frankbeuken.com

Frank Beuken (1967) werd geboren in Baarn. Toen hij 9 jaar oud was, vertrok hij met zijn ouders en broers en zussen naar Zuid Frankrijk. Daarna volgden nog vele verhuizingen. In de rustige omgeving van Kleve, waar hij 15 jaar woonde, schreef hij zijn eerste roman Een Arabische Lente. Daarna volgden In de schaduw van de liefde en Poetry Sucks, a rebellion (e-books). Frank woont nu in Den Haag.

Homepage: https://beukenfrank.wordpress.com

Wie denken wij eigenlijk te zijn? De Zwarte Pieten discussie.

De ‘witte’ Nederlander heeft zijn mening snel gemaakt: “Zowel pro als anti Zwarte Piet groeperingen zijn fout.” “Laten we rustig blijven. Het is een kinderfeest.”

Maar is dat terecht?

Zelf ben ik ook een ‘witte’ Nederlander, maar ik kan niet bepalen hoe de ‘zwarte’ Nederlander zich moet opstellen. Eenvoudigweg omdat ik mij niet in die positie voorstellen kan. Toch heb ik mij te lang neutraal opgesteld. Tot dit jaar, waar de ene racistische gebeurtenis de ander in rap tempo opvolgt.

Eergisteren ging ik met mijn dochter naar de intocht van Sinterklaas in Den Haag. Er is veel politie op de been, en je voelt de spanning. De kinderen langs de straten, kijkend naar de intocht, hebben nergens last van, maar menig volwassene wel.

Tekening door Tom Janssen

Waar ligt dat aan? De mensen die willen dat Zwarte Piet zwart blijft, ondanks dat veel mensen zich gekwetst voelen, of de mensen die Zwarte Piet liever zien verdwijnen, omdat dit voor hen zeer beledigend is?

Even alles op een rijtje, van de afgelopen week:

Een bijeenkomst van KOZP (Kick Out Zwarte Piet) dat ruw verstoord wordt door extremistische jongeren die de mensen binnen in het gebouw doodsangsten hebben laten uitstaan.

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/11/08/bijeenkomst-kick-out-zwarte-piet-in-den-haag-bestormd-a3979715

Een voetballer van Excelsior die vanaf de tribune (vak Den Bosch aanhangers) uitgemaakt wordt voor k-neger, k-zwarte, katoenplukker, en zwarte Piet. Zelfs een van de hooligans meent zijn tirade kracht bij te moeten zetten met een Hitlergroet. Hulde aan de scheidsrechter die zeer adequaat ingreep.

https://twitter.com/FOXSportsnl/status/1196068203090329610?s=09

Net zo erg is de eerste reactie van het bestuur van de voetbalclub FC Den Bosch. De gebeurtenis wordt afgezwakt. De voetballer stelt zich aan, en er zijn alleen maar kraaien geluiden gemaakt. Daar kwamen zij een dag later op terug.

Op Social Media circuleert een video van een vrouw die zeer boos is op een oudere man en vrouw in de trein. Het blijkt dat de oudere vrouw, het 6 jarig dochtertje van de filmer (de moeder) heeft uitgemaakt voor Zwarte Piet, nadat zij niet snel genoeg doorgelopen zou hebben.

De politiek probeert uit alle macht afzijdig te blijven. Behalve waar het echt niet anders kan, spreekt een enkeling zich uit. Laatst schreef iemand: “De Zwarte Pieten discussie wordt steeds meer een nationale IQ test.” Ik probeer zeker niet te generaliseren, maar het begint wel steeds meer bewaarheid te worden.

Want hoe dom kun je zijn, om iemand met de dood te bedreigen, of iemand in het diepste van zijn ziel probeert te raken, of een kind aanvallen op zijn huidskleur?

Hoe dom kun je zijn, om te bepalen dat de ‘zwarte’ medemens zich niet zo moet aanstellen?

En hoe stom kun je zijn, ten koste van heel veel diep gekwetste mensen, een traditie in stand te willen houden, die voor de kinderen (daar waar het hele feest om draait) geen enkele meerwaarde heeft, of de Piet een kleur heeft of niet?

Waar is in godsnaam ons fatsoen gebleven?

Een reactie plaatsen

Hoe kom je ooit thuis?

Het mooie aan seniorenwoningen, is het gemak. Voor de ouderen is overal rekening mee gehouden. 

Binnen is het zo ingedeeld dat je er op hoge leeftijd kunt blijven wonen. Buiten, het balkon of de tuin is dan makkelijk toegankelijk. De weg ernaar toe; de straatnamen, huisnummers en natuurlijk de brede toegang tot de voordeur. 

Maar het wil nog weleens voorkomen dat dit allerminst een prettige thuiskomst is. U kunt zich voorstellen, dat reeds bij een lichte vorm van dementie, dit een vrij ingewikkelde zaak wordt. Zeker wanneer het hier een flatgebouw betreft, en de weg naar de voordeur niet logisch is ingedeeld. Zo ook deze flat op onderstaande foto’s. Loopt u even mee, door een van de hoogbouw woningen, in een kleine wijk van Den Haag.

Dit is de entree, met heel veel nummertjes. Links en rechts.

Dit van dichtbij gezien. Ziet u de logica?

Dan volgen er drie liften, in het gebouw van 13 verdiepingen. Een lift gaat naar een bepaald aantal etages, de tweede weer naar een ander aantal, en zo ook de derde. Wanneer men, met een scootmobiel de rechterlift in moet, dan komen goede stuurmanskunsten zeker van pas. Vooruit, insteken, achteruit, weer insteken. En bij het verlaten van de lift, in omgekeerde volgorde.

En dan vervolgens de huisnummers bij de galerijen.

Nu zullen de meeste mensen hier geen problemen ondervinden, maar stelt u zich eens voor wanneer vergeetachtigheid u parten gaat spelen. 

Een reactie plaatsen

Smartphone gebruik, kinderen

De titel suggereert het gebruik van smartphones door kinderen, maar hoe zit het eigenlijk met de ouders?

Zojuist las ik een artikel over kinderen die zich storen aan het gebruik van smartphones, door ouders.

Regelmatig zie ik op straat, vaders en/of moeders lopen met aan de ene hand het kind en aan de andere, de smartphone. Er wordt veelvuldig getypt, gekeken en gebeld. Het kind is het normaal gaan vinden, en zeurt niet eens meer. Eigenlijk is dit heel triest. De tijd die je met je kinderen kunt doorbrengen, is minder vaak dan je zou willen. Juist die tijd samen kun je gebruiken door bijvoorbeeld het kind belangrijke levenslessen mee te geven. Kleine zaken zoals; Geen troep op straat gooien, op een zebrapad hebben voetgangers voorrang, laat oude of minder valide mensen zitten in de bus. Sta gewoon op, en bied je plaats aan…
Kleine dingen zijn dat, maar ook grote zaken zoals veiligheid. Pas op met oversteken.

Maar in en in treurig is toch de gemiste kans, om gezellig met je kind te praten. Over bijvoorbeeld gevoelens: Hoe voel jij je vandaag? Heb je wat leuks gedaan op school? Wat wil je later worden? Wat is jouw favoriete kleur, of getal?
Vorige week, presenteerde een bedrijf, een zoutvaatje voor op tafel, die elke smartphone verstoort in de buurt. Handig voor ouders die graag gezamenlijk willen eten zonder het wereldwijde web aan tafel te hebben. Prachtig, zou je denken, maar ik was verbijsterd.Wat is er mis met regels? Bijvoorbeeld: Geen smartphones aan tafel. Maar als de ouders dit zelf af en toe doen, wat verwacht je dan van de kinderen?

Ja, ik kijk ook regelmatig op mijn smartphone. Het is een geweldige uitvinding, en een onbegrensde informatiebron. Maar zodra ik met mijn gezin aan het eten ben, of we gaan ergens naartoe, dan blijft het apparaat in mijn zak. Hooguit komt deze even tevoorschijn wanneer we de vertrektijden van het OV willen weten. Ik heb zoveel gesprekken gehad met mijn kinderen, en ik hoop dat er nog vele zullen volgen. Over een aantal jaren zijn zij volwassen, en de tijd van dat gezellig keuvelen over de eenvoud van het leven, komt dan nooit meer terug…

Een reactie plaatsen

Paarden aaien

Wij lopen door het centrum van Den Haag, en daar zien wij een draaiorgel, getrokken door een allerliefst oud paard.

“Kijk!”zeg ik tegen mijn dochtertje, en wij lopen beiden naar het paard toe. Ik haal haar over, het paard te aaien. Zij vindt het spannend, maar toch zet zij door en aait het oude dier over zijn hoofd. Iets later, tijdens onze wandeling, zeg ik: “Leuk hè? Heb je weleens een paard geaaid?”

“Ja” zegt mijn dochter.

“Wanneer dan?”

“Daarnet nog…”
Afijn, we lopen verder. Enkele minuten later komt zij terug op het paarden aaien. “Maar, elke maandag, wanneer wij gaan wandelen met de klas, dan komen wij langs een paardenweide en daar mogen wij dan de paarden aaien.” “Oh, dát is leuk” antwoord ik. Zij vervolgt: “Maar soms aaien wij de paarden niet.” Ik vraag haar: “Wanneer dan niet?”

Zij: “Als de paarden er niet staan…”

Een reactie plaatsen

Het Nederlandse volk

Door Frank Beuken

Een goedlachs, vriendelijk en ruimhartig volk. Dat is wat wij willen zijn en lange tijd waren. Langzamerhand vergaat ons het lachen, en de ruimhartigheid wordt ook laagje voor laagje weggepoetst. De harde kern wordt reeds zichtbaar.

image

Waarom gebeurt dit? Is het omdat de meerderheid het vechten voor behoud van ons mooie karakter moe is, en een kleine groep kans ziet zich te profileren?
Ik bedoel, in de jaren tachtig bestond er ook extreem rechts. Op het achterste bankje, van de tweede kamer zat een zieke kip, stoïcijns voor zich uit te kijken. Hans Janmaat van de Centrum Democraten. Deze fractievoorzitter werd genegeerd door de parlementsleden. Wanneer hij sprak, wachtte men af en vervolgens gingen de leden verder met de agenda. Niemand reageerde op hem. En het werkte. Hij kreeg geen parlementslid mee in zijn betoog. Op straat werden veel acties gevoerd tegen onrecht en voor gelijkheid. Men was alert, om ervoor te zorgen dat neo-nazi’s en aanverwanten geen ruimte kregen. Nu hebben zij alle ruimte. Een gat, achtergelaten door jou en mij.

Passiviteit is de grote schuldige. Én de media snoept van de grote bek van de heer Wilders. Een vrijbrief voor zijn volgers om dit op straat ook te doen.

Men vindt dat bepaalde beleefdheidsvormen niet meer nodig zijn. Je trekt een grote bek open en niemand die jou tot de orde roept. Het mag allemaal. Het besef van manieren lijkt langzaam weg te ebben.

Een voorbeeld: U, een Nederlandse man loopt over straat en wordt tegemoet gelopen door een Islamitisch gezin. Man, vrouw en twee kinderen. U vermoedt dat zij nog maar net in Nederland zijn.De kinderen schenken u geen aandacht, omdat zij in hun eigen speelwereld verkeren. De man groet u en de vrouw kijkt u kort aan en draait haar hoofd weg. (In meerdere culturen is het de vrouw niet toegestaan om een man te groeten.)

Nu, kunt u twee dingen doen: Of u loopt op de vrouw af, geeft haar een schouderklop en zegt: “Goedemiddag, mevrouwtje!” Gewoon omdat u wilt provoceren. Op de manier van; wij gaan nu eenmaal zo met elkaar om hier in Nederland. Hierdoor raakt het gezin in de stress (cultuurschok) en als gevolg daarvan raakt ook u in de stress en het hek is van de dam. U zult geen duimbreed toegeven, want u gaat zich niet aanpassen aan ‘hun cultuur’. “Nee, laten zij zich maar aanpassen!”

Eerlijkheidshalve, zou ik zo’n schouderklop ook niet echt op prijs stellen. Zelfs bij de Fransen of de Duitsers is bij een eerste ontmoeting, een beleefdheidsvorm van toepassing. Toch mag ik de Nederlandse manier graag. Een zeer amicale omgangsvorm.

De tweede manier is een soort van terughoudendheid te overwegen. In plaats van de schouderklop en het luidruchtig groeten, kunt u ook even glimlachen en een knikje met het hoofd maken. U heeft dan toch gegroet en voor de vrouw is het minder shockerend. De volgende dag zal de vrouw u naar alle waarschijnlijkheid langer aankijken en u zelfs een glimlachje toebedelen. Het duurt wat langer, maar met een beetje geduld en begrip, maakt dit gezin zich de Nederlandse gewoonten snel eigen, zonder dat iemand hierdoor gekwetst wordt.

En voor u het weet, krijgt u van de vrouw een ferme schouderklop!

, , , , ,

Een reactie plaatsen

Illegaliteit

Door Frank Beuken
(Samenvatting van een conversatie op FB)

image

Foto: Oscar Bergamin

Drugs zullen altijd deel uitmaken van onze maatschappij. Juist door de illegaliteit, zijn het bendes die hier grof geld verdienen. Door drugs legaal te maken, is het voor deze bendes niet meer interessant en de criminaliteit zal fors dalen.

Nu, de vergelijking is vergezocht, maar stel dat Europa de grenzen zou openstellen voor vluchtelingen. Deze mensen zouden dan op een normale manier aan land kunnen komen ipv op gammele bootjes. De mensensmokkelaars kunnen geen droog brood meer verdienen en zullen verdwijnen. De vluchtelingen hoeven geen aanspraak meer te maken op familiekapitaal en kunnen zonder gevaar voor eigen leven, Europa binnenkomen.

Natuurlijk zullen er mensen zijn die nu denken; ‘ja maar dan komen er nog meer.’ Toch is dit niet het geval. De aantallen blijven nagenoeg gelijk. Juist door de nijpende situatie waarin zij verkeren, zullen zij er alles aan doen om te vluchten. Gevaarlijk of niet. Gesloten of open grenzen.Waarom geven wij deze mensen dan niet een menswaardige manier van vluchten?

De grote sommen geld die nu uitgegeven worden aan grensbewaking, kustwachten en grote reddingsoperaties kunnen dan besteed worden aan de opvang van deze mensen.
Per ratio, scheelt dat veel geld. Europa blij en de vluchtelingen veilig. Europa zou daardoor een stuk mooier worden.

Waarom mensen vluchten

Wanneer mensen geen reden hebben om te vluchten, zullen zij dat ook niet doen. Sinds mensenheugenis wordt er al gereisd. Naar waar het rustig is en veilig. Naar waar werk is en een toekomst voor het nageslacht. Jagers en boeren in het begin van onze jaartelling, Hugenoten en Calvinisten na de Middeleeuwen en Europeanen naar  Amerika, in de 19de eeuw. Altijd zullen er volksverhuizingen plaatsvinden, wanneer men op zoek gaat naar betere tijden. Zij vluchten zelfs uit het best bewaakte land ter wereld: Noord Korea.  Het is een illusie om te denken dat hoge muren mensen tegenhouden. De smokkelaars vinden altijd een manier en
met alle onmenselijke gevolgen van dien.

Conclusie: Open de grenzen en werk tegelijkertijd aan een herstel van vrede, in de landen aldaar.

Europa moet hand in eigen boezem steken.

Corrupte regeringen in veel derde wereld landen worden gevoed door westerse bedrijven:
Lucratieve contracten worden er gesloten: Goedkope delfstoffen uitvoeren,enerzijds en het leveren van wapens, anderzijds. Het westen verdient grof geld aan de ellende in die landen.

Is het niet zo dat wij indirect verantwoordelijk zijn voor de grote stroom vluchtelingen? Zouden wij kunnen beginnen met het stoppen van oneerlijke concurrentie?
Een voorbeeld : Door de Europese subsidie aan boeren, kunnen zij tegen belachelijk lage prijzen hun overschot dumpen in de derde wereld landen, waardoor zij de lokale boeren uit de markt drukken. Dit en nog veel meer oneerlijke handel kan alleen maar tot stand komen door de deals die het Westen sluit met corrupte regeringen.

Dit is maar een voorbeeld waarom het Westen een begin moet maken met het doorbreken van de cirkel.

Nog even dit:
Een volk is altijd van goede wil, maar laat hun eigen interpretatie van democratie toepassen en niet die van het westen. Voordat het westen ingrijpt moet het eerst luisteren naar het volk en niet naar zijn leiders.

2 reacties

De man en de herfst III

Door Frank Beuken

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Afghanistan? Maak je nu een grap? Daar is het toch hartstikke gevaarlijk? Jezus, Kees, zeg dat dit een geintje is.” “Luister,”zegt hij op zeer bedaarde toon. “Ik zal je de details in de loop van de week geven. Praat erover met je vrouw. Je kunt mij een antwoord geven wanneer jullie het erover eens zijn, of niet natuurlijk. Maar niet later dan begin volgende week graag. Overigens, maak je geen zorgen. Je komt niet eens in de buurt van de Taliban of welke strijders dan ook. Je blijft veilig op het militaire kamp waar Nederlanders en Duitsers gestationeerd zijn.” “Duitsers!? Ook dat nog! Alsof de Taliban al niet erg genoeg is!” zeg ik gekscherend. In dit soort situaties waar belangrijke beslissingen genomen moeten worden begint mijn gevoel voor cynisme op te spelen. De chef is er duidelijk niet van gediend en zijn gezicht blijft strak in de plooi. “Sorry, Kees. Ik ga er serieus over nadenken en het met Pauline en de kinderen overleggen.” Kees en ik staan gelijk op en hij dirigeert mij het kantoor uit. Met zijn hand op mijn schouder en een genoegdoenend knikje loopt hij mee tot aan de deur. Hij klopt mij nog een paar maal op mijn schouder en steekt de duim van zijn andere hand omhoog. Ik loop met een teneergeslagen houding naar mijn kantoor en ik heb het gevoel dat iedereen mij aan zit te staren. Zonder op of om te kijken neem ik plaats aan mijn bureau en ik werk verder aan mijn verslag. Echt lang duurt het niet. Het voorstel van Kees houdt mij teveel bezig. Ik besluit naar mijn collega en vriend Bas te lopen en hem mee te vragen voor een kop koffie buiten de deur. Ik draai mij om en daar staat hij al achter mij. Bas is een goede vriend. Hij en zijn vrouw Iris komen regelmatig bij ons. Zij willen de stad dan ontvluchten en komen dan naar de Ooypolder om tot rust te te komen. Doorgaans logeren zij dan bij ons. Bas en ik zaten bij elkaar in de klas van de havo in Utrecht. Wij hebben altijd contact gehouden, Pauline en Iris kunnen het ook goed met elkaar vinden. Wij zien elkaar dus regelmatig. “Kom, Bas!” zeg ik vastbesloten. Ik sta op en neem mijn jasje van de rugleuning van de stoel. “Wij gaan koffie drinken. Ik wil jouw mening horen over het voorstel van Kees.” “Wat dan?” vraagt hij verwonderlijk. “Kom, laten wij naar buiten gaan. Ik vertel het je onderweg.” Vijf minuten later staan wij buiten. In de lift heb ik geen woord tegen Bas gezegd. Ik kan het voorstel nog niet plaatsen. Ik verkeer in een soort roes. Op je veertigste zie je al veel sneller de nadelen van dit soort avonturen. Een twintigjarige zou zo’n kans gelijk aangrijpen, en pas ter plekke de nadelen ervan ondervinden. Spijt en heimwee kunnen de tijd aldaar tot een hel maken. Op mijn leeftijd word je voorzichtiger. Natuurlijk is het spannend, maar ik besef terdege dat het ook een zeer vervelende tijd worden kan. Een man zoals ik, met een vrouw en kinderen, blijft zelf ook een groot kind maar naarmate je ouder wordt krijg je toch meer verantwoordelijkheidsgevoel. Onderwijl Bas en ik koffie drinken vertel ik hem het hele verhaal. “Maar dat is toch fantastisch nieuws, Jan-Willem?” roept hij uit. “ Nou, nou, Bas er komt natuurlijk wel veel bij kijken. Misschien vindt Pauline het een belachelijk idee of misschien huilen de kinderen bij het nieuws, alhoewel.. mijn zoon zal dit als een buitenkans zien om zich meer vrijheden toe te eigenen. Pauline is wat makkelijker met het toegeven aan Robbie. Vooral wanneer hij zijn smekende blik uit de kast haalt. Anne is klein en zal het niet zo begrijpen. Zij beseft het  waarschijnlijk pas wanneer ze mij mist.” Kom op, Jan-Willem! Ik heb het gevoel dat je het hele plan al bij voorbaat afschiet, zogenaamd omwille van je gezin. Volgens mij doe jij je het in je broek van de angst. Je durft niet te gaan. Geef dat nu maar toe.” Ik zucht eens diep en knik bevestigend. “Je zult wel gelijk hebben, Bas maar toch zegt er iets in mij dat ik het moet doen.” “Het is natuurlijk wel een hele carrièresprong” zegt Bas. “Weet je, laat het nu eerst even bezinken. Vanavond bespreek je het eerst met Pauline en wanneer zij hier positief op reageert dan spreek je met de kinderen. Misschien heb je wel even kortstondig met een drama te maken, maar dit zijn buitenkansen, vriend. Je hebt in het verleden wel vaker gezegd dat je graag het avontuur zou willen opzoeken in het buitenland. Nu, dit is je kans. Grijp het met beide handen aan, jongen. Volgens mij krijg je later spijt wanneer je het zou afwijzen.” Ik kan eigenlijk niet meer doen dan Bas gelijk te geven en ik stel hem voor om terug naar kantoor te gaan. “Laat mij betalen, Bas. Deze krijg je van mij.” Hij slaat zijn arm om mijn schouders en wij glimlachen tevreden. Op kantoor bedank ik hem voor zijn luisterend oor en zijn raad. “ Al goed, man! Daar zijn vrienden voor.”

De rest van de dag heb ik aan niets anders meer gedacht. Zelfs de hele reis terug naar Nijmegen is compleet aan mij voorbijgegaan. Het laatste deel op de fiets haalde mij weer uit de roes van overpeinzingen. Onderweg ben ik afgestapt bij een bankje tegenover de Vlietberg. Ik zette mijn fiets tegen de zijkant van het net geschilderde bankje en nam plaats op de rugleuning, met mijn voeten op het zitgedeelte. Ik wreef een paar keer in mijn gezicht, haalde een aantal keer diep adem en boog voorover. Zo heb ik zeker een kwartier gezeten, alvorens ik de weg naar huis weer hervatte.

Pauline was al zeker een uur of twee geleden thuisgekomen. Zij schrok wat van mijn binnenkomst: “Jeetje, schat wat zie jij bleek! Gaat het wel goed met je?” “Ja, ik geloof het wel ja” en ik hoorde de diepe vertwijfeling in mijn eigen stem. “Ik vertel het je na het eten wel. Het is niets ernstigs, hoor.” Haar gezicht neemt de vorm aan van een zorgelijke echtgenote.“Kom!” Zij pakt mij bij mijn arm. “Je zult wel honger hebben.” Ik zucht even diep en loop gewillig met haar mee.

Een reactie plaatsen

De buurman

Door Frank Beuken

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Luister, meisje! Nu moet het echt afgelopen zijn met die bal! Dit is al de zoveelste keer deze week dat jij hem over de schutting schopt! Dit is de laatste keer! Heb je mij begrepen?” Anne krijgt een rood hoofd en knikt. “Sorry, buurman, en zij draait zich geschrokken om. De buurman kijkt haar nog na en krabt wat achter zijn oor. Hij weet dat de moeder van het meisje al een lange tijd ziek is. Ben ik misschien te streng voor haar geweest? vraagt hij zich af. Hij gaat verder met het bij elkaar harken van de bladeren. Amper vijf minuten later komt de bal weer over de schutting, en deze keer valt de prachtige terracottapot met zeldzame varens, aan diggelen. De buurman wordt boos: “Nu ben je echt te ver gegaan, Anne! Ik snijd de bal in…” Verschrikt kijkt hij Anne aan. Zij heeft zich op het gras laten vallen en begint hard te huilen: “Ik ben zo bang!” roept zij uit. De buurman klimt zonder aarzelen over de schutting en vraagt aan haar wat er scheelt. Het meisje huilt aan een stuk door, totdat de buurman haar optilt en haar troost. Anne komt tot bedaren en vertelt dat haar moeder die morgen is overleden.

Een reactie plaatsen

De man en de herfst II

Door Frank Beuken

Herfst 2

Ik stal mijn fiets in het gereserveerde hokje. De trein is precies op tijd en we hebben godzijdank nog geen vertragingen gehad, maar dat verandert in de herfst beslist. Mijn chef heeft er dan alle begrip voor dat ik te laat kom, zegt hij, maar zijn kritische blik vertelt mij wat anders. De trein zet zich in beweging en vandaag wil ik even niets lezen. Ik leun met mijn elleboog op het kleine tafeltje boven de prullenbak en ik staar naar buiten. Overal zie je de drukte van forensen die alle richtingen op reizen. De trein zet zich, na een kort fluitsignaal van de conducteur, langzaam in beweging. Ik zit met mijn rug naar de rijrichting toe. Niet dat ik dat prettiger vind. Integendeel, maar over drie stops komen we aan in Arnhem en van daaruit begeeft de trein zich in de omgekeerde richting en dan zit ik dus goed. Had ik dat niet gedaan dan zat ik nu de hele reis achterstevoren want in Arnhem is de trein al overvol en zou ik niet meer van plaats hebben kunnen ruilen. Na een korte stop op het station Ede-Wageningen komt er een meisje tegenover mij zitten met een koptelefoon op, druk aan het typen op haar smartphone. Helemaal weg van deze dagelijkse sleur. Ik heb het ook eens geprobeerd om met een koptelefoon op door het verkeer te gaan, maar ik raakte lichtelijk in paniek omdat ik de omgevingsgeluiden niet meer horen kon. Het meisje is, onderwijl zij driftig doorgaat met typen, met haar voet aan het meetikken op de maat van de muziek. Dat zij het juiste ritme heeft, weet ik omdat zij niet de enige is die de muziek hoort. Ik word wreed verstoord door een trap tegen mijn knie. “Hee! Hee, man, kijk naar wat anders!” snauwt ze mij toe. Ik schud mijn hoofd een paar keer en ik knipper met mijn ogen. “O, sorry! Ik had het niet in de gaten dat ik je aanstaarde. Dat schijn ik wel vaker te doen.” Wat mij aan haar opvalt zijn de proporties van haar gezicht. Ze heeft een smal gelaat maar haar bril met een dik zwart montuur bedekt bijna de helft van haar gezicht. De grote plus lenzen laten haar ogen nog groter uitkomen dan ze in werkelijkheid zijn. Het krijgt bijna een buitenaards uiterlijk. “Het spijt mij,” voeg ik er nog aan toe. Ze probeert mij wat gerust te stellen: “Het is al goed joh! Ik heb je overigens wel vaker in deze trein gezien.” “In deze trein?”, antwoord ik verbaasd. Ik begon mij terdege af te vragen of zij precies weet welke treinstellen er allemaal zijn. Sommige mensen bezitten dat soort gaven. “In de trein naar Utrecht!”, zegt ze omdat een reactie van mij uitblijft. Ik steek mijn hand naar haar uit. “Ik ben Jan-Willem.” Zij neemt de moeite niet of vindt het vreemd om mij een hand te geven, maar zij verraadt mij wel dat ze Nathalie heet. “Ik ken een liedje met de titel Nathalie, uit de zestiger jaren. Ik meen dat Gilbert Bécaud het zong.” “Nope”, zegt ze ongeïnteresseerd. “Nog nooit van gehoord.” “Ik ben een zeer slechte zanger anders had ik het lied voor je gezongen.” Daarbij trek ik een onnozel gezicht. Een klein lachje verraadt dat zij het wel goed vindt dat ik niet ga zingen. We arriveren op Utrecht–Centraal en zij staat op. “Ik ga het liedje opzoeken, hoor! Doei!” En weg was zij. Nu vraag ik je. Eerst laat zij mij duidelijk haar desinteresse blijken in een lastige man zoals ik, dan is zij toch nieuwsgierig geworden. Of is het om mij niet met een rotgevoel te willen achterlaten?

De trein rijdt het station Amsterdam-Amstel binnen. Nog een wandeling van tien minuten en dan begint de werkdag weer. Bij het verlaten van de trein merk je de straffe wind. Het is ook duidelijk kouder dan in het oosten van het land. Soms kan dat vijf hele graden schelen. “Zo Jan-Willem, heb je de reis weer overleefd?” De portier in het glazen hokje heeft, zoals gewoonlijk, een goed humeur. Hij doet mij denken aan een hagedis in zijn terrarium. “Ja, Dirk ik spreek je straks nog!” “Jan-Willem! Wacht even! Heb je nog aan mijn spullen gedacht?” “Volgende week, Dirk! Ik heb van het weekend geen tijd gehad. Tot vanmiddag!” Ik snel naar de liften toe. De koffiejuffrouw, Ans, probeert het karretje vol met thermoskannen en kopjes de lift in te duwen, maar de kleine draaiwieltjes willen niet meewerken. Ik snel mij tussen het karretje en de liftdeuren door en til het onding even omhoog zodat een van de wieltjes niet meer blijft steken tussen de bewegende drempel. “Bedankt, schat!” Het ielige, afgeknepen stemmetje gaat door merg en been. Zij is een echte Mokumse en zij heeft altijd haar woordje klaar. Ik knik vriendelijk, kijk vervolgens naar het plafond van de lift en ik hoop dat het contact hier uitblijft. Het is een heel vriendelijke dame van rond de zestig jaar, maar op de vroege ochtend ben ik niet tegen haar opgewassen. Ik woon al te lang aan de oostkant van het land. De Nijmeegse mentaliteit lijkt in veel opzichten op de Brabantse mentaliteit, ondanks dat het in Gelderland ligt. In de ochtend houden zij van rust en spreken elkaar niet zo vlot aan.

Op de zesde verdieping stap ik uit de lift. Nog een minzaam lachje voor de koffiejuffrouw en ik loop zo snel mogelijk naar mijn bureau. “Volgende keer wat vriendelijker graag!” klinkt het luid en schel uit de lift voordat de deuren weer dichtgaan. Daarna zei zij nog iets, maar dat was niet meer te verstaan.

Het proces van het begin van de werkweek is begonnen. Ik neem plaats aan mijn bureau en schakel de computer aan. Ik luister de berichten af van het antwoordapparaat. Niets bijzonders. Links van mij ligt een stapel papier met berichten die uitgewerkt moeten worden en de mailbox zit op maandag doorgaans vol met verzoeken voor nakijkwerk. “Jan-Willem, over tien minuten in mijn kantoor!” Het is de nieuwe afdelingschef. Voorheen was hij een redacteur bij een onbeduidend tijdschrift, nu leidt hij de buitenlandafdeling van de regionale krant. Een man van begin dertig die zeer gedreven is in alles wat hij doet. Misschien liggen wij elkaar daarom niet zo. Tenminste dat gevoel heb ik bij hem. Alsof hij in een heel andere wereld verkeert dan ik. Carrière, ambitie, verbeterplannen, Amerikaanse toespraken om de afdeling op te peppen. Een enkeling gaat er in mee maar de meesten blijven de Hollandse nuchterheid trouw.

De lamellen van zijn kantoor zijn dichtgedraaid en ik neem het zekere voor het onzekere. Ik klop zacht en ik heb mijn hand nog niet teruggetrokken of de deur gaat met een zwiep open. “Kom binnen, vriend!” Hij schudt mij de hand en legt zijn andere hand op mijn schouder. Hij trekt mij letterlijk zijn kantoor binnen. “Jan-Willem, ga zitten!” spreekt hij luidkeels. Nog zo’n Amerikaanse gewoonte: hard en duidelijk spreken en iedereen op de werkvloer is je vriend. Wanneer ik net zit komt de koffiejuffrouw binnen. “Ah, hier zit je!” Let een beetje op hem, Kees!” Haar stem is snijdend. “Vandaag heeft Jan-Willem niet zo’n goed humeur. Hier heb je een lekker koppie koffie, schat!” De chef schijnt het allemaal vermakelijk te vinden en wacht rustig af tot zij en haar rammelkarretje de deur weer uit zijn. “Zo, dus je humeur is vandaag niet optimaal?” “Nu ja, tot zojuist had ik nergens last van maar wanneer jij en tante Ans anders beweren dan zal het wel zo zijn. In al mijn eerlijkheid moet ik bekennen dat mijn humeur voor de maandagochtend opperbest is.” “Al goed, al goed,” zegt Kees op een bedaarde toon. Luister, Jan-Willem, hoe is het met je? Hoe gaat het thuis? En met je vrouw?” Enigzins argwanend vraag ik hem: “Mijn vrouw? Ken jij mijn vrouw?” “Nee”, zegt Kees stellig. “Ik weet eigenlijk zeer weinig over jou. Vertel eens wat over je gezin. Begin maar, wanneer je dat wilt, over je vrouw.” “Pauline. Zo heet mijn vrouw. Pauline is een vrouw. Nee. Ja, natuurlijk is Pauline een vrouw.” Kees kijkt mij verbouwereerd aan. “Mijn vrouw is een perfectionist, weet je. Pardon, een perfectioniste! Alles moet voor haar perfect zijn. Alles in huis heeft een vaste plaats, daar mag niet van afgeweken worden. Zij is heel opgeruimd en wij behoren daar aan mee te doen. Buiten dat is zij een taalpurist. Excuseer, een puriste.” De chef kijkt mij vertwijfeld aan, maar ik laat mij niet ontmoedigen en ga verder; “Onlangs schreef ik een liefdesbriefje voor haar en dat liet ik achter op de keukentafel. Zij staat meestal later op dan ik, dan vindt zij het briefje bij het theedrinken. Koffie, daar begint zij niet aan. Dat schijnt slecht voor haar bloeddruk te zijn. Zij raadt het mij ook af, maar dat zijn de geneugten van het leven waar ik geen afstand van wil doen. ’s Avonds toen ik thuiskwam lag het briefje nog exact op dezelfde plaats, aangevuld met  komma’s en de punten die ik vergeten was. De correcties waren ook voorzien van enig commentaar. In het rood geschreven.” “Goed, goed”, onderbreekt hij mij. “Ik zal niets meer vragen” Hij draait zich even om en kucht een paar keer. Ik knik. “Maar waarom heb je mij hier uitgenodigd?” “Luister, Jan-Willem,” zegt Kees. “De reden waarom ik wat meer over je wil weten, is omdat ik het gevoel heb dat je het allemaal niet zo ziet zitten.” Nu word ik toch behoorlijk argwanend. Gaat hij mij nu vertellen dat ik word ontslagen? “Maar..” “Wacht even, Jan-Willem, voordat je iets zegt, laat mij eerst uitpraten. Straks kun je alles zeggen wat je wilt maar ik heb een voorstel. “Wat dan?” vraag ik hem verbaasd. Hij plaatst zijn wijsvinger kort tegen zijn lippen en vervolgt zij verhaal. “Wat zou jij ervan vinden om op werkbezoek te gaan, in het buitenland?” “Werkbezoek? Buitenland? Ik? Maar voor hoelang?” “Het gaat om een periode van zes weken en het enige wat je taak is, is de medewerkers daar volgen en erover schrijven. Wat zij dagelijks doen. Hoe ziet hun dagprogramma eruit? Waar moeten zij voor waken? Hoe is de beveiliging, enzovoorts enzovoorts.” “Waar wil je mij in godsnaam naartoe sturen, Kees, wanneer je spreekt over dagprogramma’s en beveiligingen?” Zeg mij eerst of je er oren naar hebt, Jan-Willem.” Ja, ja, natuurlijk wel!” Onderwijl Kees de telefoon opneemt denk ik aan thuis. Dat betekent dat ik zes weken van huis ben. Ik zie Pauline en de kinderen anderhalve maand niet. Wat zouden zij ervan vinden? Kunnen zij zo lang zonder mij of ik zonder hen? Plots schieten mij de woorden van Pauline binnen die zij mij vorige week toesnauwde: “Onderneem eens wat, Jan-Willem! Je zit op je werk of thuis en voor de rest doe je helemaal niets!” Juist wanneer Kees de telefoon neerlegt roep ik luidkeels: Ja, ik doe het!” “Mooi!” zegt Kees, “de reis gaat naar Afghanistan!”

Een reactie plaatsen

Mijnheer van Vliet

Door Frank Beuken

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Goedemiddag, meneer van Vliet. Hoe maakt u het?” Roderick doet zijn uiterste best om zijn haatgevoelens te verbergen. “Dat gaat je niets aan, stomme homo!” bromt meneer van Vliet. Roderick weet dat deze maandag niet hetzelfde wordt als de andere wekelijkse bezoeken van meneer van Vliet. “Nou, gaat u hier maar zitten hoor, vriendelijke man!” Roderick heeft, in tegenstelling tot meneer van Vliet, een vrij hoge stem en een overdreven Amerikaanse r, die achter in de keel uitgesproken wordt. Roderick kwam vijftien jaar geleden vanuit Amerika, voor zijn grote liefde, naar Nederland. “Wat mag ik vandaag met dat onmogelijke haar en uw hangsnor doen, meneer van Vliet?” Roderick blijft beleefd, maar cynisme krijgt duidelijk de overhand. Zijn collega Mark ziet direct dat Roderick niet op zijn gemak is, en hij kijkt hem even streng aan, alsof hij zeggen wil; blijf kalm. In een korte en snelle tred loopt Roderick voor meneer Van Vliet uit, daarbij zijn rechter onderam opgetrokken en zijn vingertoppen naar beneden wijzend. Even staat Roderick in de weg, maar een korte sis van meneer Van Vliet laat hem direct opzij stappen. “U geniet zeker net zoveel van het mooie weer als ik, hè, meneer Van Vliet?” vraagt Roderick en hij maakt zijn blauw-groene ogen heel groot. Meneer Van Vliet neemt plaats in de grote, lederen stoel en krijgt een wit schort om. “Niet zo strak, stomme nicht!” en meneer Van Vliet duwt zijn vingers tussen de kraag en zijn hals in, en geeft een korte ruk aan het schort. Deze keer laat Roderick het schort wat losser. “Gewoon knippen en voor de rest je mond houden!” bromt meneer Van Vliet weer. “Ik zeg het je: wanneer jouw domme landgenoten in 1945 niet hadden ingegrepen, had jij geen schijn van kans gehad hier! Zij hadden jouw direct naar een heropvoedingskamp gestuurd!” Duidelijk geschrokken, dit keer, maakt Roderick aanstalten om weg te lopen, want nu gaat meneer Van Vliet, duidelijk te ver,maar dan bedenkt hij zich. Hij gaat tussen hem en de spiegel instaan, en begint te kappen. Na ongeveer een kwartier, zegt Roderick: “Zo klaar, meneer Van Vliet. Het haar gemodelleerd en uw snor bijgeknipt!” In een beweging neemt Roderick het schort af en doet een stap opzij, zodat meneer van Vliet de spiegel kan zien. Het donkere haar naar rechts gekamt en ietwat aan het voorhoofd geplakt. De snor is nog maar net zo breed als zijn neus. Meneer van Vliet zet grote ogen op. Hij buigt iets naar voren en knijpt dan zijn ogen samen. Hij grijpt met zijn grote behaarde handen de brede leuningen vast en komt wat uit zijn stoel. Roderick heeft afstand genomen en doet net alsof hij niets meekrijgt van het tafereel. Meneer Van Vliet begint binnensmonds te vloeken. De ergste ziektes komen voorbij. Hij gaat staan en recht zijn rug. Plots spreekt hij weer luid: “Dát is puik werk, jongeman!” Tevreden legt hij een biljet van vijftig euro op de toonbank, hij pakt zijn jas en haast zich de deur uit.

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: