aan en ga achter mijn moeder staan bij de achterdeur. Deze deur in de keuken is de enige die uitkomt op de tuin. “Mam? Mag ik nog even naar buiten?” “Ja dat is goed, lieverd maar maak jezelf niet vies. Je komt net uit bad.” Ik schiet mijn laarzen aan en ren de deur uit. “Doe de deur achter je dicht,Simon, Cees zit nog in bad. Simon!”

In de schuur kom ik Michael tegen. Het liefste wat hij doet is knutselen. Van alles zet hij in elkaar. Vorige week probeerde hij de fiets van ma te maken. Natuurlijk moest hij deze eerst demonteren alvorens hij de boel weer kon repareren. Na uren bezig te zijn geweest geeft hij het op en laat de de fiets voor wat het is. Toen ma snel de fiets nodig had om nog even achter de melkboer aan te rijden voor yoghurt trof ze haar fiets aan zonder wielen. Die avond was er voor ons geen toetje. Mijn vader hoorde van het voorval en Michael moest het ontgelden. Pa had weer eens gedronken en dan werd hij agressief. Hij heeft Michael de trap op geslagen en hem op onze kamer nog een afstraffing gegeven. Michael gaf geen kick. Het deed hem wel pijn maar hij zou het nooit laten merken. Dan wordt mijn vader nog kwader en gaat dan net zolang door totdat Michael om genade roept. De rest van de avond mocht Michael niet meer beneden komen. Geen eten voor hem die avond. Dan voel ik me zo machteloos want ik durf helemaal niets tegen pa te ondernemen. Iedereen van ons heeft nog iets van lef tegen hem maar ik sta doodsangsten uit. Zo is het altijd geweest. Ik kan me ook niet meer herinneren wat er precies is gebeurd dat ik zo ontzettend bang voor hem ben.

Michael heeft het dit keer voorzien op de grasmaaimachine. Hij weet hoe verknocht pa aan deze machine is omdat hij hem eens gewonnen had met een weddenschap bij de overbuurman. Dat is ook zo’n vreselijke man. Altijd schreeuwend tegen zijn kinderen. Het is te horen in de hele straat. Toch ben ik voor hem niet bang. Althans niet zo erg als voor mijn vader. “Simon, wat doe je hier?” vraagt Michael. “Ik kom alleen even kijken wat je aan het doen bent.” “Ik maak de grasmachine van pa kapot.Ik ga het saboteren.” “Saboteren? Wat is dat?” Ik zorg ervoor dat de grasmachine niet meer aangaat door zand bij de benzine te gooien. Maar zeg niets tegen mama of papa, hoor je?” Nee, Michael, ik zeg niets.” Natuurlijk zeg ik niets. Ik zou niet durven. Als ik het zou vertellen aan pa dan zou hij mij ook slaan. Hij houdt niet van verraders, zegt hij altijd. “Mag ik even blijven kijken, Michael?” Ja ja, broertje zolang je maar belooft niets te zeggen.” Oke, Michael.”

We horen beide de auto van pa aankomen in de straat. Het is een hele grote auto met het geluid van een schip. Een zwaar ronkend geluid. Ik ga wat verder de schuur in, weg bij de deur. De deur van de auto slaat dicht en ik hoor hem hard praten tegen de buren. Wat hij zegt weet ik niet maar het klinkt alsof hij erbij aan het lachen is. Zou hij dan misschien in een goed bui zijn? Dan hoor ik hem schelden tegen mij moeder: “Waarom heb je het eten nog niet klaar? Waarom zit hij nog in bad? Je weet toch dat ik altijd om dezelfde tijd thuis kom en dat ik wil eten, rotwijf! Ik hoor mijn moeder gillen en de achterdeur gaat open met een knal. “Blij van me af!” schreeuwt ze. Dan hoor ik Cees hard huilen en ik weet dat hij hem geslagen heeft. Degene die het dichtst in de buurt is die krijgt de klappen. “Ik ga naar het cafe en ik ga daar wel eten, waardeloze trut!” En weg is hij.

Michael en ik kijken elkaar aan en hij haalt zijn schouders op. Rustig gaat hij verder met het vullen van de tank. We horen ma snikken vlakbij de schuurdeur en ik zou haar zo graag willen troosten. Cees is nog steeds aan het huilen en het lijkt nog een eeuwigheid te duren voordat we ma weer naar binnen horen gaan.  Michael kijkt mij aan met een glimlach: “Zo klaar! Deze krijgt hij nooit meer aan! Kom Simon dan gaan we Paul zoeken. Hij zal wel in het bos zijn zijn met die dikke Peter.” We rennen de schuur uit door het tuinhekje. Over de schutting van de achterbuurman groeten we even de papegaai die alleen maar heeft leren vloeken. We moeten ons er altijd rot om lachen. Ma vindt het verschrikkelijk en ze heeft de buurman al een paar keer gevraagd om ons niet in de buurt te laten van de  papegaai. We hebben al heel wat meer woorden geleerd. Is het niet van pa dan is het wel van die vogel. Via het tuinpad van zijn huis lopen we al op de dorpstraat. Eigenlijk mogen we hier helemaal niet komen omdat er veel auto’s rijden. Michael pakt me bij mijn arm en trekt me de straat over. Aan de overkant rennen we op ons allerhardst en ik kan Michael niet bijhouden. “Michael! Wacht nou!” maar hij is bij de snackbar al de hoek om. Ik weet waar hij naar toe gaat maar ik loop hier toch liever niet alleen. Altijd staan er hier grote jongens met brommers en lachen ze me uit: “Hee jankert! Je broer is allang weg! Je zult hem niet meer vinden!” Ik ren er zo hard voorbij als ik kan en ik probeer er niet op te letten. Eindelijk in het bos zie ik Peter staan. Met een bezweet hoofd staat hij te graven en Paul is bezig met hout verzamelen. “Wat ben je aan het doen,Paul?” Nijdig kijkt hij me aan: “Wat moet je hier Simon? Waarom flikker je niet op?” Hij moet niets van mij hebben sinds dat ik hem een keer verraden heb bij pa. Ik kon er niets aan doen omdat hij mij dwong om te vertellen wie een kras op zijn auto heeft gemaakt. Het was per ongeluk gebeurd toen ik met mijn fiets tegen het portier aankwam. Uit angst heb ik Paul de schuld gegeven en sindsdien is hij boos. Pa had hem helemaal in elkaar getrapt. Paul schreeuwde het uit. Gelukkig was Michael in de buurt die niet bang is voor pa. Nooit geweest. Ik kijk altijd zo tegen hem op. Ik wil zoals hij zijn. Stoer en voor niemand bang. Zelfs niet voor pa! Paul gaat door met het aangeven van hout aan Peter. “We zijn een tunnel aan het graven.” zegt Peter omdat hij toch wat medelijden met mij heeft. Hij zag dat ik duidelijk geschrokken was van Paul’s reactie. “Waar gaat de tunnel naartoe dan, Peter?”wetende dat een tunnel altijd ergens uitkomt. “Hou toch je kop idioot!” snauwde Paul mij toe. Na een tijdje let Paul niet meer op mij en ik kan rustig kijken hoe ze verder graven. “Heb je Michael gezien Peter?” Peter geeft geen antwoord. Hij zweet enorm en graaft als een gek verder.

Het is nog donker buiten wanneer we met zijn allen aan tafel zitten in de achterkamer. Pa ligt nog te slapen. Laat in de nacht kwam hij thuis met zijn dronken kop. Het geschreeuw tegen ma heeft nog uren geduurd. Ik kon er niet van slapen. Zoals altijd was ik de enige. De rest sliep en scheen niets te horen. Simon, Cees,schiet eens op! De bus komt er zo aan! Als jullie deze missen dan kunnen jullie weer niet naar school.” Ik ga graag naar school om maar niet thuis te hoeven zijn. Op school zijn de meesters en juffen altijd rustig. Eigenlijk heb ik mijn juf nooit horen schreeuwen. “Michael, Paul! Jullie ook opschieten! En hou op met het geruzie!” Paul wordt dan meteen boos en begint mijn moeder dan ook uit te schelden. “Laat me met rust rotwijf!” En dan is het weer helemaal mis. Michael slaat Paul op zijn hoofd en waarschuwt hem zijn mond te houden. “Nog een keer en ik sla je op je bek!”  Ma rent naar de keuken en begint te schreeuwen. “Nu naar buiten jullie! En Michael, ik wil niet dat je je broer slaat! Jas aan en rennen voordat jullie weer te laat zijn!” Iedereen is klaar behalve Cees. Hij loopt te treuzelen met zijn jas. Telkens wanneer hij het uittrekt dan keert zijn jas binnenste buiten en zo probeert hij het ook weer aan te doen. Ik help hem omdat ma daarom vraagt. We rennen met zijn allen de deur uit naar de bushalte op de hoek. De bus komt er al aan. De chauffeur moet altijd lachen wanneer wij buiten adem binnekomen. Goedemorgen, stelletje ongeregeld!” In de bus zoekt iedereen zij eigen plek op. Het liefst zou ik naast Michael willen zitten maar hij zoekt zijn vrienden op. Hij is de leider van de groep en ze roepen dan allemaal: “Michael! Kom naast mij zitten!” Ik ga met Cees voorin de bus zitten. Elke dag is het meer dan een half uur rijden met de bus. Op school aangekomen is het nog steeds niet helemaal licht. Het is nog vreselijk koud en het liefste wil ik gelijk naar binnen. De schooldirecteur heeft uitdrukkelijk bevolen dat niemand naar binnen mag voordat hij met de bel op het bordes gaat staan. Dan zwaait hij de bel in de lucht en iedereen rent zo hard hij kan naar binnen. “Simon!” Ik draai me om en ik zie Katja. Zij is een vriendinnetje sinds dat ik hier op school kwam. Elke pauze zitten we op de trap van de zij ingang. We kunnen zo de hele pauze blijven zitten zonder een woord te zeggen. Ik voel me goed bij haar en zij bij mij. Een week geleden gaf ik haar spontaan een kus op haar wang. Ik was zo blij om bij haar te zijn en dat uitte zich in zo’n gebaar. De juf ziet ons daar vaak zitten en dan komt ze er even bij staan. Ze vraagt ons waarom we niet met de andere kinderen spelen maar beide trekken we onze schouders op en we kunnen haar geen passend antwoord geven.

Wanneer ik aan deze tijd terugdenk dat we hier samen zitten dan weet ik dat we hetzelfde zochten. Genegenheid. De zachte aanpak. Gewoon, het kunnen genieten om bij iemand te zijn die behoefte heeft om de harde wereld even te ontvluchten.

In de middagpauze staat oma voor het hek van het schoolplein. Michael, Paul, Cees en ik rennen als gekken naar haar toe. Ma is , volgens mij, weer eens vergeten om ons brood mee te geven. Dan belt ze oma op die in de buurt van de school woont. Ze komt dan op haar fiets met de lekkerste boterhammen. Ze knuffelt ons een voor een en we willen niet dat ze al weggaat. “Oma? Kun je nog even blijven?” of “Oma? Mogen we bij jou komen wonen?” Wanneer we bij haar logeren is het echt genieten. Ze verwent ons de hele dag door. Ze lacht dan veel en geniet van onze aanwezigheid. De terugkeer naar huis is dan als het ontwaken uit een mooie droom. Meestal ligt pa zijn roes uit te slapen op de bank en mogen we geen woord zeggen. Hij kan van een complete coma toestand plotseling opspringen en ons allen een pak slaag geven. Jaren daarna heb ik me afgevraagd wat deze man toch bezielde. Waarom kon hij niet zijn zoals oma of zoals Katja? Onze moeder was niet opgewassen tegen zijn woedeaanvallen en zij probeerde ons zo goed en kwaad als het kon te beschermen. Het risico voor haar was dat pa haar begon te slaan waar we bij stonden. Ondanks alle angst die we thuis moesten doorstaan heb ik me altijd goed gevoeld in mijn omgeving. Gelukkig mochten we altijd buiten spelen dus zo gauw het even kon waren we op straat of in het bos. Op school ging het mij ook goed af en ik voelde mij goed tussen de anderen in de klas.

De school is uit en we rennen met zijn allen naar de enige bus voor onze school. Alleen de anderen uit ons dorp gaan mee. Wanneer we bij ons terug in de straat zijn dan kijk ik boven de hoofden uit of ik de auto van pa zie staan. Het is altijd een enorme opluchting wanneer de plek voor ons huis nog leeg is. Gelukkig! Hij is er nog niet. Als hij er wel is dan proberen we altijd nog wat langer buiten te blijven totdat hij ons komt zoeken. Nu kunnen we gewoon naar binnen. Ma staat ons al op te wachten en aan tafel krijgen we warme chocolade en een stuk peperkoek met veel boter. We vertellen een voor een hoe het op school is geweest. De telefoon gaat. Nadat ma de telefoon heeft opgenomen blijft het lang stil. We zien haar zorgelijk kijken en als laatste zegt ze: “Ja, ik begrijp het. Ja we zien het dan wel.” Als ze de hoorn weer op de haak heeft gelegd blijft het even stil. Ze loopt naar de keuken en wij zitten hier nog. Geen woord heeft ze gezegd. Ik vraag aan Michael of hij weet wat er met ma is. “Weet ik veel!” zegt hij alsof het hem niets kan schelen. Hij trekt zijn jas aan en gaat snel naar buiten. Paul pakt snel het stuk koek wat Michael heeft laten liggen en gaat er ook vandoor. Cees en ik zitten er nog en ik kijk naar hem. Hij snapt er natuurlijk helemaal niets van. Ook hij is behoorlijk bang voor pa, net als ik ben alleen hij kan het sneller vergeten. Bij mij blijft het altijd lang zitten. Alles wat hij tot nu toe gedaan heeft kan ik niet vergeten en ik denk er dagelijks aan. Ik haat hem. Hij is vies en ik ben als de dood dat hij me aanraakt. Ik loop naar ma toe in de keuken en ik zie haar bij de achterdeur staan met haar handen voor haar gezicht. “Wat is er mama?” “Er is niets Simon, ga maar even spelen. Het gaat zo wel weer.” Ik vraag haar of het iets met pa te maken heeft. “ Je vader komt een poosje niet thuis. Ik weet niet hoe lang het nog kan duren.”
Toen ik met mijn fiets de straat op ging was het Peter van de overkant die mij haarfijn wist te vertellen dat pa opgepakt was door de politie. “Hoe weet jij dat nou?” vroeg ik hem. “Michel, de andere buurman, is ook opgepakt. Ze zeggen dat ze het buurthuis in de brand hebben gestoken.” “Je bedoelt het dorpshuis? Vraag ik hem verbaasd. “Ja” antwoordt Peter, “gisterennacht is het helemaal in vlammen opgegaan. Het was een enorme brand!” Ik ren onmiddelijk naar binnen het vertel ma het nieuws wat ik hoorde van Peter. “Ja,schat, ik weet het. Daar werd ik dus net over gebeld. Het kan wel weken duren voordat hij weer thuis is.” “Weken?, maar waarom dan zolang?”. “Ik weet het niet Simon, we moeten maar gewoon afwachten.”Pa is wel eens eerder opgepakt door de politie maar dat het nu weken kan duren is wel erg lang.

De weken die volgden zorgde voor rust in huis. Een harmonie die ik tot dan toe niet gekend heb. We speelden vaak spelletjes met zijn allen. Je zou kunnen zeggen dat ik nu begreep wat het is om gelukkig te zijn. Als kind je vrij bewegen zonder dat je bang hoeft te zijn voor een tirade of de angst dat je niet weet hoe pa nu weer thuis zou komen. In wat voor een humeur hij zou zijn. Dat wisten we eigenlijk nooit. Heel soms kwam hij thuis met cadeau’s voor ons allemaal. Als kind vergeet je dan gelijk de boeman die in hem schuilde. We waren door het dolle heen en we speelden de rest van de middag en avond met ons nieuwe speelgoed. Langer dan een dag duurde onze blijdschap niet want toen het bedtijd was en wij nog verder wilden spelen kreeg pa weer een woede aanval. Eerst moest ma het ontgelden waarom ze ons nog niet in bed heeft gestopt en dan wij. Dan kwam hij overeind van de bank en dan kregen we om beurten een tik. Iedereen huilde, behalve Michael, en dat maakte hem woedend. Het huis is dan te klein en als we op bed liggen huilden we nog een tijdje totdat pa naar boven kwam en ons echt duidelijk maakte dat we stil moesten zijn. Het is moeilijk voor een kind om gedwongen te worden te stoppen met verdriet te hebben. Hij kreeg het wel voor elkaar.

Nu was er vrede en eerlijk gezegd kon ik pa vergeten. Gewoon niet meer beseffen dat hij hier ook nog woonde. ’s Avonds vlak voordat we naar bed moeten wordt er aan de deur gebeld. Cees en ik lopen snel naar het voorraam en we zien zes mannen in regenjassen met koffertjes. Ma praat met ze en enkele ogenblikken later komen ze binnen. Ze staan met zijn allen in de woonkamer. Onze woonkamer is behoorlijk klein en dan is de hele ruimte snel gevuld. We zitten met zijn allen op de bank een beetje geschrokken te kijken. Dan gaan twee mannen naar boven, twee gaan er naar de tuin, een blijft bij de voordeur staan en een man blijft in de woonkamer. De laatste begint alle boeken uit de kast te halen en met een zaklamp zoekt hij overal achter. In de muurkast, onder tafel, achter de kachel, onder de vensterbanken. Er wordt zelfs met een prikker in de aarde van de planten op de vensterbank geprikt. Dan maant hij mijn moeder om ons van de bank op te laten staan en begint hij alle kussens te verwijderen. Ze worden zelfs opengemaakt en hij laat alles liggen. Ma die kijkt bezorgd naar ons en dan weer naar de man met het norse gezicht die alleen maar bij de deur blijft staan.  Hij is erg groot en heeft een bril met een dik montuur op. Zwart haar en grote bakkebaarden. Boven horen we gebonk. Overal zijn ze aan het zoeken. Maar naar wat? Cees begint te snikken en Paul loopt naar het achterraam: “Mama! Ze zijn in de tuin aan het graven!” Ma loopt naar Paul toe en drukt hem tegen haar aan. “Maak je geen zorgen, jongen, het komt allemaal goed.”  Intussen komen de twee mannen van boven naar beneden en de mannen uit de tuin komen ook weer naar binnen. Een van de mannen van boven heeft een kartonnen doos in zijn handen en hij knikt naar de anderen. Hij licht het deksel een stukje op om aan de anderen te laten zien wat er inzit. Michael springt op van bank en kijkt snel in de doos: “Mama! Een pistool! Een echt pistool!” Ze doen de doos snel dicht en ze knikken naar ma en in luttele seconden zijn ze de voordeur weer uit. In twee auto’s gaan ze in een noodgang de straat uit. Ma staat te trillen bij de kamerdeur en haar gezicht is lijkbleek.

Pas jaren later vertelde ma dat pa met allerlei vreemde zaakjes bezig was. Ze wist er eigenlijk helemaal niets over, behalve dat het allemaal illegaal was.

Nadat ma een beetje bekomen was van de schrik heeft ze snel alles opgeruimd en stopt ze ons snel in bed. Ik heb nog lang wakker gelegen van het hele gebeuren. Cees is gelukkig weer rustig en slaapt al. Op de andere kamer hoor ik Michael and Paul bekvechten maar ik kan niet verstaan wat ze zeggen. Morgenochtend weer naar school. Ik kan niet wachten om Katja weer te zien zodat ik haar alles kan vertellen wat er vanavond gebeurd is. Ze luistert graag naar mijn verhalen omdat ze zegt dat ze zo spannend zijn.Als ik aan het einde ben dan vraagt ze me altijd: “En toen? En toen?” Zelf vind ik het allemaal niet bijzonder maar omdat zij het graag hoort vertel ik altijd wat over thuis. Als ik niet meer weet hoe het precies gegaan is dan verzin ik er wat bij. Totdat de bel gaat en de pauze weer voorbij is.

De weken dat pa er niet was zijn sneller voorbij gegaan dan ik dacht. Ma zei gisterenavond dat hij de volgende morgen weer thuis zou komen. Dan begint alles weer van voren af aan. Ik kijk dan weer vanuit de bus of zijn auto er staat en probeer te bedenken hoe ik nu weer langs hem naar binnen kan glippen.

Niet lang nadat hij weer thuis was gekomen kregen we te horen dat we gaan verhuizen. “Jongens, vandaag begint de laatste week op school” zegt ma. “ Ik moet nog erg veel inpakken dus oma komt jullie vanmiddag brood brengen. Dan kunnen jullie gelijk afscheid nemen van haar.” Terwijl ze dat zegt zie ik de bezorgdheid in haar ogen. Ik weet helemaal niet wat ons te wachten staat. Wel is het heel spannend. We gaan naar Zuid Frankrijk. Pa heeft een huis gevonden in een dorpje ver weg van de grote stad. Hij zei ons dat niemand daar nederlands praat en dat we met zijn allen frans moeten gaan leren. Ik heb hier totaal geen idee bij. We gaan ver weg, dat wel. Een hele dag moeten we in de auto zitten en om beurten kunnen we helemaal achterin de auto gaan slapen.

De week op school gaat snel voorbij en ik heb zoveel mogelijk tijd met Katja doorgebracht in de pauzes. Ze was erg verdrietig toen ze hoorde dat we gaan emigreren. Het moment dat ik het haar vertelde kon ze er niet echt iets bij voorstellen. De volgende dag toen ze met haar moeder gepraat had en het dan wel begreep zag je de tranen over haar wangen rollen.

Ik huil met haar mee want we zouden elkaar nooit meer zien.

***

Het spel

“Simon? hoor ik Isabelle zeggen met een trillende stem. “Ja wat is er meisje?” Ik draai mijn hoofd weg en met de rug van mijn hand veeg ik snel de tranen uit mijn ogen. “Huil je, Simon?” “Nee, nee. Ik weet het niet Isabelle” probeer ik zo laconiek mogelijk te antwoorden. Zij komt naar mij toe en omhelst mij liefdevol. Mijn hoofd druk ik tegen haar boezem. Ik kan nu wel heel hard huilen maar ik houd me sterk. “Als je wilt kun je het mij straks vertellen” zegt zij bemoederend. “Wil je mij iets beloven, Simon? Blijf vandaag nog bij mij. We sluiten ons op in mijn kamer en we zorgen dat alleen jij en ik op deze wereld zijn. Niemand anders.” Het liefste wil ik volmondig ja zeggen maar ik krijg er geen woord uit. “Ik ga even naar de winkel om wat te halen voor vanavond en dan kom ik bij je terug. Blijf je?” vraagt zij nog eenmaal
Het is eerder een verzoek dan een vraag. “Ja, Dat is goed, Isabelle. Ik blijf.” Zij is nog geen paar tellen de deur uit en ik begin te huilen als een klein kind. Het is intens verdriet maar ook een mate van woede. Zelfs een harde klap op de vensterbank brengt daar geen verandering in. Dat ik mij kwaad maak is alleen gericht tegen mijzelf. Bang dat ik niet meer met janken kan stoppen. Juist dan wordt de wanhoop groter. Ik wil niet in paniek raken. Ik wil het niet! Dan spring ik van de stoel op en slaak een schreeuw; nee, het mag niet!

Wanneer ik weer enigzins mijn beheersing terug heb gevonden ga ik weer zitten. Ik maak nog een sigaret en ik buig voorover met mijn ellebogen leunend op de vensterbank.

Ik hoor de voordeur beneden dichtvallen. Dat is vast Isabelle die terugkomt van de boodschappen. De tijd is aan mij voorbijgegaan. Ik heb geen idee hoelang ik hier al zit. Wel dat mijn armen stijf zijn geworden en een pijnlijke steek onderin mijn rug. Met mijn handen in mij zij strek ik achterover. Het kraken van de trap wordt luider. “Verdomme, als het nu maar niet die Eric is of iemand anders. Ik voel mij nu ongemakkelijk en ik sta op . Met mijn bovenlichaam zover mogelijk naar buiten gebogen zodat niemand mijn gezicht kan zien. “Simon! Wat doe je nou? Zij laat de boodschappentas uit haar handen vallen en rent op mij af. Zij slaat haar armen om mijn middel. “Dit meen je toch niet he? Doe het niet!” Wat?” vraag ik haar stomverbaasd. “Wat bedoel je nou?” Wanneer ik mij bevrijd heb uit haar armen draai ik mij om en de angst is van haar gezicht af te lezen. Dan is het even stil… “Dacht je dat ik…? Echt waar?” Ik moet plots heel hard lachen en Isabelle kijkt mij bedroefd aan en zij geneert zich wat voor haar misplaatste gedachte. “Nee joh! Ben je mal! Natuurlijk niet!” Ik houdt haar stevig vast en met een hand houd ik haar hoofd tegen mij aangedrukt en met de andere hand wrijf ik over haar rug. “Gek mens! Dat zou ik nou nooit in mijn hoofd halen en als ik er een einde aan zou willen maken dan wel op een wat meer spectaculaire manier dan drie hoog uit het raam te springen! “Je bent niet grappig, Simon” mompelt zij omdat ik haar nog steeds stevig tegen mij aangedrukt houd. Met haar beide handen duwt ze me van haar af. De tranen rollen over haar wangen. Het is zo hartverscheurend om haar in stilte te zien huilen. Wij kijken elkaar aan en dan lukt het mij ook niet meer om mijn ogen droog te houden. Ik aai haar zacht over haar hoofd en onze lippen komen dicht bij elkaar. Ik voel de zachte adem van haar. Ze buigt haar hoofd lichtjes naar beneden en ik kus haar op het voorhoofd. Dan kijkt ze mij weer aan en ik kus haar beide ogen teder. De zoute tranen lik ik van mijn lippen. Er verschijnt een glimlachje op haar gezicht. Of ik nu weer een stommiteit bega weet ik niet maar ik kom dichter bij haar en ik wil haar kussen. Ze trekt haar hoofd lichtjes terug en ik voel weer dat ik te ver ga. Met een knikje laat ik haar merken dat ik het wel begrijp. We houden elkaars handen nog even vast en dan neemt ze afstand.

“Kom!” roep ik luid. Laten we de stad ingaan. Dan gaan we ergens wat eten! Jij en ik!” Ik ben erg opgetogen want nadat ik het verleden weer van mij af kon zetten heb ik de behoefte om weer te lachen. “Maar Simon! Ik wil net iets gaan koken voor jou!” “Ach, doe niet zo raar! Ik hou niet van dat slaafse gedoe! Kom op! En zonder gezeur alsjeblieft!” Ik wil mij goed voelen en ik nodig je uit om met mij mee te gaan. Doe het voor mij?” Ik kijk haar aan en mijn vastberaden blik en mijn  overtuigende woorden laat haar elke tegenstand opgeven. “Oké! Maar op een voorwaarde…” zegt ze stellig. “Laat die voorwaarden Isabelle!” Door mijn enthousiasme laat ik haar keer op keer niet uitspreken en dat begint haar te irriteren. “Simon! Houd je kop nu even!” Dat is even een teken dat zij het nu serieus meent. “Oké Isabelle, wat is er?”  “Ik wil graag met je mee maar beloof mij dan dat ik van de week een keer voor je kook”. “In orde!” Net wanneer ik aanstalten maak om mijn spullen te pakken houd ze tegen. “Overigens, wat doe ik met Eric?” O, ja die is er ook nog” zeg ik ongeinteresseerd. “Het is jouw leven, meisje.Vertel jij het mij maar.” Zij weet niet wat ze moet antwoorden maar ze is duidelijk een afweging aan het maken. Haar gezicht verandert telkens van vrolijk naar kritisch en als laatste komt de vastberaden blik. “Ach stik maar met Eric! Hij redt zichzelf wel en hij vroeg er trouwens zelf om. Laten we gaan!” Haar stem slaat even lichtjes over wanneer ze dit zei.  Ik trek haar aan haar arm mee de keuken uit. Met sprongen sla ik telkens vijf traptredes over en dat maakt een hels kabaal, met mijn laarzen die op de hakken terecht komen. Isabelle probeert mij bij te houden maar ik sta al buiten wanneer zij nog halverwege is. Zij komt lachend naar buiten en springt op mijn rug. “Wat ben je toch een eigenaardige kerel!” en ze geeft mij een stevige zoen op mijn wang.”Ha! Dat is nog niets! Wacht maar totdat ik een keer echt los ga!” Hoe gaan we naar het centrum? Lopend of met de fiets?” Mijn fiets is eergisteren weer gestolen dus ik denk dat we moeten gaan lopen” zegt zij. “Hoezo? Iets wat gestolen is, stelen we weer terug. “ Ik neem een losse kei uit de voortuin en ik loop twee huizen verder. Een oude fiets zit stevig vast aan een lantaarnpaal met een kettingslot. Ik neem de kei stevig in mijn linkerhand en ik geef een paar flinke klappen op het slot. Het hangslot springt open en ik trek de ketting tussen het frame en de lantaarnpaal uit. “Zo! Geregeld. Ik stap op de fiets en ik wenk naar Isabelle. Zij staat mij wat verbouwereerd aan te kijken maar dan komt zij aangerend. De bagagedrager ontbreekt en zij komt met beide benen aan een kant op de stang, tussen mij en het stuur zitten. We slingeren veel over de straat voor het station want de banden zijn behoorlijk leeg. Een keer raken we licht de portier van een mercedes. “Pas op!” roept ze. Langs de spoortunnel dalen wij af langs het beeld van Quack en direct rechtdoor de Smetiusstraat in. Bij het busplein begeeft onze fiets het. Een te grote slag in het achterwiel maakt het verder fietsen onmogelijk. We stappen af en ik til de fiets hoog op en gooi deze in een containerbak die bij een bouwput staat.“Zo, daar ligt hij precies goed!” Isabelle moet hier hard om lachen en ik kan haar nog net bij haar arm van de straat trekken zodat een stadsbus haar niet zou overrijden. Zij schrikt zo hevig dat ze mij heel stevig vasthoudt. Haar hart bonst in haar keel. Ik duw haar een beetje van mij af en zeg nuchter: He, je leeft nog dus we kunnen verder. De volgende vijf minuten kwam er geen woord meer uit haar mond. Zij houdt mij nog steeds vast en rustig lopen we verder de stad in.

 

 

 

Einde

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Index

 

 

Het misverstand

De euforie

De schijn

Begrijpen

Het spel

 

 Back

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Een Arabische Lente wordt uitgegeven

——Laatste update van 3 November: De uiterlijke datum dat het boek gedrukt wordt is 23 November——
Vandaag ben ik bij de uitgever geweest en zij zijn enthousiast. Het contract is getekend en dit gaat morgen nog op de post! Er moet nog wel wat werk gebeuren voordat het daadwerkelijk gedrukt en verkocht gaat worden.

Voorwoord:

Aan het rustige leventje van Khaled komt een einde wanneer hij zich aansluit bij een groep dissidenten van de vorige mislukte opstand. Na de eerste ontmoeting wordt hij al snel geconfronteerd met de  intimidatie door de geheime dienst die overal aanwezig  is. De hele situatie loopt uit de hand wanneer hij besluit om de strijd met het onrecht aan te gaan. Twee vrienden worden opgepakt en het is nog maar de vraag of ze leven.  Op het werk krijgt hij onenigheid met zijn baas en er wordt hem te kennen gegeven dat hij ontslagen is. Juist wanneer hij denkt dat het niet erger kan worden is het zijn vrouw die hem de deur wijst. De  hele onzekerheid heeft een grote weerslag op het gezin en ze vertrekken naar het buitenland. Khaled kiest ervoor om te blijven om zij aan zij te staan met de demonstranten op het plein. Een jonge activiste, Fatima, biedt hem nog enige troost. Ze lijkt hem te begrijpen en  er ontstaat een onschuldige liefde die uitgroeit tot een afhankelijkheid waar ze beide in verstrikt raken. Ali, een vriend, laat zijn ongenoegen blijken over deze verboden liefde maar is niet opgewassen tegen de overtuiging van Khaled. Samen gaan ze de strijd aan tegen de onderdrukking door het regime van president Walid.  Er volgt een bloedige strijd met de ordetroepen maar de demonstranten zijn de angst voorbij. Ze zien de dood in de ogen en weten van geen wijken.  Er is geen weg meer terug. Vrijheid of de dood.

Wil je er als eerste bij zijn om mijn boek aan te schaffen? Stuur dan even een mailtje naar frank@frankbeuken.com

Dan krijg je van de uitgever binnen een paar weken een mail met daarin de aankondiging van mijn boek. Je mag er dan voor kiezen om het boek aan te schaffen. Hierin ben je geheel vrij.

Tot slot wil ik allen nog bedanken die het vertrouwen in mijn boek hadden en hebben.Frank

Een reactie plaatsen

Recensie voor manuscript “Arabische Lente”

Van Syrie kenner Hajji Oscar A.M. Bergamin,
voormalig eindredacteur Buitenland “Südostschweiz”, Lid van de Frontline Club London, lid van de Afghanistan Foreign Press Association

«Het is gewoon een kwestie van overleven, begrijp je?» zegt hoofdpersoon Khaled in Frank Beukens «Arabische Lente» in het theehuis.
Wat is Revolutie? Wat is Burgeroorlog? Het is allemaal «gewoon een kwestie van overleven».

Wat doen mensen tijdens een revolutie of burgeroorlog?  Tachtig procent van de tijd zijn de mensen bezig met eten, drinken, slapen, water halen, inkopen, koken, thee drinken, sigaretten halen… Saai of spannend? Het is gewoon een kwestie van overleven. In deze tachtig procent van de dag, dus 19 uur, wordt er geleefd, geliefd, gefilosofeerd en overleefd.

«Waarom zijn de kinderen toch zo druk?» vraagt Khaled terwijl hij zich eigenlijk meer zorgen maakt door de politie te worden opgepakt. Frank Beukens «Arabische Lente» is een mooi liefdesverhaal dat plaats vindt in de bizarre omgeving tegen de achtergrond van de Arabische revolutie.

Geschreven  in 2011, midden in de revolutie, koos Frank Beuken voor de titelpagina in een macaber vooruitzicht – alsof hij de toekomst al wist – een Scene uit Damascus, 2012 is dit vooruitzicht tragischer wijze meer dan waar geworden.

Een reactie plaatsen

Beoordeel de mens als individu

Interview met de auteur van Arabische Lente

Door Els Planjé
12 juli 2012

Frank Beuken, schrijver van ‘Arabische Lente’, zette zich in zijn jonge jaren al in tegen onrechtvaardigheid in onze multiculturele samenleving. Hij heeft zes jaar geleefd met islamitische families die hem veel hebben bijgebracht over omgangsvormen en gebruiken. Dit veranderde definitief zijn kijk op moslims. Elk vooroordeel doet hij af als onzinnig. Beoordeel de mens als individu en niet als groep. De totaal onverwachte revoluties in Noord-Afrika en het Midden-Oosten van 2011, genoemd “De Arabische Lente”, geven hem de reden om dit manuscript te schrijven.

Hoe ben je op TenPages.com terecht gekomen?
Tenpages.com is mij zo gezegd aangereikt door een goede vriendin. Zij liet mij weten dat dit een prima alternatief is voor de gangbare weg via de uitgever. In eerste instantie was ik enigszins sceptisch omdat er aandelen gekocht moeten worden. Nadat ik met verschillende mensen in gesprek ben gegaan en de recensies van Tenpages.com heb gelezen, heb ik besloten om mijn manuscript te plaatsen. De uitdaging om al de aandelen te verkopen binnen de gestelde termijn maakt het een soort van erezaak. Gaat het mij lukken? Het moet gaan lukken.

Wanneer heb je gekozen om over de Arabische Lente te schrijven?
Sinds de allereerste dag in december 2010 toen de vlam in de pan sloeg in Tunesië. Een goede kennis van mij uit Tunis vertelde over een jongen die wanhopig werd van de politie die van zijn marktkar stal. De jongen vertelde dit aan zijn vader en die schoot uit zijn slof. De wanhoop deed de jongen besluiten tot zelfdoding waarbij hij zichzelf in de brand stak. De jongerenopstand die daarop volgde liet moed zien. Durf. Om op te staan tegen de onderdrukker Ben Ali. Het gevoel van victorie nadat Ben Ali het land ontvluchtte was enorm. Elke dag was ik online of kreeg ik via de telefoon de laatste berichten. Toen brak na Tunesië ook de opstand uit in Egypte. Vrienden uit Caïro lieten mij meeleven wat zij doormaakten. Ik kwam er dichtbij. Lang niet zoals zij het beleefd hebben maar ook ik juichte toen Mubarak aftrad.

Wat zou je met je manuscript willen bereiken?
Met het manuscript wil ik mensen meer toegang verschaffen tot deze onbekende cultuur. Zelf heb ik zes jaar met islamitische families geleefd en zo veel gebruiken leren kennen. Ook de gastvrijheid en eer die je als gast toebedeeld krijgt is enorm. Het raakt mij diep wanneer ik zie dat in Nederland en veel andere landen moslims als zondebok aanmerken. Zij verdienen dit niet en in elke gemeenschap zijn er kwaadwillende mensen. Mijn manuscript biedt meer toegang door de uitleg van gebruiken en hoe men deze beleeft. De Nederlander moet proberen in te zien dat mensen in onder andere Egypte, Libië, Syrië, Bahrein, Jemen en Tunesië enorme moed bezitten om in strijd te gaan tegen een dictator die levensgevaarlijk is voor hen en hun familie.

Hoe identificeer jij je met de hoofdpersoon Khaled?
Khaled en ik hebben zeker raakvlakken. Vooral wanneer het gaat om een bepaalde dosis twijfel en onzekerheid maar zeer zeker ook de doortastendheid wanneer het nodig is. Ik denk dat we beide genoeg moed hebben om op te staan tegen onrecht.

Heb je vaker geschreven?
Vroeger schreef ik reeds gedichten die voortkwamen uit mijn eigen situatie. Sinds mijn twintigste houd ik een dagboek bij. Eenvoudigweg omdat er veel gebeurde en ik moeite had met het onthouden van momenten die zo belangrijk zijn. Deze dagboeken hebben in een bepaalde mate invloed gehad op ‘Arabische Lente’.

Wat inspireert jou om te schrijven?
Alles inspireert mij om te schrijven. Het idee dat ik zelf deel kan uitmaken van een verhaal dat eerder niet bestond is prachtig. ‘Arabische Lente’ is gevormd in mijn hoofd en toen het einde duidelijk was ben ik het verhaal op gaan schrijven. De band tussen Fatima en Khaled laat zien dat liefde soms onoverkomelijk is, ook wanneer dat niet is toegestaan. Uiteindelijk door hun overtuiging wordt deze band geaccepteerd door hun vrienden. Het creëren van iets op zich is al prachtig. Het delen met anderen maakt het alleen maar mooier.

Waarom moeten mensen investeren in jouw manuscript?
Dit verhaal is uniek. Waar menig schrijver zich waagt aan een roman gebaseerd op de Tweede Wereldoorlog heb ik een onderwerp gekozen van deze tijd. Ik wil de lezer, jong en oud, meevoeren in een nieuwe ervaring en een wereld laten zien die zij allen kennen maar nog steeds niet begrijpen.

> Lees het manuscript ‘Arabische Lente’

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: